633. Freiburg Retour / 2

Onze eerste fietsdag begint met dreiging. Gaat het dan toch nog regenen? De natuur, de landbouw, alles smeekt erom, behalve wij. Even. Want onze gouden regel is:

De hemel opent zich boven ons in een dorpje. Ai! Wel een bakker, maar zonder koffie. Het enige cafeïnetankstation dat het dorp nog heeft huist in de REWE, een supermarkt. Daar brengen we, opvallend snel, een drietal uren door, tot het droog is.

En de Rijn, is die ook droog? Ik stel me een apocalyptische aanblik voor, maar nee. Bij Breisach lijkt de machtige rivier nog goed gevuld. Of is dat maar schijn? Want waar zijn de schepen? We zien er niet één. Stilgelegd?

Aan de overkant begint een ander land. Althans vandaag. De Elzas heeft iets van een langwerpige pingpongbal, zo vaak verwisselde het van ‘eigenaar’. Bijna niet bij te houden. Alleen al tussen Frankrijk en Duitsland vier keer in amper zeventig jaar. Recentelijk. Daarvóór nog een paar keer. Zelfs nu word je er als bezoeker nog duizelig van, laat staan als je destijds in één leven heen en weer gepingpongd werd.

De man die even met ons oprijdt, vlak over de grens, lijkt echter even Frans (en even oud) als zijn Peugeot.

Wie weet dat nog, dat Peugeot ooit fietsen maakte? Net als pepermolens, nog steeds. Ondertussen passeren we fascinerende constructies in het landschap. Een mysterie dat verandert in een uitroepteken.

Het zijn droogkooien, voor mais. Ze worden volgestort met diepgele kolven. De mannen die het doen blijken in hun nopjes met de oogst.

Mais, dat lijkt toch een hopeloos dorstig gewas in dorre tijden.

‘Maar wij mochten irrigeren’, verklaart een van de maismannen. Veel boeren elders mochten dat niet.

Wat een gevaartes, die kooien! Hoe windbestendig zouden ze zijn?

En muizen & Co.? Geen probleem, zeggen de mannen. Liggen die ongenode gasten door de droogte met hun pootjes omhoog, of is dit smulpaleis gewoon te groot om op te krijgen?

Wanneer is deze smalle reus trouwens vol?

‘Morgenavond’. Als er dan nog oogst over is, malen ze dat direct.

In het plaatsje Eguisheim, iets verderop, is er zeker overdaad. Aan toeristen. Ook aan onze landgenoten geen gebrek. Maar waar zijn de ooievaars, die Elzasser visitekaartjes? Hun zo talrijke nesten zijn leeg.

‘Ze zijn helemaal niet gekomen’, beweert iemand. Alsof ze al van verre aan voelden komen dat de komende droogte garant zou staan voor een slecht kikkerjaar.

Bij ons hotel hebben ze zelfs de geraniums dood laten gaan, de fleurige ‘uithangborden’ die net zo bij de Elzas horen als choucroute, zuurkool.

Zeker, ook zelf zijn we heel zuinig met water, maar de aanblik van een hele rij stoffelijke overschotten, niet ‘geruimd’ bovendien, voelt toch meer als een misdaad. Als het villen van koala’s in Australië, zoiets.

We slenteren naar de rand van het dorp. Bij een ander hotel is een man juist bezig met de zorg voor zijn geraniums. Ze hangen er stralend bij.

Intussen loopt de Elzasser druivenoogst op zijn eind. We stuiten op een betonstevige Breton die niet meer stevig uit zijn ogen kijkt. Alsof meegespoeld met een enorme Atlantische golf, is hij helemaal aan de andere kant van het land beland en heeft net het einde gevierd van zijn eerste plukcampagne. En de mens mag dan voor een groot deel uit water bestaan, bij hem is het nu wijn.

Verderop storen we een wijnboer die net zijn laatste lading druiven heeft gestort. Hij is zo rond als een tonnetje, blozend, sterk, en dan komt het: hij is… diep tevreden.

‘Kom daar maar eens om’, roept hij uit, ‘een tevreden boer!’

Inderdaad, een Franse al helemaal. Dat mag aan de balk. Bij ons zijn nogal wat boeren tegenwoordig aan de agressieve kant, zelfs in staat tot sabotage, maar in Frankrijk waren ze dat in mijn herinnering altijd al. Als ze ontevreden zijn. En, zoals een Fransman mij ooit zei: ‘De Fransman wordt ontevreden geboren’.

