Nederindië

Zonder ‘Nederlands-Indië’ zou ik niet hebben bestaan. Zo simpel is het. Mijn ouders ontmoetten elkaar daar. Zodoende.

Maar wat weet ik er eigenlijk van, wat ze daar precies deden? Weinig. Mijn vader was een marineman in de dop toen hij in de oorlog in Duitse kampen belandde. Mijn moeder werd een marinevrouw in de dop, een ‘marva’, toen de oorlog ten einde was.

Allebei dachten ze na de oorlog iets opbouwends te gaan doen, daar in de Oost. ‘Ons Indië’ weer op de been brengen, na de Japanse bezetting. Dat ‘ons Indië’ niet van ons was, kwam niet in ze op. Ook niet na gewelddadige ‘hints’ van Soekarno en de zijnen. Die werden gezien als oproerkraaiers en niet representatief voor de algemene bevolking. Sterker, niet alleen de Nederlanders, ook de lokale bevolking moest worden beschermd tegen de ‘peloppers’, zoals mijn vader ze noemde.

Hoewel hij bij de marine werkte, deed hij zelf niet mee aan de zogeheten ‘politionele acties’ om die peloppers eronder te krijgen. Voor zover ik weet. Wel was hij minstens één keer aanwezig op een schip dat een beschieting uitvoerde.

In elk geval bedoelden mijn ouders het goed, daar ben ik zeker van. Maar hadden ze de Max Havelaar dan niet gelezen? Ik denk het niet. En als ze het wel hadden gelezen, dan hadden ze Multatuli wellicht weggezet als een rancuneuze querulant.

Dat mocht dan wel waar zijn, toch zou diens (steengoede) boek wel een belletje moeten doen rinkelen. Net als, veel later, de onthullingen van Joop Hueting, die de klok luidde inzake de politionele acties.

Maar die klokkenluider werd te lande virtueel aan zijn klok opgeknoopt, met als reden dat je ‘je eigen nest niet bevuilt’. Uit principe. Het gevolg van een even wijdverbreide als verkeerde uitleg van het begrip ‘patriottisme’. Een ware patriot is niet iemand die zijn eigen land hoe dan ook gelijk geeft, of zwijgt, maar degene die zijn land er juist van langs geeft als dat fout zit. Daarmee bevuil je je nest niet, je reinigt het.

En dan nu, Anno 2024, begeef ik me naar de Amsterdamse Nieuwe Kerk, waarin ‘De Grote Indonesië-tentoonstelling’ onderdak gevonden heeft.

Het begint met allerlei faits divers over het Indonesië van vandaag, waaronder het enorme aantal gamers. Ook verderop doet de expositie wat hapsnapperig aan, wat niet wegneemt dat er heel wat interessants valt te zien. Alles aangepast aan de politieke correctheid van deze tijd. Daarbij bestaat echter het gevaar weer aan de andere kant uit de bocht te vliegen, al zwelgend in schuldgevoel.

In een hoekje staat een post-itwand opgesteld voor het leveren van commentaar, iets dat duidelijk voorziet in een behoefte. De reacties buitelen er over elkaar.

Schaamte en schuld, een fascinerend onderwerp. Hoezeer moet je je schamen voor iets dat je landgenoten deden lang geleden, toen wat ze deden wellicht normaal gevonden werd?

Ik doe dat niet.

En moet je je schamen over wat je landgenoten doen in deze tijd?

Ik doe dat wel.

Zo schaam ik me, bijvoorbeeld, voor de uitslag van onze recente verkiezingen.

Maar is ook dat wel redelijk, zo’n plaatsvervangend schuldgevoel over iets van nu dat derden doen, alleen omdat het over ‘mijn’ land gaat? Nee, en toch voel ik het. Vreemd, maar waar.

Inzake Indonesië laat iemand weten:

Inderdaad. Maar eerder hadden Spanje en Portugal de gehele niet-Europese wereld al bij verdrag onder elkaar verdeeld, om maar eens iets te noemen, dus dat wij in die tijd iets inpikten dat niet van ons was kon niet gelden als origineel.

Waar het om gaat is tot wanneer het in bezit houden van wat we in bezit hadden genomen mocht gelden als ‘normaal’. Daarbij is ook sprake van wat ik vaak noem, als verschijnsel in het algemeen:

‘De remweg van de geschiedenis’.

