635. Freiburg Retour / 4

Metz? ‘Dat is een mijnstad’, zei de Madame in Marmoutier, niet een beetje neerbuigend. Zelf uit Straatsburg.

Maar na een dagje Metz denk ik eerder bijna ‘Het is mijn stad’. Wat een prettige verrassing! Met veel meer allure dan wat bij een mijnstad past.

We lopen binnen in de kathedraal. Het gonst er al vanwege een aanstaand bezoek van de ‘nieuwe’ paus, Leo XIV. De Amerikaan die zo gunstig afsteekt tegen de paus in Het Witte Huis. Bij wijze van tegenwicht, om te voorkomen dat je nog een hekel zou krijgen aan alle mensen uit Trumponia.

De Fransen hadden zelf hun Lodewijk XIV en nu hun Emmanuel I. Ook Macron wordt hier verwacht.

We ontdekken een gratis stadsbusje en toeren ermee in het rond. Zo zie je nog eens wat.

Eten verbroedert, wereldwijd. In de overdekte markt vragen we een ter zake kundig uitziend iemand waar we moeten eten en hij bloeit open. Instant.

Zo moet het: van elke kaas het vetgehalte.

Zijn vrouw bezweert ons dat we op de markt ook een ‘nationaal instituut’ moeten bezoeken, de kaashandel ‘Les Frères Marchand’. Heel graag. Er iets van meenemen kunnen we niet, zeggen we daar, maar toch geven ze ons er iets te proeven.

De belendende visboer komt zelfs achter zijn toonbank vandaan om ons te vertellen over zijn favoriete restaurants. We kunnen kiezen tussen waar hij met zijn kinderen gaat eten, waar met zijn vrienden en waar met zichzelf ‘vanwege de rognons, de niertjes’.

Eet hij trouwens zelf weleens vis? ‘Alleen tijdens de vakantie’.

We belanden in zo’n typisch Frans etablissement dat bijna altijd open is en helemaal altijd vol. Het stel naast ons blijkt import. Ze komen uit het meest noordwestelijke hoekje van het land. Bij de zee.

‘Het land van de Ch’tis?’

‘Precies!’, stralen ze.

Hun streek was onderwerp van het grootste Franse bioscoopsucces aller tijden, over iemand die voor straf werd gestuurd naar het gebied waar ‘geen’ Fransman ooit zou willen zijn. Vóór de film. Erna kwam er juist een Ch’tis-toerisme op gang.

Ook zelf zou Madame er graag weer naar teruggaan. Maar ja, de kinderen… Die zijn hier.

En Metz? Daarover geen kwaad woord.

De sfeer is er prima. We slenteren door de avond en ontmoeten een Française alleen. Ze is met pensioen en neemt het er nu van. Ze reist de wereld over en wandelt en passant iedere dag zo’n twintig kilometer. Pardon?! Jazeker. ‘Pensioen’ en ‘in ruste’ is niet altijd hetzelfde.

Bij het uitrijden van de stad stuiten we op een vrouw met een windhond, ruim half zo groot als zijzelf. En daar gaat nog heel wat bijkomen, zegt ze. Hij is nog jong. Hazen & Co. rond de stad Metz, opgelet! De vijftig per uur haalt hij nu al en ook dat gaat ruim meer worden.

Intussen is ze vol van het komende pausbezoek. Gaat ze kijken?

‘Welnee! Thuis zie je het veel beter’.

En wij? We ‘Moezelen’ verder, langs de bekende rivier. Handig, geen hellingen. Maar afstand is ook wat. We stoppen even waar een vader hetzelfde doet. Bij hem: zijn dochtertje, op een klein fietsje, en in een aanhanger een zoontje.

‘Ça va?’

‘Ben je moe?’, vraag ik het fietsstertje. ‘Een beetje wel’. Logisch. Papa vertelt dat ze op weg zijn naar zijn schoonfamilie. Retour. Alles bij elkaar meer dan 35 kilometer. En haar leeftijd? Bijna tien. Zo! Hoeveel omwentelingen hebben haar trappertjes al wel niet gedaan?

Papa, zo blijkt, wil zijn kinderen goed opvoeden: voldoende bewegen, smartphone: ja, maar alleen met beperkte functies. En nog zo wat.

We komen door Thionville, langs de Moezel. Terrassen: nul. Een mysterie. Aan het eind toch iets, iets tijdelijks.

‘Ben je echt de enige?’, vraag ik de vriendelijke jongen achter de bar. Hij bevestigt het.

€3,60 vraagt hij voor twee kleintjes koffie. Tegenwoordig een klein prijsje. Te klein om te kunnen pinnen, bemoeit opeens een man tussen de klanten ermee. De baas. Hij wil cash.

Ik vraag hem en de andere klanten hoe het hier nu zit tussen Fransen en Duitsers. Hebben de wisselingen van land nog gevolgen voor hoe ze over ‘de ander’ denken. Meer expliciet: wat denken ze hier van de Duitsers? Daar hebben ze geen problemen mee, is het antwoord. De baas voegt zelfs de daad bij het woord. Hij rommelt wat in een kastje onder de kassa en komt dan hiermee:

€3,60 – €8,80 = …

Weigeren lijkt geen optie. ‘Waar heb ik dat aan te danken?’, vraag ik.

‘Omdat u een Duitser bent’, zegt de baas.

‘Maar ik ben er geen’, onthul ik. ‘Wilt u ‘m dan terug?’

Nee.

Op onze beurt geven we hem iets dat we altijd bij ons hebben, ter ere van onverwachte vriendelijkheid: twee micro-klompjes met een Hollands vlaggetje.

Onze eindhalte van vandaag bevindt zich op een spectaculaire locatie: pal naast een enorm complex van nucleaire reactoren, dat van Cattenom.

Al tijdens een eerdere fietstocht zijn we er dichtbij geweest. Dit keer slapen we er. De veiligste plek in de buurt van een gevaarlijke bokser is tegen zijn borst.

Of die analogie hier opgaat is maar de vraag. In elk geval lijkt het spoor van de navigatie het met onze bestemming niet eens. Op het laatste stuk wil hij ons over een pad laten rijden dat niet (meer) lijkt te bestaan.

We komen er toch.

Frankrijk heeft er een handje van haar nucleaire reactoren te plaatsen vlakbij haar grenzen, waarbij de gevolgen van eventuele onaangename incidenten meteen grensoverschrijdend zijn.

De Madame van ons onderkomen blijkt echter 100% Frans. Als een soort echo van de reactor, of als reactie?, heeft ze zich voorzien van een lelietjes-van-dalengeur met een verbluffende fallout.

Ze lijkt bovendien onrustig. De reden laat niet lang op zich wachten. De reden komt binnen.

Drama.

Wordt vervolgd.

TERZIJDE

– Ch’tis, de film

Bienvenue chez les Ch’tis

Aantal Franse bezoekers: meer dan 20 miljoen.

– Cattenom

Eerder.