Deze vigneron, echter, glimt. Van oor tot oor. Mijn vrees, dat de hitte en de droogte zijn oogst hebben geruïneerd, blijkt ongegrond. Integendeel. De kwantiteit mag dan wat minder zijn, de kwaliteit is top.

Een wijnbouwer is het beste info-punt inzake waar je moet eten. Even later zitten we aan, wat anders?, de choucroute. Het lijkt wel een stapeldiner.

Dat ‘zwarte’ daar rechts? Bloedworst.

De volgende ochtend, bij het ontbijt, is het onderwerp: ei. Met eieren kan je van alles doen. Of niks. Zo hebben ze hier eieren die je eerst zelf moet koken. Dat verwacht je niet. De Zweedse meneer naast me weet het nog goed, van vorig jaar. Toen ging iemand zo’n ei te lijf met een mes, denkend…

Fascinerender nog is een onderwerp apart: roerei. ‘Hotelroerei’ dan wel te verstaan. Zouden er nog romantische gasten bestaan die denken dat er in de hotelkeuken iemand iedere ochtend bio-eitjes staat te breken en te bakken?

In bijzondere gevallen zal dat zo zijn, in de meeste niet. Sterker, je hebt vaak het idee dat je in hotels je elke dag cholesterolisch met een gerust hart aan roerei kan vergrijpen, omdat daarbij alleen aan roeren wordt gedaan. Ei zit er niet, of homeopathisch in. Vaak gaat het om zakken vloeibaar ei, al roerend aangelengd met water, bindmiddel en hopelijk niet veel meer. Of kant-en-klare pakken ‘roereimix’.

Het resultaat varieert doorgaans van ‘weinig overtuigend’ tot ‘heel overtuigend’. Overtuigend dat je er niet aan moet beginnen. Zoals heden.

De culinaire variant van de overleden geraniums. De worsten ogen bijpassend.

Tijd om op te stappen. En spoedig om weer (even) af te stappen.

Eerst rijden we, onwetend, langs de beroemde wijngaard ‘Hengst’. Niet dat de wijnen daarvan zo masculien zijn, maar wel geweldig.

Daarna volgt een colletje, zó vals dat we hem te voet moeten bedwingen. Zo kort na de start is dat hellinkje ons te machtig. Al duwend worden we daarbij moeiteloos voorbij gereden door een sloom uitziend stel, dat hun wattages paraat heeft uit het stopcontact.

Eenmaal boven, blazen we uit en kijken terug. Pas later leren we dat we ons omhoog werkten langs ‘Brand’, nog zo’n fameuze wijnberg. Het bordje langs de weg maakt alleen gewag van een ‘Gevaarlijke afdaling’, de vertaling van ‘Pufhelling’ andersom.

Het kan verkeren. We kennen in het Italiaanse Piemonte een wijnboer wiens armlastige vader vooral goedkope grond bezat. Op hellingen, slecht geschikt voor gewone landbouw. Tot de wijnbouw kwam en het goedkope veranderde in goud.

En nu? Zullen in veel gebieden de wijngaarden op (zuid)hellingen hun waarde deels verliezen, omdat ze er teveel worden blootgesteld aan dat wat eerst zo kostbaar was? We kennen al Italiaanse wijnboeren die hun druiven bespuiten met witte klei, om een teveel aan zon te reflecteren.

Hoe dan ook, van wijn dromen we nu niet, van koffie wel. Die vinden we even verderop, in Katzenthal. Bij het soort restaurant waarvan je al weet dat het er goed moet zijn nog voor je er binnen bent.

Helaas, voor eten zijn we te vroeg.

De restaurateur weet er wel wat op: ‘Dan rijdt u eerst nog even een rondje’. Maar ja, onze wattages komen niet uit de muur. Als ze op zijn, zijn ze op en we moeten nog verder.

Wordt vervolgd.

TERZIJDE

– Pingpongstreek

‘Recentelijk’ de baas in de Elzas:

1871-1919 / Duitse Keizerrijk

1919-1940 / Frankrijk

1940-1945 / Nazi-Duitsland

1945- / Frankrijk