Op zich zou je (nu) denken dat wat Nederlands-Indië betreft WOII een goed moment was om ons terug te trekken. Als voordeel bij het nadeel. Al lijkt, terugkijkend, dat moment rijkelijk laat, ‘de remweg’ verhinderde zelfs dat. Zozeer waren de Nederlanders er na ruim drie eeuwen aan gewend abusievelijk te denken dat Indonesië ‘ons Indië’ was. En zo vertrokken mijn ouders juist op dat moment naar daar, om er iets goeds te doen, terwijl het beste wat ze hadden kunnen doen thuisblijven was.

Al ronddwalend door de expositie voel ik in mijn maag hoe ‘wij’ daar met onze Hollandse klompen door allerlei porseleinkasten denderden, lang ongehinderd door (kennis van/interesse voor) lokale geloven en gebruiken. Wel benutten de Hollanders voor onderdrukking de ter plaatse bestaande machtsstructuren, waarin repressie al een plaats had.

Echt nijdig word ik pas door

Het Rhemrev-rapport

Mr.J.L.T. Rhemrev

Het betreft een onderzoek naar misstanden op plantages op Sumatra. Op zich goed dat zo’n rapport door de Nederlandse overheid werd verlangd, maar dat gebeurde pas nadat een klokkenluider, ‘halverwege’ Multatuli en Hueting, daarover een pamflet geschreven had.

Erger nog, zo leert de tentoonstellingstekst, dit rapport:

“weigert de Minister van Koloniën aan de Tweede Kamer te laten zien. Het verdwijnt tot 1987 geruisloos in een la”.

Bij het lezen hiervan voel ik een stille kracht. Geluidloze woede. Schandalig is dit!

Alleen… het klopt niet, zo blijkt mij later pas. Zo gesteld, is die tekst valselijk suggestief. Als bezoeker van de expositie krijg ik hierdoor de indruk dat dit alles onopgemerkt voorbij ging. De doofpot in, klaar. Maar zo was het niet.

Zo valt inzake het bedoelde rapport te lezen in Het Vaderland van 23-12-1904:

“(…) de bekende conclusieën, reeds gepubliceerd en in de Tweede Kamer uitvoerig besproken (…)”

Bovendien leidde het:

“(…) tot de instelling van een raad van Justitie in Medan en van een arbeidsinspectie voor het cultuurgebied.”

zo memoreerde later De Sumatra Post.

Helemaal niet “geruisloos” dus. Ook “tot 1987 in een la” klopte niet. Wel is juist, schandalig genoeg, dat de Minister de details van het rapport aan de Kamer onthield. Die waren schokkend, wellicht daarom.

Al bladerend door het rapport rijzen de haren je te berge. Al moet gezegd dat rapporteur Rhemrev ook heel wat plantages vermeldt waar niets over misstanden ‘werd vernomen’, hij preciseert dat dit niet hoeft te betekenen dat die misstanden daar niet waren. Niet voor niets bedient hij zich voor zijn waarheidsvinding onder meer van spionnen, want ‘het bevuilen van het eigen nest’ (lees: openlijk erkennen dat het vuil was) deed men ook toen al niet graag en loslippigheid ten aanzien van de baas kon leiden tot nog meer slaag.

*

Ik mijmer over ‘De Gordel van Smaragd’. Daarbinnen bestonden er aanzienlijke cultuurverschillen, zoals bijvoorbeeld tussen Sumatranen en Javanen, zelfs tussen Javanen onderling. Net zoals er, geloof ik, ook verschillen bestonden tussen de verschillende culturen in de zin van welke aanplant het betrof. Waren de ‘Heren van de Thee’ inderdaad heren, in vergelijking met de plantage-eigenaren in ‘de rubber’ en ‘de tabak’? Ik heb die indruk, maar ik weet er te weinig van.

Mijn oog dwaalt verder, over het bord met reacties. De algemene tendens is duidelijk:

Nuances, ook die uit de pen van een buitenlander, zo lijkt het, worden niet op prijs gesteld. De enige bijdrage waarop een tegenreactie valt te lezen:

Opmerkelijk, al moet je daarvoor wel moeite doen: alleen door een kier zie je nog een glimp van de man om wie in de Nieuwe Kerk ooit alles draaide. Symbolisch op de plek waar vroeger het hoofdaltaar was.

