632. Freiburg Retour / 1

Nou ja, ‘retour’… Anders heen dan terug.

Daar staan we weer, met onze fietsen op het station. Met elke keer opnieuw de vraag: ‘Wat gaan we nu weer beleven? Of, voor de verandering, eens een keer niks?’

Hoewel, die laatste vraag is al beantwoord nog voor vertrek. Onverlaten hebben juist deze dag uitgekozen om op meerdere plaatsen in ons land het spoor te saboteren. Dus misschien slapen we vanavond gewoon weer thuis, na een echt retour station.

Toch blijkt de trein wel degelijk te rijden, maar de rimpels van deze grote baksteen in de vijver staan op het perron. Het is er druk. Dat vergroot de standaardstress van de NL-fietser die mee wil met NS: kunnen we er nog wel bij en, zo ja, waar? Voorin, achterin? En als je verkeerd gokt, kom je dan nog op tijd waar misschien wel plaats is? Of ook daar niet.

Een wonder, in twee delen: we kunnen erin bij gok Nr.1 en op de plek voor de fietsen staan er nog geen. Maar wel alle klapstoeltjes zijn er bezet. Door vrouwen.

Is dat detail dan van belang? We zullen het nooit weten, maar zeker is dat ze ondanks frisse tegenzin vertrekken zonder morren, om plaats te maken voor onze stalen rossen.

Overstapstation: Utrecht. We spreken er op het perron twee conducteurs, over wat iedereen deze morgen bezighoudt: wie zit er achter de sabotage? De vrouw van het stel toont zich diplomatiek. ‘Als NS-personeel mogen we er niks over zeggen’, maar er is geen houden aan, om toch te speculeren. De Russen, Farmers Defence Force, Extinction Rebellion? Drie groepen met invasieve exoten. Ieder op hun eigen manier, geen enkele constructief.

Wie van de Drie? Of een Vierde? Niemand die het (nog) weet, al vermoeden de NS’ers krachtig dat De Derde Dinsdag in September als sabotagedatum niet toevallig is.

Toch is de ICE naar Frankfurt redelijk op tijd. Daarin zijn voor fietsen wél adequate plekken voorzien, die je moet reserveren, zodat je zeker weet dat je mee kan en waar in de trein je moet zijn.

Al gauw hangen onze fietsen er aan het plafond, gebroederlijk naast die van een vijftal Delftse dispuutgenoten. 70-plussers, ook zij.

De gepensioneerde heren gaan samen naar Wenen pedaleren, met een gemiddelde van 100km per dag. Plus bier. Al dan niet gedreven door post-bronstige branie van oude jongens onder elkaar. En al dan niet geholpen door elektrische ondersteuning.

Wij doen het zonder dat alles en houden ons inmiddels aan een dagelijkse portie kilometers van zo’n vijftig à zestig. Veel leuker.

Naast mij zit een NL-Duitse, in een oberbayrisch vestje. Bovenop de bagagerekken vervoert ze een tweetal katten. De mini-tijgertjes daarbij niet alleen behuisd in verschillende mandjes, maar met het gangpad als gedemilitariseerde zone.

Eén van de Delftenaren vreest voor zijn tanende haardos een lot als oneigenlijk kattengrit, maar er gebeurt niets.

Buiten is intussen nog een andere invasieve exoot te zien. Een onstuitbare migrant die zich ontwikkelt tot wereldwijde invasiekampioen, zo lijkt het wel: de Japanse duizendknoop.

Wat gaat dát snel! Waar is-ie niet, inmiddels?

De NL-Duitse meent echter dat het hoogtepunt van de groene tsunami voorbij is en dat er bovendien een remedie bestaat in de vorm van een al even plantaardige concurrent: de aardpeer. Ook wel bekend onder de exotische naam ’topinamboer’ zou die in staat zijn de woekerknoop te beteugelen.

De wens is de vader van de gedachte en die blijkt deels gevoed door schuldgevoel, daar binnenin dat oberbayrische vestje. De NL-Duitse heeft zich namelijk ook zelf schuldig gemaakt aan de verspreiding van de Japanse plaag, door het meenemen van stekjes, zo bekent ze eerlijk. Onder meer door haar zitten we dus nu met de gebakken (aard)peren.

