Zomaar een zomerse zondag. Anno 2026,
– Een lome dag, maar niet echt een slome dag. Zo’n moderne NL-zomerdag, met een temperatuur van achter in de twintig. Nog net niet voldoende voor het ‘hitteplan’. Dat komt morgen pas (weer). Neerslag: 0 mm. Net als gisteren. En morgen.

– Eerst even naar ‘de fitness’. Het is een instelling van ‘Meer Bewegen Voor Ouderen’. Vlak naast een plek waar jongeren hetzelfde doen. Vooral meisjes. In strakke pakjes.
Ik noem ze ‘meisjes’, maar dat komt alleen omdat ik zelf oud ben. In werkelijkheid zijn het jonge vrouwen. Hun outfits zijn zwart, alsof dat zo is voorgeschreven, maar terwijl ik nog gewoon ‘koffie’ drink, nemen zij juist een flat white. Denk ik.
Als oudje doe ik bij de fitness aan fietsen, zij niet. Zij doen aan spinning. Dat is héél hard fietsen. Geloof ik. Op muziek. Die hoor ik soms door de dikke muren heen. Ik zou er weleens willen kijken, hoe het er daar dan binnen uitziet, en hoort.
Bij mij binnen is er maar één andere actieveling in actie. Het is een vrouw die er haar ontstemdheid over uitspreekt dat de Tour de France voor vrouwen als Tour de France Femmes door het leven gaat: ‘Die voor de mannen heet toch ook niet Tour de France Hommes?!’
Binnen is het nog koel, gelukkig. Mijn medesporter is ook van ‘deuren dicht’, zodat de airco nog zin heeft. Altijd een potentiële bron voor tweespalt. Zelfs één van Paul Simons ‘redenen om je geliefde te verlaten’: de één wil slapen met ramen open, de ander wil ze dicht.
– Bij de Albert Heijn blijkt waarom de Chinezen het zo ver schoppen. Een toerist vraagt me om mijn Bonuskaart.
– We moeten iets doen een heel eind verderop in de stad, dus maken we er maar een Tour de Mokum van, Femme + Homme.
Het is de dag na de Canal Pride, inclusief collateral garbage, al valt het nog mee. Vooral een levensteken van de Stadsreiniging. Hulde.
– We fietsen langs de ex-Hermitage, getroffen door collateral damage: een holderdeboldernaamswijziging, als gevolg van de breuk met het moedermuseum, in Poetinië.
– What’s in a name?
+ Vlak na het museum passeren we een plek met wél een goede naam: het Namenmonument. Met op iedere steen de naam van een slachtoffer van de Holocaust. Indrukwekkend. Om stil van te worden, als je het niet al was.
Nu is het wachten op nóg zo’n monument, aan de overkant. Met ook daar op iedere steen de naam van een slachtoffer, van Israël.
+ Eerste halte: de Hortus Botanicus. Onder de exotische bladeren is het er heerlijk koel. Wat een leuke planten bestaan er toch, met leuke namen bovendien. Al meteen stuiten we op de afdeling ‘Carnivoren’.

Even slikken: zelfs nogal wat vegetatie is niet vegan. Het onaardige plantaardige.
We staren naar een Venusvliegenval, wachtend op een prooi. Opvallend gekleurde ledikantjes nodigen uit erin plaats te nemen. Zodra er op die invitatie wordt ingegaan, slaat het bedje dicht. Dacht ik. Maar nee, zo blijkt uit de uitleg. Pas als er twee keer binnen twintig seconden contact is, gaat voor de ongelukkige het licht uit.
Waarom niet meteen? Hij wil niet voor niets in actie komen bij regen.
Slim, maar regen is in de NL-zomer van nu niet zijn probleem. Wel dat de vliegen die er vliegen niet op de opengeklapte bedjes gaan zitten, maar op dichte, vreemd genoeg. Daar waar net een drama wordt geconsumeerd. Maar nee, we blijven er niet op wachten, op een live bedscène. Veel te warm.
Om een sequoia te zien groeien, daar kan je ook niet op wachten, maar wat is-ie al groot!
‘Geplant in 1978’, dat kan toch niet? Een veelweetmeneer, verderop, weet hoe het zit: iemand die dat boompje in zijn tuin had, groeide de kleine boven het hoofd. Zo kreeg de Hortus die steeds grotere reus al groot cadeau.
Ze krijgen ook nu nog iets ‘cadeau’, zo horen we: overtollige warmte, geproduceerd door de ex-Hermitage stroomt naar de plantenkassen aan de overkant van de straat. Handig.
En dan die namen! De ‘Schoonmoederstoel’ kenden we al, een cactus met een platte bovenkant waar je op zou kunnen zitten, ware het niet…
Onbekend waren we nog met de ‘Tandpastaplant’ en met de onbetwiste winnaar. Tromgeroffel… de
Tweeblaarkanniedood
De eerste helft is een feit: hoe oud-ie ook wordt, meer dan twee bladeren krijgt-ie niet. Minder ook niet. Maar doodkanniewel, al kan dat soms meer dan duizend jaar duren.
Voilà:

