354. Klavierleeuwin

Ik was er wat laat mee. Met ontdekken dat ik vaak wat laat ben. Met de dingen.

Ik was er wat laat mee. Met ontdekken dat ik vaak wat laat ben. Met de dingen.

opklap.L
Pas net ontdekt: een ‘opklapklavecimbel’, in het Rijksmuseum

Nu ook weer. Met het ontdekken van Yuja Wang. Bovendien was dat ontdekken niet het gevolg van een ontdekkingsreis, nee, ze werd me op een presenteerblaadje aangeboden. Door YouTube.
Dat krijg je ervan als je het YouTube-fragment dat je gekozen had voorbij laat gaan zonder in te grijpen. Dan krijg je daarna iets anders gepresenteerd, dat door een algoritme voor jou is bedacht. Volautomatisch.
Dat algoritme kent je zoekgeschiedenis en weet zo wat je voorkeuren zijn. Daarom had het wel iets confronterends wat Oom Algo voor me in petto had. Zeker, het was, heel keurig, klassieke muziek. Klassieke klassieke muziek zelfs. Rachmaninoff.
Ik hoorde de eerste maten voordat ik keek. En dacht: ‘Zó! Van wie komt dát?!’ Daarna pas keek ik en geloofde mijn ogen niet. Wat zich de volgende drie kwartier voor mijn ogen ontrolde was totaal onverwacht. Dat een pianoconcert iets weg kan hebben van een seksfilm had ik niet gedacht. Een seksfilm van niveau, dat wel, maar toch.
Achter het klavier zat een vrouwelijke gestalte in een jurk… Het was een jurk waar meer dan voldoende stof aan zat om haar tengere lichaam twee keer compleet mee te omhullen, maar zelfs één keer was niet gelukt. Daarbij was, als door een mysterie met voorbedachte rade, het been aan publiekszijde vrijwel volledig onbedekt gebleven. Ook elders bood de couture de nodige ‘velvrijheid’. Dat alles uitgevoerd in een zuurstokkige tint.
Ik was verbluft. Het leek wel alsof het de camera enige moeite kostte zich ook te richten op haar gezicht. En ook daar was, alleen al door de afwijkende boog van haar koolzwarte eyeliner, overduidelijk dat hier sprake was van iemand die buiten de klassieke lijntjes kleurde.
Daar zat Yuja Wang, geboren in Beijing, ruim nadat ik daar zelf ooit woonde. Ze speelde de sterren van de hemel.
Daar moest ik meer van weten.

 

What’s in a name?

 

Haar echte naam is 王羽佳, Wang Yujia. Bij de grote baas van China, Xi Jinping, zijn we inmiddels gewend om zijn naam op z’n Chinees te schrijven, met de ‘achternaam’ vooraan. Bij Wang (nog) niet. Ze woont in New York. Ook Yuja is een verwesterde vorm. ‘Ja’ komt in het Chinees niet voor.

Wang = Koning, een gangbare familienaam. Yu = veer, pluim, maar ook een toon in de Chinese vijftonige reeks. En Jia = goed, fijn, mooi. Precies zoals je je dochter wilt hebben, helemaal als die geboren wordt in een kunstzinnig nest.

 

Achter de piano gezet op haar zesde bleek ze al gauw steengoed. Inmiddels heeft ze, zoals de Italianen zeggen, ‘de leeftijd van Jezus’. Te weten: 33.
Een fabelachtige techniek is voor Chinese pianisten tegenwoordig vrijwel standaard. ‘Oefening baart kunst’, luidt het gezegde, maar vaak blijft dat bij een kunstje. Wang, daarentegen, maakt gehakt van het vooroordeel, mocht dat nog bestaan, dat Chinezen westerse muziek technisch perfect kunnen spelen zonder dat het muziek wordt.
Ooit zag ik het resultaat van in het westen gemaakte foto’s waar in China ‘echte’ schilderijen van werden gemaakt. Met de hand. Het resultaat was even precies als levenloos. Nee, dan Wang. Ook zij maakte op een van haar westerse leraren indruk door haar techniek, maar meer nog door haar ‘intelligentie en goede smaak‘.
Zo is het precies. Haar ‘Rach 3’, in jargon, knispert. Helder als kristal. En iemand die zó goed is, kan zich haar sexy outfits ook permitteren. Want, zo blijkt, op iets slooms zal je haar nooit betrappen.
Als ze middelmatig was, of zelfs gewoon goed, dan zouden die splitten en torenhoge hakken pathetisch zijn, hoerig, of gewoon aanstellerij. Nu heeft het eerder iets verfrissends. Daarbij steekt het vermakelijk af bij de stijve concertkostuums van de mannen achter haar, die zowel hun best doen voor zich te blijven kijken als om haar bij te houden wanneer ze er vandoor gaat.
En, zo stel je je voor, zelfs de mannen in het publiek die plichtmatig de concerten afwerken die hun vrouwen hebben besteld, turen nu zowaar met interesse in de verte. Zich verbijtend dat ze hun toneelkijker zijn vergeten. Ze zien niet wat wij zien. Er glanst opeens iets op haar been. Van een druppel. En nog een.
Daar, op het podium, zit een klavierleeuwin. En wat voor een.

Gaat dat zien en horen: Rachmaninoff Pianoconcert No.3

TERZIJDE
Goede smaak Deel 2
Wangs sexappeal bezorgt haar veel schunnig commentaar.
Dat bracht haar ertoe mee te doen aan een avond die door The New York Times als volgt werd omschreven :
The music-comedy event included jokes that ranged from unpleasant to offensive‘.

Goede kans dat u zegt: ‘Wang, die kennen wij allang’.

Zelfs dit heel andere concert, uit 1987, kende ik nog niet..
Weer zoiets dat als vanzelf langs kwam in de YouTube-carroussel.
Wat Horowitz mist aan jeugdig elan, twee jaar voor zijn dood, wordt meer dan goed gemaakt door het patina van zijn meesterschap.
Anders dan Wang doet Vladimir niet aan visuele lekkernijen. Integendeel, hij gooit zijn grote snotlap telkens na gebruik achteloos in de vleugel. Midden in het zicht.
Gaat dat zien en horen Deel 2: zoals Schubert Impromptu D.899 No.3. Vanaf minuut 32.

Martha Argerich:

Hij is de beste minnaar die een piano ooit heeft gehad‘.

Kan dat nog mooier? Bijna wel.
Een zekere Jeffrey Middlebrook schonk YouTube dit commentaar:

Horowitz never died, God just wanted piano lessons!!’