La Vecchia Pergola

 

ReisTips

Nr. 17

MET DE GROETEN VAN JULIANA ZALIGER:

Ristorante
LA VECCHIA PERGOLA

Giglio Porto (Toscana)

*

Hotel
IL PELLICANO

Porto Ercole (Toscana)

Al eerder kwam elders op deze site een restaurant ter sprake waar koningin Juliana vaak kwam: La Vecchia Pergola op het Toscaanse eilandje Giglio.
Die ‘Pergola’ blijkt nog even prima, nu in het jaar 4 n.CC. We waren er namelijk voor het eerst sinds het uitzicht er vakkundig is ontdaan van het wrak de Costa Concordia, het cruiseschip dat ‘voor de deur’ van La Vecchia Pergola verging.
Op Giglio mag er dan inmiddels ‘vóór en na de Concordia’ bestaan, de koers van de Pergola blijkt onveranderd standvastig: goed, maar niet luxueus. Geknipt voor Juliana, die er aan kwam zetten met haar jacht vanaf het plaatsje Porto Ercole, alwaar ze een villa bezat.
Op weg naar het wrak van de Concordia, kort na de ramp, ontmoette ik bij toeval de vrouw die de kokkin van Juliana was wanneer de koningin in Porto Ercole resideerde. Zij bevestigde dat de regina olandese vooral hield van ‘gewoon’. Gewoon doen en zijn. Het enige ongewone, voor Italiaanse begrippen, was haar gewoonte vroeg te eten.

Maar in al die jaren waarin wij Italië hebben doorkruist, brachten wij het nog nooit tot in Porto Ercole. Tot nu.
Eindelijk reden we dan door het plaatsje waar wij ’s zomers in Nederland altijd van hoorden, wanneer de koninklijke vlag weer eens was verhuisd van Soestdijk naar ‘Herculeshaven’.
Maar, eerlijk gezegd, al rijdend door dat Italiaanse plaatsje nodigde het niet echt uit tot parkeren. Kortom, na een leven lang nieuwsgierigheid naar Porto Ercole stopten we er niet eens. Nee, we zagen meer in een rondje Argentario, het schiereiland waarop Porto Ercole gelegen is. Maar ook daar kwam het niet van. De weg hield op. We konden niet verder. We waren doodgelopen, al zaten we dan in de auto en waren we niet dood. Sterker, onze magen knorden.
Geluk bij een ongeluk: daar waar de weg ophield stond een hotel, met bar en restaurant. Maar tussen ons en een gevulde maag stond een gesloten hek. Daarvóór een intercom, waarmee je je komst moest melden. Goed, deze gietijzeren entree kon ons wel doen vermoeden dat zich daarachter geen frietkot bevond, maar we dachten: ‘Nu il destino ons hier heeft gebracht, laten we het gewoon gebeuren’.
We meldden ons en het hek zwaaide open. Naar een parkeerplaats was het vergeefs zoeken, maar een man met een hoge koksmuts wees ons richting een garage onder de tennisbaan. Aldaar zetten wij ons Volkswagentje te rusten, een model auto dat er te midden van wat er al stond een opvallend bescheiden indruk maakte.
Zelf begaven we ons in een soort mediterrane Hof van Eden met de naam ‘De Pelikaan’. Luxe alom, vanaf de hooggelegen ingang tot aan de zee, met diverse tussenliggende niveau’s. Schitterend, werkelijk waar.
Het restaurant lieten we, wijselijk, links liggen. In plaats daarvan kozen we een wat informeler uitziende gelegenheid met een ook wat simpeler naam, de ‘Pelligrill’.

