606. Iran (2x)

We zijn er weer. Op het vliegveld van Florence. Niet dat we gevlogen hebben. Nee, we hebben onze vliegschaamte ingeruild voor iets heel anders: ’treintrots’. We zijn vanaf Amsterdam naar Florence getreind en vanaf daar met een trammetje naar het vliegveld. Om daar… een auto te huren.

Bij het verhuurbedrijf zijn ze nog op treintrots niet ingesteld. Om vooraf online te kunnen reserveren moet je je vluchtnummer opgeven, anders kom je er niet door. Dus hebben we er maar een bedacht.

Nu we toch weer eens op de Florentijnse luchthaven zijn, maken we er meteen het beste van. Eerst koffie. De ruimte waar je daar kan genieten van een cappuccino zoals het hoort, is uniek. Vanwege het behang. Literair behang zowaar. En wat kan je daarop lezen? De Divina Commedia, de Hemelse Komedie, van Dante. Helemaal, van begin tot eind.

Niet dat iemand er ook daadwerkelijk aan het lezen slaat. Sterker, als een half procent van de bezoekers oog heeft voor dit culturele unicum, dan is het veel. Als om dat te illustreren heeft men intussen de in Italië heilige tekst al in het begin verrijkt met waar de bezoekers wel warm voor lopen, al is dat dan gekoeld.

Zelf word ik op deze plek altijd warm voor iets anders. Voor een vrouw. Zou ze er zijn, dit keer? Vaak kom ik hier niet, maar áls ik er ben vraag ik altijd naar haar. Steevast. Maar ik tref haar nooit.

Dit keer wel. En vol verwachting klopt mijn hart.

Om wie gaat het? Om een arts. Het is de luchthavendokter, die mij eens hielp met een verse wond op mijn been. Die wond is nu dicht en allang vergeten, maar haar vergeten doe ik niet. Het was een dokter uit Iran, door il destino, het lot, terechtgekomen in het land van Dante.

Ik bel aan bij de deur van de Eerste Hulp.

Avanti!‘, klinkt het. Ik open de deur en daar is ze, in vol ornaat. In haar medisch uniform. Een lichte broek en een dieprood jack.

Wow, wat een vrouw! Het blijkt dat ik me haar altijd heb herinnerd als ’totaalervaring’. Niet hoe ze er precies uitzag.

Zelf was ik als totaalervaring minder onvergetelijk. Ze weet er niets meer van en vraagt naar dat wat bij de totaalervaring van mijzelf helpen kan, naar wat ik dan had waardoor ik bij haar kwam.

Maakt niet uit, wonderlijker is dat ik me haar uiterlijk niet meer goed voor ogen had, want ook dat is een spektakel. Haar medische outfit heeft niet verhinderd dat ze zich heeft getooid met wat wel een doktersrecord aan armbanden moet zijn. Ook haar halskettingen en oorringen kan ik zo gauw niet tellen. Haar weelderig haar is diepzwart, in bedwang gehouden door een brede, even zwarte band.

En dan zijn haar meest indrukwekkende juwelen nog niet eens genoemd: haar ogen. Amandelbruin, met iets van groen, schitteren ze haar patiënten tegemoet. Zo, dat die hun medische probleem op slag zouden vergeten. Wat een fonkeling, wat een vuur!

Terwijl ze niet meer de jongste is. Sterker, ze onthult: ‘Volgend jaar ga ik met pensioen!’. Zo lang is ze hier dus al. Volledig ingeburgerd, woont ze nu vlakbij de beroemde Ponte Vecchio, maar toch is ze nog honderd procent Iraans. Onmiskenbaar.

Ik betuig haar mijn deelneming over wat haar vader- en moederland te verduren heeft, kreunend onder Amerikaans-Israëlische bombardementen. Ze neemt het met dank in ontvangst.

Ik toon haar de foto’s van een recente blogpost, over een Iraanse demonstratie, en vraag of de vlag die daarop te zien is ‘haar’ vlag is. Die van vóór de islamitische revolutie. Ja, helemaal.

