631. FOM

FOM?

Het heeft iets opwindends, iets exclusiefs. Alsof het je gelukt is te ontsnappen aan het oog van Big Brother, maar dan nu in 2026, ruim na 1984, onder de naam ‘AI’.

Gevraagd naar de betekenis van die afkorting hierboven komt AI met een overzicht:

Formula One Management: De commerciële eigenaar en beheerder van de Formule 1, geleid door Liberty Media.

– Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie: Een voormalige Nederlandse stichting (1946–2017) die natuurkundig onderzoek financierde en inmiddels is opgegaan in NWO.

Friese Ontwikkelingsmaatschappij: Een organisatie die risicodragend vermogen en leningen verstrekt aan innovatieve ondernemers in Friesland.

Future of Mobility: Een opleidings- en trainingsinstituut gericht op veranderingen in de mobiliteitssector.

FOM University of Applied Sciences: Een grote Duitse particuliere hogeschool voor economie en management.

Pfff, ontsnapt. ‘Mijn’ FOM? Het Festival voor Oude Muziek. In Utrecht. Het is het grootste op dit gebied ter wereld. Zó groot dat er, los van het reguliere programma, ook nog fringe optredens zijn. Maar kennelijk is ‘Oude Muziek’ in de wereld van vandaag fringe op zich, zó dat het zich aan het alziend oog van AI onttrekt.

Kortom, de FOM-bezoeker is een vreemde eend in de moderne bijt. Een grijze eend, meestal. Zoals ikzelf.

Utrecht, Neude.
Oude Muziek: jonge musici voldoende.
Jong publiek: nieuw begin.

Ieder jaar trek ik ervoor van de hoofdstad naar de Domstad. Dat heeft op meerdere vlakken iets heilzaams. Zo was ik eerder wel behept met een zeker Mokums superioriteitsgevoel, ik beken het ruiterlijk. Dat moet ook wel, want het staat gedrukt, Anno 1997:

“Laatst moesten we naar Utrecht. Zoiets kan gebeuren en dan moet je er maar het beste van maken”.

Inmiddels weet ik beter. Zoals ook hieronder zal blijken.

Zomaar wat flarden, impressies van dit jaar:

– In de trein is alles rustig. Zoals inmiddels standaard zijn de reizigers voorzien van oortjes of koptelefoons en in elk geval bezig met een gadget. Telefoons meestal, een enkele laptop, terwijl de vrouw tegenover me verdiept is in een e-book.

Toch klinken er stemmen, even verderop. Twee onbekenden zijn zowaar met elkaar in gesprek. Toch nog. Maar uit flarden maak ik op dat die communicatie niet geheel vrijblijvend is.

Als een soort preview van wat ik in Utrecht zal krijgen te zien.

– Mijn eerste muzikale halte heeft een verrassende locatie: een winkel voor hifi. Voor de deur ijsbeert een kleine verschijning op en neer, de FOM-directeur in hoogsteigen persoon. Een Belg. Iemand die pure competentie combineert met weldadige rust. Doorgaans. Want waar blijft zijn gast, een Franse dirigent?

‘De Franse slag?’, vraagt de grote kleine man zich af.

‘Is dat ook een begrip in België?’, informeer ik op mijn beurt. Het antwoord is nee.

Vraag en antwoord gaan door, maar dan zoals gepland, tussen directeur en dirigent. In de winkel, gelardeerd met geluidsfragmenten. Eerst met installatie Nr.1 en daarna een verdieping hoger, ook financieel gezien.

De directeur verklapt hoe diep we in de buidel moeten tasten als we zoiets ook thuis willen horen. ‘Die eerste, hieronder, tussen de vijftig- en honderdduizend. En die hier tussen de 250 en 500. Duizend’.

Ik slik even, maar denk: ‘Van die duurste zijn de boxen zo lelijk dat ik er thuis iets voor zou zetten’.

– Interessantste conversatiepunt: lang geleden was improviseren rond de genoteerde noten van een muziekstuk heel gebruikelijk. Daarna volgde een (lange) periode waarin dat wat er staat gold als heilig en wee degene die dacht daar iets aan toe te mogen voegen. Inmiddels zijn we weer wat losser in de leer.

– Ik begeef me tussentijds naar ons onderkomen voor de nacht. En ploeter. Bij het ophangen van een klamboe. Het is zover: in de provincie (stad?) Utrecht is iemand bezweken aan het westnijlvirus, opgelopen in ons inmiddels subtropische kikkerland. Eén mugje: einde.

De kans is klein, zeggen ze. Maar de gewone loterij win ik nooit, dus je zal zien…

– Groter dan een mugje is het universum. Hoewel, ‘het’? Hoeveel universums zouden er eigenlijk zijn? Want, als ‘ons’ universum alsmaar uitdijt, wat is daar dan achter? In Museum Sonnenborgh vraag ik het de jongen bij de kassa, een student sterrenkunde.

‘Hoe definieert u ‘universum’?’, wil hij eerst weten. Ik laat het maar.

– Op het Janskerkhof tref ik een juist levendig, gemengd stel: een Amsterdammer en een Utrechtse, al woont ook zij in de hoofdstad. Midden in het centrum nog wel. Ze vindt het er druk, maar nog niet té. Ze faciliteert trouwens de drukte deels zelf, met haar B&B.

We zijn het eens: Utrecht is gemoedelijker, vriendelijker. Mokum, intussen, gaat aan het overtoerisme iets doen: de toeristenbelasting optrekken tot 20%. Dat gaat niet helpen, zou je denken, maar een zeker effect heeft het wel. De B&B-dame zegt dat ze haar prijzen iets naar beneden bij gaat stellen.