Mede met dank aan de NL?-saboteurs zijn we toch wat aan de late kant. Gaan we de volgende trein wel halen? We zitten in rijtuig 21, helemaal achteraan. En zo’n ICE is wel vierhonderd meter lang.

Frankfurt, de tijd dringt. Om het te kunnen redden moeten we steppen, al slalommend tussen honderden sjokkers door.

In de volgende trein heeft ons rijtuig Nr.1, maar op dat perron, je zal het altijd zien, staat de trein andersom. Wéér vierhonderd meter…

We verbreken het record ‘Steppen op de fiets met bagage’. De stationschef, halverwege, grijpt niet in. Hij gunt het ons, of kijkt naar iets aantrekkelijkers.

We redden het. Pfff. Nét.

Dit keer komen we terecht in een kleine coupé, zowaar. Er zitten nog drie andere mensen in, bijna vier. De vierde is er al wel, maar zit nog niet. Het zijn een vader, een moeder, een kind en een nieuwe op komst. Heel spoedig.

Wat moeten we doen als…?! We verdringen die gedachte door te vragen naar Freiburg, onze bestemming van vandaag, waar ze wonen. Het schijnt dat veel Duitsers ervan dromen hetzelfde te doen.

Omdat Freiburg zoveel zonuren heeft, vermoeden papa en mama, al was dat de afgelopen zomer juist een nadeel. Er zijn veel jonge gezinnen in de stad, zo leren we. Ook omdat in de omgeving zoveel te wandelen, fietsen, klimmen en te skiën valt. Hoewel, dat laatste…

Het Freie van Freiburg heeft ook betrekking op de vrijheid van denken, schijnt/blijkt het.

‘Het is alsof we er leven in een bubbel’, zegt mama. Ook de dreiging van de extreemrechtse AfD is er ver weg. Daarbij tekent papa wel aan dat die onlangs ook bij hen is verdubbeld. Twee keer bijna niks is nog steeds weinig, maar toch.

Of de AfD-stemmers ook het AfD-programma kennen, is daarbij (hopelijk) de vraag. Het zijn vooral de jongeren in haar stad die erop stemmen, weet mama. ‘En als je hen vraagt waarom, dan zeggen ze “Voor verandering”‘. Stop. Wat die algemene wens betreft komt de A van AfD, als Alternative, in elk geval goed van pas. Als lokkertje.

Mama trekt zich even terug naar de ruimte met de fietsen. Om aan yoga te doen.

Ook haar komende kind zit daarbij in een bubbel. Al snel moet die kleine daarbij de draad volledig kwijt zijn van hoe het zit in het leven, wat onder en boven is. Maar misschien is dat juist de ideale start om Frei te denken.

We zijn er. Van Amsterdam tot iets boven Basel in een uur of zeven. Overstappen en sabotage inclusief. Daarbij zijn we niet alleen in een andere stad, maar ook in een ander land.

We stappen op de fiets en binnen twee minuten kijkt een man me aan met strenge blik. Vanaf ‘zijn’ zebra, al is er niet de minste sprake van een aanvaringskoers, zegt de voetganger bestraffend: ‘Sie haben rot‘.

Toch gek. In Mokum hunker ik vaak naar wat meer corrigerende sociale controle. En nu zeg ik bijna: ‘Und Sie haben grün‘.

Een ander land, Deel 2: ’s avonds is het in de Biergarten stampvol, vanwege Einschulung. Vanwege wat? Vanwege het feit dat een kind voor het eerst naar school gaat. Dat wordt feestelijk gevierd. Als vestibule van een carrière? Omdat de ouders overdag de handen vrij krijgen? Hoe dan ook, het lijkt alsof de kinderen naar bed zijn en hun ouders aan de zwier.

TERZIJDE

Knoop – Peer = 2-1

Dat de Japanse duizendknoop op zijn retour zou zijn, daar geloof ik niets van.

Wel blijkt een aardpeer die knopen hinderlijk in de weg te kunnen zitten, maar ze verslaan kan hij zeker niet.