614. Viraal / 1

Het was een ‘madeleine’. Met een kleine m. Geen vrouwelijk schoon, maar iets dat je kan eten. Een mini-cakeje. Een banketschuitje, van een centimeter of acht.

Het was een opvallend klein dingetje voor iets met zulke grote gevolgen. Althans, in de wereldliteratuur. Als een stuwdam die doorbrak, met een vloedgolf aan herinneringen erachteraan. Dat was wat er gebeurde met de Franse schrijver Marcel Proust toen hij, na lange tijd, weer zo’n dingetje proefde.

Eenmaal geconfronteerd met zijn nostalgische tsunami, dacht de schrijver: ‘Ik schrijf het op’. Et voilà. Daardoor zit de mensheid nu ‘opgescheept’ met À la recherche du temps perdu.

Oftewel:

1 madeleine (precies) → 1,26 miljoen woorden (ongeveer).

*

Anno 2026,

Mijn eigen ‘madeleine’ is een aanzienlijk grotere schuit, met een aanzienlijk bescheidener gevolg.

Mijn madeleine meet honderdzeven meter en is voor consumptie ernstig ongeschikt. Haar naam is Hondius. Met een grote H.

De Hondius is een Hollands schip, genoemd naar een Vlaamse uitgever/cartograaf met de zo vrolijke voornaam Jodocus.

Johannes Vermeer / ‘De Astronoom’ / 1668
Met een hemelglobe van Hondius.

Tot voor kort had vrijwel niemand ooit van dit schip gehoord totdat het, opeens, het wereldnieuws binnenvoer. Daarna ging het hard en wie weet is het nu wel ’s werelds beroemdste schip. Na de Titanic.

Wat gebeurde? Het schip werd getroffen door een uitbraak van een dodelijk virus. De wereld, nog narillend van corona, hield de adem in. Livestreams hielden het schip non-stop in de gaten en, zo niet, dan kon je het nog volgen op maritieme sites. Ook ik deed dat en zo kwam ik, ook opeens, oog in oog met mijn eigen madeleine:

Bron: VesselFinder

*

Eens kijken, wat herinner ik me er nog van, van dat toch onvergetelijke avontuur? Heel wat, maar met gaten. Daarnaast zijn sommige details ruim een halve eeuw later nog haarscherp, andere vaag.

Ik steek gewoon van wal. Hoeveel woorden het gaan worden, dat zien we vanzelf.

*

Een echte zeiler ben ik niet. Nooit geweest, nooit geworden. Ik ben een echte landrot, die ooit ’te water’ is geraakt. Dat kwam zo:

Ik had een vriend, van school. Een voorlijke vriend. Zo had die vriend al gescheiden ouders in een tijd dat zoiets nog uitzonderlijk was. Misschien dat heel wat ouders dat toen ook al wilden, maar het kwam zelden voor. Want ‘dat dee-je niet’.

Mogelijk dat zoiets ook de oorsprong was van een van mijn vriends zo treffende spreuken:

Hoe dan ook leidde de scheiding van zijn ouders ertoe dat zijn leven werd verrijkt, in alle opzichten, en het mijne erbij.

Een stiefvader verscheen op het toneel. En mocht je denken ‘Alles met stief- loopt scheef’, nou nee. Deze ‘stief’ was rijk. En niet alleen dat.

Vorige week nog las ik over een vrouw, die zei: ‘We zouden rijk zijn, als mijn man geen schip had’.

Stief deed dat beter. Hij had een schip én hij was rijk. Hoewel het schip dat hij had die zuchtende dame heel goed deed begrijpen. Het was een bodemloze put.

Maar zelden was een put zo mooi. Een schip als een plaatje, van lijn, van alles. Zo’n vijftien meter lang, honderd procent hout. Prachtig.

Een kwestie van lijn.

Met zo’n lijn had ze ook best ‘Madeleine’ kunnen heten, maar het werd ‘Flamingo’. Roze was ze niet, maar goed, elegant klonk het wel.

Maar ‘ze’, want schepen zijn nu eenmaal vrouwelijk, ze was moeilijk in de omgang. Gebouwd net voor een tijd waarin allerlei nieuwigheden hun intrede deden, zoals de automatische piloot, GPS en wat al niet, was er alsnog van alles in aangepast en gaande, maar moeizaam. Dat gold ook voor de bouw op zich. De werf had zich in de constructie van dit kostbare kunstwerk ernstig vergist, verslikt. De Flamingo was hun eerste schip en meteen hun zwanenzang.

Maar ze was er, en hoe! Al was haar zeilen dan niet simpel, ze was een zeewaardig sieraad.

Ook ik mocht daar een paar keer van genieten, op de Middellandse Zee en Het Kanaal. En bikken op haar huid, om die schoonheid te ontdoen van wat niet past bij een beauty queen, zeepokken.

*

Anno 1974,

Zo kon het gebeuren dat Stief, geheel onverwacht, een beroep op mij deed. Hij had mij nodig. Zowaar.

Wat was het geval? De Flamingo bevond zich een eind weg, in Lissabon. Maar ze moest naar… Muiden, een plaatsje in de Lage Landen. Zelf had Stief daar geen tijd voor. Hij had het te druk met rijk blijven, nog extra door zijn houten molensteen. Ook mijn schoolvriend was niet beschikbaar. Dus, ik dan?

Waarom niet? Zo gezegd, zo gedaan. Althans, het begin.

In de Portugese hoofdstad ontmoette ik de ingehuurde kapitein. En wát een kapitein! Een zeebonk eerste klas. Een bijklussende tankerkapitein, uit Canada. Please, meet John. Wat een man, met armen als scheepstrossen.

John, rechts.

Maar een kapitein en één matroos was voor de Flamingo aan de krappe kant. Daarom was er nog een bemanningslid op komst, ook vanuit Nederland. Iets ouder dan ik. Misschien was-ie al wel twintig? Maar gek, zowel zijn naam als zijn gezicht staan me niet meer voor de geest. Misschien ook door wat er te gebeuren stond, waardoor er daarna in mijn hoofd voor hem geen plaats meer was…

*

Wordt vervolgd.