– Die avond schitteren de ‘hifi-dirigent’ en zijn ensemble in Tivoli Vredenburg. Een draak van een zaal, vooral omdat die bezoekers die krap bij kas zijn ook zo laat zitten. Beter Leven: nul sterren.

Maar de dirigent, zo weten we sinds vanmiddag, is met Tivoli juist in zijn nopjes. Zitten doet hij er niet en de akoestiek vindt hij tiptop.

– Zondagmorgen, het is nog vroeg. Hoe vroeg, dat kunnen we op die toren daar niet zien. Ook de klok op de Dom slaapt kennelijk nog. Fraai is-ie wel, die toren. Daar kan ‘mijn’ Wester- niet aan tippen. Ook verder mag Utrecht er zeker zijn. En wat een onderhoudende straatnamen hebben ze hier:

* De A.B.C.-straat, al ruim vijf eeuwen lang, maar niemand die (zeker) weet waarom.

* Neude = ‘moerassige laagte’.

* Trans, doet modern aan, maar is middeleeuws voor ‘nauwe doorgang’.

En nog zo wat.

– De doorgang tussen de Domtoren en de bijbehorende kerk is juist niet nauw, met ‘dank’ aan een XXL-storm, d.d. 01-08-1674. Voilà, een plein. Meer dan groot genoeg om er iets nauws op te zetten, een container. Omgebouwd tot XXS-bioscoop. Er binnen draait een film non-stop door. Een ‘video essay’ is het, over de stem en muziek. Iemand doet er het bijpassende bij: knikkebollen. Anderen pakken het nog beter aan. Ze gaan er na weinige minuten wijselijk vandoor. Zelf blijf ik braaf zitten, tot ik alles heb gezien. FOMO, ook ik?

Mijn oordeel: ‘intellectualistisch gewauwel’. Van muziek kan je beredeneerd genieten, of vanuit je gevoel. Geef mij maar het laatste.

Of ben ik intellectueel gewoon te licht van gewicht om de geboden ‘containerbegrippen’ op waarde te schatten? Heel graag.

– In de trein naar de Domstad ploft tegenover me een jonge man neer. Met oorbelletjes én oortjes in. Maar, wonder, zijn oortjes doet hij uit. Foutje, want nu krijgt hij mij aan de lijn.

Hij is op weg naar Arnhem, zijn studiestad. En wat studeert hij daar? Creatief Schrijven, vier jaar.

Dat rijmt, een beetje, een indicatie dat ik niet geschikt ben voor wat hij juist worden wil: dichter.

Op het perron van Utrecht CS draait hij zich om en zwaait nog een keer naar me, echt waar. Zelf slenter ik richting de Mariaplaats, peinzend over wat niet-creatief schrijven zou kunnen zijn.

– Die avond, weer Tivoli. En alweer een muzikale triomf, maar nu a capella. Met zulke stemmen heb je geen instrumenten meer nodig, niet meer dan dat wat je al bij je hebt, jezelf.

– Wel nodig: pecunia. Opvallend is de glorieuze presentie van Franse ensembles. De Franse staat mag er dan financieel veel minder goed voorstaan dan wij, voor La Gloire hebben ze er veel meer over. Zeker ook op het gebied van cultuur.

Te F, niet NL.

Op de achtergrond klinkt tandengeknars, van Antoine Marchand.

– De volgende dag haal ik, nog net, een trein terug naar huis. Maar de deuren zijn nog niet dicht en ik heb al spijt. Verroeren kan ik me niet meer, haringen in een ton, daar op dat ‘balkon’. (Rijmelt, alweer). Mensen staan ook hutjemutje op de trap, omhoog. Als we nu opeens hard remmen…

Waarom heet die tussenruimte toch ‘balkon’? In elk geval heb ik het Spaans benauwd. Het loopt tappelings langs me af. Utrecht-Amsterdam-Utrecht, het valt me telkens op, met de trein ben je er zo. Maar nu niet.

– Pal voor me de enige twee stoelen op het hele balkon. Er zitten een oudere heer op en een jonge man. Die laatste met oortjes in, natuurlijk, maar, origineler, met zijn horloge als ring rond een vinger. (€4,50, laat hij weten).

Ondanks zijn verstopte oren onderhoudt hij een conversatie met de oudere man naast hem, of andersom.

De oudere vertelt dat mensen nu soms voor hem opstaan, waarop de jongere zegt: ‘Dat lijkt me wel confronterend’.

Bijna zeg ik: ‘Zo’n confrontatie zou ik weleens mee willen maken’, maar ik hou me in. Jammer.

– Pfff, Abcoude… Nog even volhouden. Waarom moeten al die mensen toch zo nodig naar Amsterdam?

TERZIJDE

– FOM ’26

Bezoekers ter plekke: 63.000

Via streaming, op EMTV: 24.000

– Utrecht

Bovenvermeld citaat is de start van het stuk ‘Geurterreur’ in

Ontkurk de wijn! / Wijnboek met tempo, p.59 e.v.

Beter Leven

– FOMO

Fear Of Missing Out.

– Antoine Marchand

Zelf bedacht pseudoniem (en own label) van de oude Oude-Muziek-coryfee Ton Koopman. Die (qua subsidie) wel een Fransman had willen zijn.

– Eerder over Oude Muziek

Nr.228 & Nr.576