252. Cartoons

Meer bewijs dat het ondenkbare waar kan worden is er niet nodig, zou je zeggen.
Maar meer bewijs is wel voorhanden. Wie had ooit gedacht dat men in Pakistan massaal te hoop zou lopen om iets dat door een geblondeerd persoon uit Venlo is bedacht? Toch is het zo.
Islamabad-Venlo, dat is ruim elf uur vliegen en dan nog een stuk met de auto. Wat kan het ze schelen? Heel wat.
Wat is het dan wel niet dat die persoon heeft bedacht? Een cartoonwedstrijd, met als onderwerp de profeet Mohammed. Zoals bekend is het afbeelden van die profeet voor islamitische gelovigen taboe. Ook als derden dat doen. Vandaar de opwinding.
Moeten cartoonisten zich van dat taboe iets aantrekken? In principe niet. Een cartoonist is vrij om te tekenen wat hij wil. Ook als het om iets gaat dat voor vele mensen heilig is? Ook dan. De vrijheid van meningsuiting is namelijk heilig voor iedereen.
De vraag is wel of je dat ook moet willen. Mensen kwetsen, al is het via hun geloof, is in elk geval onsympathiek. Niet dat het de taak is van de cartoonist om sympathiek te zijn, maar wel is het mogelijk om spottend te zijn op een manier waar zelfs de bespotte nog om zou kunnen lachen. Nu zijn er ongetwijfeld gelovigen die nergens om kunnen lachen als het hun geloof betreft. Ik heb daarbij de neiging een geloof dat zich vrijelijk laat bespotten als sterker, volwassener te zien dan een geloof dat bij het minste of geringste woedend reageert. Hierbij gaat het uiteraard niet echt om het geloof dat in actie komt, maar om de gelovigen, die niet alleen hun geloof willen beschermen, maar ook zichzelf. Een bespotting van wat zij geloven is immers ook een bespotting van henzelf. Zij zullen mogelijk een geloof dat zich wel laat bespotten niet zozeer zien als volwassen, maar eerder als uitgeblust.

Boezem.M
Vroege spotprent, of…?


Zelf loop ik niet gauw mee met demonstraties. Ik deed het wel tegen de moordpartij op de redactie van het Franse satirische blad Charlie Hebdo. De menigte riep daarbij ‘Je suis Charlie‘. Ik niet. Ik schreef toen te weten dat Charlie

‘vaak grof was en beledigend. Alleen al daarom zou ik Charlie nooit willen zijn. Satire is prima, soms nodig. Maar er zijn grenzen.
Hoe dan ook: wie kaatst mag de bal verwachten, maar nooit la balle (de kogel)’.

Daar blijf ik bij. Iedere cartoonist moet zelf zijn afweging maken wat betreft het onderwerp en de scherpte van zijn spot. Maar het lijkt mij een betonharde eigenschap van de ware cartoonist dat hij zich voor geen enkel karretje laat spannen. Als hij het uit eigen overtuiging nodig vindt een geloof en daarmee gelovigen te beledigen, so be it. Maar een wedstrijd organiseren, met een hoofdprijs, rond een thema dat voor velen per definitie beledigend is, is kotsopwekkend.
Al die beledigingen vervolgens te willen tentoonstellen in een fractiekamer van het Nederlandse parlement zal vast juridisch in de haak zijn, maar niet in de praktijk. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat men vanuit Islamabad de nuance zal zien dat het hierbij niet gaat om een Nederlands initiatief, maar slechts om een ideetje van de Partij Voor de Verongelijkten.
Meer nuance mocht echter wél worden verwacht van regeerders en politici die over elkaar heen buitelden om te wijzen op de vrijheid van meningsuiting, maar die daarnaast meer afkeurende meningen hadden mogen uiten over dit initiatief en de plek waar het zou worden georganiseerd.
‘Zou worden’, want inmiddels is de vermaledijde wedstrijd afgelast. Te laat. Inmiddels zitten er rode vlekken tussen de geblondeerde lokken. Alleen al door de aankondiging van het evenement reisde een jonge Afghaan af naar ons land om ons mores te leren en verwondde daarbij per abuis twee inwoners van Trumponië.

zonder titel.M
Zonder titel


Ik vroeg de uitbater van mijn Pakistaanse buurtwinkel wat hij en zijn Pakistaanse klanten vonden van dit alles. Hij haalde zijn schouders op. Voor opwinding zoals in hun vaderland hadden ze hier geen tijd, zei hij. Kijkend naar zijn blonde klant.

krabbel

Blog Nr.62 Charlie