– We rijden over Kattenburg, langs het voormalige Marine Etablissement. Hier zat vroeger een geheim afluistercentrum van de inlichtingendiensten. Zit er nog steeds zoiets? Nee, leer ik net. Ze zijn naar Den Haag, zeggen ze.
– We nemen de Jan Schaeferbrug, genoemd naar de wethouder die onsterfelijk werd door zijn onvervalst Mokumse slagzin: ‘In gelul kan je niet wonen’.
– Wel kan je wonen in een boot. Vanaf de Passagiersterminal maakt zich een enorm gevaarte los, een cruiseschip. Zo’n zeewaardige animeertrommel voor mensen.
De riviercruisers ernaast, intussen, hebben een probleem: de rivieren drogen op. Met wat voor aandeel van de milieudruk door al dat cruisen? Relatief minimaal, misschien, maar toch.
– Pfff, niet alleen het land en de rivieren, ook wij hebben dorst. In een binnentuin op het Java-eiland klinkt watergeklater, maar drinken kan je er niet. Een gastvrije bewoner brengt uitkomst. Hij draagt voor ons gigaglazen aan, terwijl zijn zoon net het huis verlaat. Zeventien is-ie en al 1,93 hoog. Iets té, misschien? Welnee, ze hopen dat daar nog het nodige bijkomt, in de richting van de basket. Al twee jaar woont hij eigenlijk in Madrid, ter ere van die sport met het netje.
Vanaf hier vlakbij vertrokken vroeger de emigranten naar Amerika en ook de zoon hoopt die weg te gaan, richting de NBA.

– Ook hier vlakbij, kwamen 75 jaar geleden juist veel mensen aan. Onder hen vele Molukkers, voor een ’tijdelijk’ verblijf in ons kikkerland. ‘Tijdelijk’ was hen beloofd, voorgespiegeld, en dat bleek te kloppen, voor zover het hele leven tijdelijk is.
Nog steeds zijn ze onder ons, met hun (klein)kinderen. Precies daar waar ze aankwamen is nu een kleine tentoonstelling ingericht in de buitenlucht. Zuilen zijn het, met foto’s en verhalen. Zuilen die doen schuilen, voor de zon. In de schaduw van de ene lezen we ook de andere. Op de Kop van het Java-eiland, precies daar waar hij aanmeerde, de Grote Beer. Onder meer.

Anno Nu draait aan de andere kant het moderne cruiseschip. Het kan nét. In vergelijking was de Grote Beer maar klein. Het heeft iets heel vervreemdends om een foto van dat scheepje te zien, vol met ‘mensen die moesten’, pal naast al die verdiepingen vol met ‘mensen die niets moeten’, maar niets beters weten te doen.

We stappen weer op de fiets tussen twee gebouwen, een opvanghuis voor vluchtelingen en Hotel Jakarta, het project van een ‘migrant’ uit Vlieland. Beide instellingen, op een bepaalde manier, hier wel op hun plek.
– Even een pilsje bij het onvolprezen Café De Druif, Anno 1631.
De Druif heeft al veel meegemaakt in zijn bestaan, zelfs de bouw van het huidige Scheepvaartmuseum, een kwart eeuw later. Toen nog het ‘Zeemagazijn’, toen nog zonder die enorme regenboogvlag van vandaag er bovenop.
In ons uitzicht ook zo nu en dan ‘een stel’, nog overgeschoten van de Pride van gisteren.
Vlak voor ons, op het terras, twee ‘gewone’ vriendinnen.
Is het tegenwoordig pas vermeldenswaard als ze tattooloos zijn, of lijken? Deze twee, althans, hebben ze wel.
De ene trekt jachtig aan een sigaret. Het zijn ook snelle tijden, maar wel vindt ze ‘dat je relaties soms de tijd moet geven’.
Achter de bar tref ik een goede bekende, aan de wand.

Het blijkt een geintje van het personeel. Ernaast prijkt de foto van de bedrijfsleidster, met een opvallende gelijkenis.
– Weer thuis. Tijd voor ‘Zomergasten’. Hoewel, dat tv-programma oogt inmiddels eerder óver tijd. Alsof de betere gasten (en presentatoren) al een tijdje op zijn.
Over de gast van vandaag trouwens geen kwaad woord. Ze laat een fragment zien van Edward Said. Op zich een teken van haar kwaliteit, maar het drukt je op het feit dat je juist iemand van de kwaliteit van Said als gast zou willen zien. Goed, hij is dood, als reden van zijn ontbreken overtuigend afdoende, maar toch.
De gast laat nog iets anders zien: ‘All inclusive‘, beelden van een cruise. Zodat je, zonder commentaar, kan zien ‘hoe het is’, zonder zelf mee te hoeven.
En hoe is het? Zoals je al dacht.
Maar, net als bij de vorige aflevering van het stervende programma, halen we het einde niet.
Zomaar een zomerdag, hij is voorbij.

TERZIJDE
– NBA
National Basketball Association, het walhalla voor de beoefenaar van die sport.
– Edward Said (1935-2003)
Palestijns-Amerikaanse intellectueel.
