87. Het keppeltje

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de hoofdstad van Oekraïne het toneel van de grootste moordpartij-in-één-keer. De slachtoffers: joden.
In onze tijd sprak ik er een bezoeker van de synagoge. Hij vertelde dat alleen al het dragen van een keppeltje riskant is in het Kiev van vandaag. Al naar gelang de buurt varieert het van ‘moedig’ tot ‘onbezonnen’. Verbijsterend, vond ik. Voor Nederlandse begrippen.

BJ.L
Kiev: nieuw leven op plaats delict.


Anno 2015, Amsterdam. Een jonge jood opent zijn tas en laat zijn keppeltje zien. Maar hij zet hem niet op.
‘Hier zou het misschien nog net kunnen’, twijfelt hij, ‘maar iets verderop…’
Kan het nog schokkender? Ja. De intelligente jonge man – Hoe oud zou hij zijn? Nog in de twintig? – zegt: ‘Ik ben eraan gewend’.
Hij is eraan gewend!

Kan je daarbij denken:
‘Fijn. Hij heeft zich aangepast, zich geschikt’?
Nee.
Het is 2015, godsamme. Tweeduizendvijftien!
Dan slaat ‘Hij is eraan gewend’ in als een bom.

krabbel