Het is Michiel de Ruyter, als NL-zeeheld altijd op de voorgrond geweest, nu rustend achter de coulissen.

De post-itwand maakt trouwens duidelijk dat ik niet de enige ben bij wie de eufemistische term ‘politionele actie’ onaangenaam doet denken aan iets van nu:

Daardoor ben je geneigd de vergelijking door te trekken: waren wij geen haar beter dan de Russen tegenwoordig? Een land bezetten dat niet van jou is en het later herbezetten, omdat je je het (nostalgisch) herinnert als zijnde van jou?

Toch zijn er wel degelijk essentiële verschillen, niet in het minst: toen was toen en nu is nu.

Daarnaast hebben wij niet een land herbezet nadat we het als onafhankelijk hadden erkend, iets dat Rusland nu wel doet. Niet dat wij dat nog gekund hadden, maar toch. Na het uiteenvallen van de Sovet-Unie erkende Poetins voorganger het bestaan van Oekraïne als apart land en probeert Poetin die klok nu met geweld terug te draaien.

Over de expositie waakt een suppoost met een opvallend accent. Het is een blanke vrouw uit Zuid-Afrika, opgegroeid in de apartheidtijd.

Zijn we een soort collega’s, ‘schuldigen’ tegen wil en dank? Ja, nu weet ze het wel dat apartheid fout is, maar: ‘We werden zo opgevoed, we wisten niet beter’.

Ook daarbij is de hamvraag, net als bij ons, bij de Duitsers destijds, bij de Russen nu: vanaf wanneer had je beter kunnen en dus moeten weten?

Of na het rechtzetten van het scheve het paradijs per direct aanstaande is, is iets anders. Zuid-Afrika zucht nu onder de corruptie van het ANC en Indonesië onderging die van onder meer Soeharto. Diens bewind kostte honderdduizenden Indonesiërs het leven. In zijn kliek floreerde ook zijn schoonzoon Prabowo. Geen beletsel om onlangs verkozen te worden tot president van het land.

De sleutel tot dat succes? Naast relaties, het internet. Daarmee zijn we terug bij het fait divers waarmee de tentoonstelling begon: het enorme aantal Indonesiërs dat aan gamen doet. Velen leven in digitale fantasy. Zolang die leuk is. Googlen naar Soeharto en wat Prabowo op zijn kerfstok heeft, doen ze niet. Prabowo wist op zijn beurt wel wat hij moest doen om de vele jeugdige kiezers te paaien: een grappige opa-rol aannemen in dansfilmpjes op TikTok.

Hij blijkt bij de tijd, terwijl de kiezers van nu de tijd van vroeger niet meer kennen.

Wat zouden ze nog weten van ‘Nederindië’?

TERZIJDE

– Rijst en spelen

Aantal actieve gamers in Indonesië: meer dan 185 miljoen.

– Mr.J.L.T. Rhemrev

Puike man, vreemde naam.

Rhemrev is een omkering van de familienaam, niet ongebruikelijk bij erkende ‘bastaard-Indo-kinderen’.

– De misstanden in zijn rapport betreffen vaak niet de inlandse bevolking, maar vooral Chinese koelies. Als contractarbeiders formeel geen slaven, maar het leek er (te)veel op.

– Zijn rapport verdween niet ’tot in 1987 in een la’. Al ruim daarvoor schreven studenten zelfs scripties over het stuk, dat gewoon te vinden was in onder meer het Tropeninstituut.

Voor de originele tekst, kijk hier.

– Het pamflet dat ervan de oorzaak was: ‘De millioenen uit Deli‘, door Mr.J.van den Brand.

– Revolusi

Het ligt er zelfs in een grote stapel, in de tentoonstellingswinkel.

– ‘Spontaan’

De eerlijkheid gebiedt te erkennen dat we ‘ons Indië’ pas opgaven na serieuze arm-twisting door Amerika en de VN.

– Het gebeurde in… Soerabaja

Voor een persoonlijke anekdote, kijk hier.

– Verrassing

Ik ontmoette een Wit-Russische, die in Nederland woont. Ze onthulde me ongevraagd haar grote held: Michiel de Ruyter.

Hoe ze daaraan kwam moet ik nog vragen.

En…