En de zoon van de sjah, Reza Pahlavi, is ze daar ook voor? Honderd procent, zelfs al heeft die erfgenaam van ‘de pauwentroon’ nog aanzienlijk minder jaren in zijn vaderland doorgebracht dan zij.

De sjah mag dan erg zijn geweest, de ayatollahterreur is nog erger, zegt ze. Een schokkender teken aan de wand kan je niet krijgen: de bevolking van een land dat vreemde bommen ziet vallen zoals een boer met een verdroogde akker langverwachte regen. In de hoop dat verwoesting hun kwelgeesten weg kan krijgen.

Snapt de dokter ook de vlaggen van Israël, waar de Iraanse demonstranten nu mee zwaaien? Ook dat. Ze zien de vijanden van hun vijanden nu opeens als hun vrienden. Onterecht, wellicht, maar toch.

Er wordt gebeld. Dit keer staan er mensen voor de deur die niet de groeten komen doen. We nemen afscheid, vrijwel zeker voor het laatst.

Haar armbanden rinkelden.

Gek, dat je het toch zag, of meende te zien. Dat hij rijk was. Zeker wisten we het niet. Niet dat zijn financiële situatie aan de orde kwam.

We zagen alleen zijn hoofd, met daarop een paar op zijn kalende schedel klevende haren. We zaten in een thermaalbad, een plek waar de meesten precies dat doen: zitten. Bewegen doen de meeste mensen er, al stovend, nauwelijks. Behalve hij. Hij trok baantjes, iets waarvoor een thermaalbad eigenlijk niet is geschikt. Een buitenbeetje dus, tussen de keutelende, keuvelende Italianen door, die het natuurlijk hadden over wat ze gingen eten. En gegeten hadden.

Ook zijn Italiaans was perfect, al was hij dan een vreemde eend in de bijt. Hij kwam uit… Iran. Misschien was hij al net zo lang in het land van Dante als de dokter. We ontmoetten elkaar in een hoekje van het bad, nadat hij uitgezwommen bleek.

Ook aan hem betuigden we ons medeleven over wat er in zijn eigen land gaande was. Ook hij bedankte, maar hij maakte zich op zijn beurt weinig illusies. Niet over de motieven van de Amerikaans-Israëlische tandem en ook niet over het Iraanse regime. Wat dat laatste betreft komt hij met een voor mij nieuw cijfer wat gedode demonstranten betreft, bij de onlusten eerder dit jaar: veertigduizend. Veertig! Zelf was ik nog bij twee-. Ook dat leek me al obsceen veel, bij het schieten met scherp op de eigen bevolking.

De baantjestrekker heeft ook geen hoop wat de zoon van de sjah betreft. Maar wat dan? Hoe te voorkomen, mocht het regime ooit vallen, dat het land ten prooi zal zijn aan geweld tussen verschillende groeperingen van eigen bodem? Veel onderdrukkende regimes onderdrukken ook dat, zodat het maar de vraag is of regime change per saldo gunstig uit zal pakken.

De Amerikaanse president kan dat allemaal weinig schelen. Hij heeft gedreigd Iran terug te brengen ’tot de steentijd, daar waar ze horen’. Aldus iemand over een land met een duizelingwekkend veel rijkere historie dan het zijne, iemand wiens eigen culturele bagage niet veel meer bevat dan McDonalds.

Oké, ook dit.

Het was een opmerking die veel Iraniërs de ogen opende. Die van De Baantjestrekker waren dat al.

*

Hoe gaat het aflopen? Gaat het lijken op de oude geschiedenis van het Perzische ‘Leger van 10.000’? Dat waren elitetroepen die, al naar gelang de verliezen, voortdurend werden aangevuld. Niet dat die verliezen niet werden geleden, maar het feit dat de troepensterkte altijd op 10.000 bleef had op de vijand een demoraliserend effect.

TERZIJDE

– ‘Treintrots’ is een nieuw Joostianum, een uitdrukking uit eigen keuken.

– Voor de eerdere post over de Iraanse demonstratie, kijk hier.

– Nieuw fenomeen in het thermaalbad: een waterdicht zakje voor iets dat tot in den dood onmisbaar schijnt, je telefoon.