TRIËST

 

ReisTips

Nr. 23


TRIËST

 

 

 

pose.M
Triëst, detail. Of: ‘Hoe win je een oorlog (niet)?’


Bij de Italiaanse plaatsnaam Triëst denk je onwillekeurig aan ‘triest’. Althans ik. Zelfs al spreek je het anders uit, ‘Triëst’ oogt niet vrolijk. Door dat toevallige woordbeeld begint de plaats in het uiterste noordoosten van Italië al met een achterstand.
Ook in het echt ziet Triëst er wat triestig uit. Het is een spreekwoordelijk voorbeeld van vergane glorie. Ooit werd het wel ‘Wenen aan zee’ genoemd, maar door het trieste ga je in Wenen eerder een werkwoord zien.
Sterker nog, een Triestino vertelt dat zijn stad zo ongeveer de Italiaanse hoofdstad is wat betreft het aantal mensen dat de draad kwijt is. Een artikel in de krant La Stampa wijt dat aan de ‘bora’, een snoeiharde wind die de stad sinds mensenheugenis (te) vaak te lijf gaat. Zelfs een koppositie op het gebied van zelfmoorden werd eraan geweten. In elk geval was het vanuit Triëst dat de psychiater Franco Basaglia een nieuw soort wind deed waaien. Hij startte er zijn ‘bevrijdingsbeweging’, die in 1978 zou leiden tot het openen van de deuren van Italië’s gesloten inrichtingen, waarna die instellingen zélf werden gesloten.

Scheepvaart bracht Triëst vroeger veel.


Nu het goede nieuws: in Triëst lijkt het dieptepunt voorbij. De stad is weer op de weg omhoog. Ooit een bruisend schakelpunt tussen oost en west, noord en zuid, was Triëst een tijd lang door harde grenzen gereduceerd tot een uithoekje van Italië. Inmiddels vormen die grenzen nauwelijks nog een barrière en is de stad op zijn minst weer een doorreisplaats. Verloederde straten knappen op. De komst van een gastronomietempel in de vorm van een filiaal van de keten ‘Eataly’ doet aan als een zwaluw na de winter. Er is verse horeca, terwijl een paar van de klassieke ‘Weense’ koffiehuizen de crisis hebben doorstaan.
Ga je naar een restaurant als ‘Baracca e Burattini’, dan zie je er een levensvreugde die misschien wel nooit is weggeweest. In elk geval lijkt het alsof de gasten er nooit meer weg willen gaan. Een Triestino had tegenover ons al gelamenteerd over de koffiecultuur in de rest van Italië: ‘Slok, slok, wegwezen’, terwijl ze in Triëst (thuisbasis van Illy Caffè) er juist uitgebreid bij gaan zitten. En kletsen. Net zo in het restaurant.
In de keuken merk je de invloed van ruim vijf eeuwen Habsburgse overheersing en de nabijheid van Oost-Europa. Zo is er goulash en kan uiteraard de ‘jota’ er niet ontbreken, de lokale maaltijdsoep met zuurkool, bonen, aardappelen en spek. Zelf gaan we aan de animelle, zwezerik. De prijs-kwaliteitverhouding blijkt optimaal en de bediening vriendelijk, ondanks de drukte. Zonder reservering kom je er niet in.

Slapen kan je er om de hoek, in een voormalig notariskantoor. De zoon des huizes hing na een overdosis vechtscheidingen als advocaat zijn toga aan de wilgen en begon er een Bed & Breakfast, Lo Studio di Joyce. Niet dat James er ooit een voet binnen heeft gezet, maar lange tijd dreef de stad op Joyce als reddingsboei:

‘Kom naar ons, omdat een beroemd schrijver hier ooit woonde!’

Ver van Dublin schreef Joyce er onder meer een groot deel van Ulysses, het boek dat veel mensen die boeken hebben hebben, maar zelden hebben (uit)gelezen.
Nu moet Triëst weer op eigen benen leren staan. Ze zijn eraan begonnen.


*

Baracca e Burattini
Via di Torrebianca, 19
Tel. +39 040.631766
Mob. *39 347.1595907

Lo Studio di Joyce

*

TERZIJDE
In Italië zijn heel wat werkmannen te vinden die ’s ochtends hun koffie laten ‘corrigeren’ met een scheut van iets sterks.
In Triëst zagen we meerdere groepen arbeiders om 10 uur aan… een goed glas wijn.

De zelfmoordcijfers zijn in Italië van oudsher laag. Het hoogst zijn ze in het uiterste noordoosten en noordwesten van het land.


*

© Joost Overhoff