De maître die er op ons afkomt, daarentegen, is onberispelijk gekleed. Hij informeert beleefd naar ons kamernummer.
‘Ehm, wij zijn passanten…’
Het blijkt geen punt. Apart misschien, dat wel, maar we zijn hier in het soort gelegenheid waar de klant – met creditcard – koning is.
Kijk, daar komt de vriendelijke sommelier, die ons bij wijze van binnenkomer een fles voorhoudt met rosé champagne.
‘Ik moet nog rijden’, wimpel ik af.
Aha, een ander glaasje wit dan misschien? Hij toont ons een fles waarvan hij niet het etiket geheim houdt, maar wel de prijs. Het is Gaja, Rossj-Bass 1999. ‘Hm, dat gaat iets kosten’, denk je dan.
Maar vooruit, het is vakantie. Bij het inschenken vertelt de sommelier nog dat het hier om een wijn gaat die niet op hout is opgevoed, maar puur op staal. Precies wat we willen.
We heffen onze glazen. Stop! In het ene glas drijft één stukje kurk, in het andere zes. Nou ja, we zijn niet te beroerd. We roepen de sommelier en vragen hem om nieuwe glazen, zodat hij de wijn zonder kurk kan overgieten.
‘Stukjes kurk beïnvloeden de smaak niet’, zegt de sommelier, alsof hij ook deze geste onzerzijds nog af kan wenden.
‘Maar normaal zijn ze bij het drinken van wijn niet inbegrepen’, zeg ik.
De sommelier vindt dit heel geestig, zegt hij. Maar we zijn hier op een plek waar alles wat de gast zegt goed of geestig is. Hoewel de wijnschenker het lijkt te menen, krijg je hier al snel last van hetgeen waar koningen en koninginnen wellicht ook last van hebben: welke reactie is echt en welke niet? Bestaat er wel een echte?
Eén ding is zeker echt: de slokjes wijn die door de overgietoperatie onvermijdelijk verloren gaan worden door de sommelier niet bijgeschonken. Ach, het weer is mooi, we gaan niet zeuren. Die twee slokjes…
We nemen gewoon een slokje van wat er nog over is, en denken meteen: ‘Als deze wijn niet op hout gelegen heeft, dan is Gaja gajes’.
‘Nou ja, een beetje hout’, zwenkt de sommelier desgevraagd. Beetje?
In elk geval weet hij waar de voormalige villa van Juliana gelegen is. Op een flesworp afstand! Zou zij dan ook hier met regelmaat zijn aangeschoven? De maître doet navraag. Het antwoord is ‘Ja’.

Ongelofelijk, we eten dus nu binnen 24 uur in twee verschillende ‘koninklijke’ restaurants. Het blijkt overigens dat de Italiaanse villa vlakbij De Pelikaan vooral een initiatief van prins Bernhard was. Hij liet het zelf bouwen, naar het schijnt ‘in Spaanse stijl’. Zoiets als een chateau in Geldermalsen. Ook de naam was curieus: ‘De Gelukkige Olifant’, genoemd naar de diersoort die de eerste president van het Wereldnatuurfonds zo graag placht af te knallen. Terwijl sinds Hannibal, in het jaar 2230 v.CC, dat soort viervoeters in Italië niet is waargenomen.

Wel heel Italiaans, daarentegen, is het recht om je als gewoon mens langs de vloedlijn te mogen bewegen naar publieke stukjes strand. Zelfs al is dat, zeker in het ‘Engels’, niet altijd even duidelijk.

beach.m
Vrije doorgang, uitsluitend voor het bereiken van de vloedlijn en het publieke strand”.


Het werd de Oranjes alsnog duidelijk gemaakt, ten aanzien van een door hen bezet gehouden strandje. Daarna was de pret er wat vanaf, zo lijkt het althans. In elk geval werd de ‘Olifant’ verkocht.

Ondertussen kijken we vanaf onze riante positie in de ‘Pelligrill’ om ons heen. Maar waar we ook kijken, koninklijke types zien we niet. Het publiek valt nogal tegen. Kennelijk is een hoog prijspeil nog geen garantie voor een stijlvolle clientèle. Maar waar gaan de stijlvollen dan wel naartoe? Geen idee.
Zeker, het is zondigen met zo’n uitzicht, maar we kunnen het niet laten. We kijken even op booking.com. Daarop vinden we als goedkoopste optie een Pelikaankamer voor 795 euro. Zonder uitzicht op zee. En we vinden er het commentaar van een Engelsman: “I did not like the type of people that are attracted to this hotel”. Wie weet, misschien moet je voor het beste publiek wel een hotelniveautje zakken?

pelikaan.M
2x pasta: 64 euro / 2 glazen wijn (– 2 slokjes): 56 euro / 1 fles water: 6 euro / 2 espresso: 12 euro.


Voordeel van het nadeel: je voelt je in De Pelikaan niet te min, zelfs als er in de garage maar een simpel wagentje op je staat te wachten. Maar misschien braken we vandaag voor De Pelikaan wel een record: de laagste lunchrekening ooit…

*

La Vecchia Pergola
Tel. 0564 809080

Il Pellicano
www.pellicanohotels.com/hotel/il-pellicano

*

©  Joost Overhoff

Alle ReisTips