605. Step-step-step

Hij plofte neer, tegenover ons. In de trein. Hij hoorde niet bij de anoniemen, de grijze muizen of degenen die zich barricaderen tussen oortjes of een koptelefoon.

Nee, dan hij. Alleen al zijn uiterlijk viel op. Niet in het minst door een broek vol vlekken. Geen gewone. Bloedsporen waren het. Kon er een verband zijn met zijn handen, die vol zaten met ronde wonden? Je zou denken van niet, want die wonden waren door de goedertierendheid van de tijd inmiddels bedekt met korsten. Dat gaf het aanzicht iets kraterachtigs, elk rondje met een doorsnee van een millimeter of zes.

De man had een wat morsig jasje aan, met daarboven een sterke kop. Licht rood aangelopen, met een korte, grijzende baard.

Het enige dat er echt tiptop uitzag waren zijn schoenen. Glimmend, zwart, van de beste kwaliteit all’italiana. Het leek alsof hij met blote voeten in die schoenen zat, iets dat nogal wat Italiaanse mannen nu eenmaal doen. Maar ultra-lage, zwarte sokken onttrokken zich vrijwel volledig aan het zicht.

Ging deze man zich stil houden? Waarschijnlijk niet. Zeker niet. Daarbij bleken het timbre van zijn stem en de kracht van zijn gezicht geheel bijpassend.

Hij had iets te vertellen, hij móest iets vertellen: dat hij in de trein zat was helemaal niet de bedoeling. Normaal ging hij altijd met de bus, de Flixbus, maar die had hij gemist. Twee minuten was hij te laat gekomen, twee! Maar, als monument van stiptheid, was zijn bus exact op tijd vertrokken. Net zoals Italiaanse treinen dat plegen te doen.

Zo zat hij nu, al gapend, met de gebakken peren. Hij was sinds de vorige avond onderweg en nog was hij nergens. Althans, hij was wel ergens, maar nog lang niet waar hij moest zijn.

Hij was op weg van zijn huis buiten Rome naar zijn huis in Zwitserland. Nu moest hij eerst met ons mee tot Zürich, dan overstappen naar Vaduz, in Lichtenstein, en vanaf daar naar zijn huis Nr.3. Want hij had nóg een huis, in Calabrië, daar waar hij geboren was. Wel vermoeiend, al die huizen.

Moe was hij zeker en hij vroeg of we hem wilden wekken, bij aankomst. We beloofden het, maar nodig was het niet. Slapen ging hem niet lukken, praten des te meer.

*

Een paar dagen eerder, op een Italiaans treinstation:

We stappen in de lift, samen met een jongen met een e-step, een elektrische step.

Gekke naam eigenlijk, ‘e-step’. Steppen deed ik vroeger ook, maar daarbij stepte je. Degenen met e-steps Anno Nu steppen niet. Ze staan erop en de ‘step’ doet de rest.

‘Hoe hard kan-ie?’, vraag ik. De eigenaar weet het heel precies en maakt er geen geheim van: ’48’.

Meestal heeft hij een helm bij zich, zegt hij, maar nu even niet.

Reggio Emilia, de vorige dag:

Al wandelend zoeven ze ons links en rechts voorbij, de e-steps. De meeste met twee jonge mensen erop, niet één ervan met een helm.

Met (niet veel) fantasie lijken ze geruisloos op weg naar de Eerste Hulp.

*

De man in de trein, tegenover ons, blijkt er een van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Maar er slecht afgekomen is hij niet. Zodra er een ambacht mislukte, stapte hij over op een ander, maar vaak wel met een batig saldo. Al op zijn achtentwintigste kocht hij een villa van een miljoen. Naar eventuele schuldeisers onderweg konden we alleen maar gissen. Niet naar zijn huidige ambacht. Want wat deed hij nu? Hij verleent service. Voor? Voor bedrijven die huursteps exploiteren in Italië. Amerikaanse bedrijven, vooral.

Dat is een heel gedoe.

– ‘Mogen Italiaanse steden zelf hun eigen regels opstellen?’, wil ik weten. Hij bevestigt het. Dus in plaats A moet je bijvoorbeeld je step inleveren op een vaste plek en in plaats B kan je hem achterlaten daar waar je moest zijn. In elk geval is de huur altijd op basis van een enkele reis, niet voor een dag, een week, of langer.

– Brandende accu’s? Geen punt. ‘Zijn’ steppen zijn Amerikaans, niet Chinees, benadrukt hij en kijkt erbij alsof dat alles zegt.

– Helm? Die wordt binnenkort in Italië verplicht voor iedereen, net als een kenteken en verzekering. Zelf heeft De Steppenman zijn helm altijd bij zich, maar hem opzetten doet hij nooit.

Wangedrag van zijn huursteppers beschouwt hij niet als zijn onderwerp. Hij maakt het steppen mogelijk voor iedereen. Wat ze er verder mee doen is ieders eigen zaak.

