340. Heilige Hilde

Van nog veel langer geleden is Hildegard von Bingen, maar zij is juist weer helemaal terug van nooit echt weggeweest. Ze was iemand die door haarzelf voor eeuwig van zich liet horen: ik ken haar vooral als componiste van de meest prachtige, etherische muziek. Anderen aanbidden haar als heilige in religieuze zin, dan wel als heilig verklaarde ‘superwoman van de Middeleeuwen’. Als een soort feministisch boegbeeld.
Daarnaast is ze sinds kort in Nederland bekend door de bioscoopfilm ‘De beentjes van St.Hildegard’.

Dus wat doe je als je in de buurt van Bingen bent?
Verrassing Nr.1: voor Hildegard moet je niet in Bingen zijn, maar aan de overkant. Daar ligt de kolossale abdij die aan haar is gewijd. Veel kloosters lijden onder een nonnentekort, maar dat van Hildegard heeft een wachtlijst.
We steken de machtige Rijn over en bereiken Rüdesheim, roemrucht wijndorp en hoeder van de beentjes.
Verrassing Nr.2: in contrast met de prestigieuze wijngaarden die op het dorpje neerkijken is het toerisme er van een bedenkelijk niveau.
Verrassing Nr.3: de echte Rüdesheimer die we er ontmoeten blijkt even sympathiek als inspirerend. Hij lacht als we over de abdij van de Heilige Hilde beginnen. ‘De zusters daar zijn keiharde zakennonnen’, zegt hij, niet zonder bewondering. De abdij is zo’n succes dat er een grote parkeerplaats moest worden bijgebouwd. ‘Maar de nonnen vonden in de offerte de post voor de bouwkraan te hoog. En wat deden ze? Ze kochten er zelf een en verkochten die daarna weer’.

We gaan te voet op weg en klimmen door de wijngaarden. Het is warm. Het topje van de abdij steekt wenkend boven de wijnranken uit.

wenkend.L

Het is nog vroeg. We hopen op wat contemplatieve rust, als eerste bezoekers. Maar dat valt tegen. De abdij zelf blijkt een nieuwig joekel uit de vorige eeuw. Zwetend komen we boven aan en stuiten daar op een speciale ondersoort van onze oosterburen: de ‘cabrioosterburen’, Duitsers in cabrio’s. Die zijn er al eerder gearriveerd dan wij.
Vanachter een automatisch hek komt ook een gesloten auto tevoorschijn. Een Audi, met een non erin. Ze zwaait naar me, heel vrolijk. Ik zwaai terug, me indenkend dat zij de zuster moet zijn van De Grote Kraandeal. Zo tevreden ziet ze eruit.
We betreden de kerk. Het blijkt er een uit de serie ‘Vijftig-Seconden-Kerken’. Binnen een minuut wil je er alweer uit, vanwege een bekoringstekort. En bovendien…
Verrassing Nr.4: Hildes beentjes blijken elders te rusten. In een heel andere kerk, waar we eerder al langsgelopen zijn, beneden in het dorp.
Verrassing Nr.5: het godshuis waar de beentjes van St.Hildegard wél zijn blijkt een Vijf-Seconden-Kerk. Lelijker kan niet. Maar de seconden worden toch minuten, want, dáár in de verte, glanst het.
We zijn er helemaal alleen. Op de plek waar je het altaar verwacht, staat de vergulde verpakking van de beentjes.

beentjes.L

Je zou verwachten dat je de verhoging waarop het staat niet zou mogen betreden, maar toch wel.
Een topvrouw, op een verhoging, helemaal verdiend. Het enige dat nu mist is haar muziek.
Die vraagt om zangstemmen van het hoogste niveau. Vandaar dat ze hier, blijkens een plakkaat, corona deels ook zien als een godsgeschenk.

mitsingen.M
krabbel


TERZIJDE
Hildes heiligverklaring werd al in 1228 in gang gezet, maar pas in 2012 voltooid.
Voor ‘de mensen’ was ze het in de tussentijd altijd al.

Onder de vele dingen die ze deed was het ontwikkelen van een eigen alfabet en een eigen taal.

‘Duivel’ in Hildes ‘Lingua Ignota’ = diveliz.
God = Aigouz.