Het faciliteren van al dat gestep is hem al ingewikkeld genoeg. Dankzij GPS weten zijn mensen altijd waar de steps zijn, maar ook kunnen ze op afstand zien of er een step onderhoud behoeft, zoals het opladen van de accu’s. Kortom, ze karren heel wat rond, ook om ze weer beter te verspreiden zodra er te ernstige ‘steppenkluitjes’ ontstaan.

– Snelheid? Van zijn steps: 24, maximaal.

– Diefstal? Een probleem. Niet zozeer om zo’n gejatte, traceerbare step te blijven gebruiken, maar om de batterij. ‘Lithium, daar gaat het ze om’, weet de wereldwijze Steppenman.

En passant onthult hij ons het geheim van zijn wonden. Hij is met een sterk zuur aan de gang geweest. Inclusief spetters.

‘Handschoenen zijn een mooie uitvinding’, zeg ik, denkend dat hij daar wel tegen kan. Het klopt. Hij grijnst en belt tussendoor met een bella signora, een mooie dame, die op hem wacht.

We bespreken de ‘ndrangheta, de Calabrese maffia die zijn geboortestreek stevig in de greep heeft. En meer. De ‘ndrangheta, zo weet hij, heeft inmiddels de overige maffia’s van Italië overvleugeld en dat ze ook in de Lage Landen zijn neergestreken verbaast hem allerminst.

‘Ik probeer me er verre van te houden’, zegt hij.

‘Maar’, suggereer ik, ‘als ze lucht van krijgen van een grote taart bij u waarvan zij wel een stevige punt zouden willen, dan komen ze misschien toch bij u’.

Wat dat betreft maakt hij zich echter grotere zorgen om groepen uit Bangladesh. Hij heeft ‘honderden’ mensen aan het werk, zegt hij, en de meesten komen van daar. ‘Italianen krijg je er niet voor’.

Hij heeft trouwens nog meer om zich zorgen over te maken: taxichauffeurs. Die zien de e-steps een beetje zoals jagers wolven zien, deels jagend op dezelfde prooien: mensen die even van A naar B willen, waarbij de e-step boven de auto nog een voordeel heeft: geen last van files.

Kortom: broodnijd. En met kwaaie tassisti is het kwaad kersen eten. Al één keer heeft een van hen hem op een haar na van achteren aangereden. Expres, zo weet hij.

Is het ook daarom dat hij honden heeft van het type ‘Alarmfase 3’? Kruisingen tussen een cane corso en een mastino napoletano, beide oorlogsrassen uit de oudheid. Eén heeft hij er daarvan in Rome en één in Zwitserland.

Cane corso

Beeld: Royal Canin

Mastino napoletano

Beeld: Purina

En daar een kind van…

In zijn Romeinse villa biedt hij daarnaast nog onderdak aan een stel Afrikanen en een Afghaan. Onder meer, lijkt het wel.

Wat een bijzondere, wonderlijke man. Hij wil ook weten wat ik doe en hoe ik heet. Uitgebreid oefent hij de langgerekte ‘oo’, dat waarvan de Italianen altijd twee, aparte klanken willen maken.

We houden halt op een station. De Steppenman staat op, om te zien of er tijd is om, heel snel, even te roken. Vandaar zijn donkere stemgeluid.

Zodra hij zich omdraait moet ik denken aan Pasen, een paar dagen terug. Aan de Matthäus Passion:

Und siehe da, der Vorhang im Tempel zerriß in zwei Stück(…)

Hij komt terug, knarsetandend. Er was net te weinig tijd voor een paar goede halen. Zal ik het hem zeggen, of niet? Bij vrouwen is zoiets altijd een dilemma. Moet je het ze zeggen als door het stiften ook het witte rood is?

Maar hij, hij kan mijn bericht wel hebben, schat ik. Hij is trouwens, snel voor Italiaanse begrippen, met mij alras overgegaan op ‘je’ en ‘jij’.

Vooruit dan maar: ‘Weet je dat je broek van achteren open is gescheurd?’

Hij weet het, maar hij zit er niet echt mee. Ook dat nogal on-Italiaans.

Bij een volgend station is er wél even tijd om te paffen, meldt de conductrice, een medesnakkende. De Steppenman staat op als een veer en, als om zich te excuseren, laat weten: ‘Dood ga ik toch een keer’. Bijna opgewekt.

We zijn er, Zürich. Nu heeft hij haast. We nemen afscheid en voor ons trippelt hij de trap af. Daaraan zag je wat er in zijn paspoort staat. De foto, erboven, zegt: ‘Al een heel leven achter zich’, terwijl de cijfers weten: ‘Nog lang niet’.

TERZIJDE

Vaduz, daar was ik ook ooit. Eén keer.