Silence

SILENCE **

Film is fascinerend. Het is altijd een dubbeltje op zijn kant. Ga je erin mee, of niet? Van tevoren weet je dat je in het donker iets gaat worden voorgetoverd. Met ‘achter je rug’ camera’s, microfoons aan hengels. En mensen met bekertjes koffie, op Nikes, terwijl je film speelt in de riddertijd. En toch ga je erin mee. Of niet.
Bij ‘Silence’, de nieuwste film van Martin Scorsese, wil het niet lukken. Daarbij wordt een eeuwig dilemma weer eens pijnlijk duidelijk. Al gaat je voorkeur uit naar een plaatsje in het midden, wat te doen als de film tegenvalt? Iedere film van ruim tweeënhalf uur is lang, een slechte film van die lengte is eindeloos. Je kijkt met regelmaat opzij en telt het aantal mensen dat je zal moeten storen als je voortijdig de aftocht blaast.
Eigenlijk is het iets dat ‘je niet doet’. Had je maar naar een andere film moeten gaan. Een beetje zoals de hoofdpersoon in Silence. Ook die zit gevangen en kan zich alleen bevrijden door iets te doen waarvan hij denkt dat hij het niet mag doen, in zijn geval afstand nemen van zijn geloof.
Zelf wik je, weeg je en hoopt ondertussen dat er op het witte doek misschien toch iets magisch zal gebeuren. Maar nee. En dan, eindelijk, is het voorbij. The End = De Verlossing.

Waarom wil Silence niet overtuigen? Is het omdat bij het verschijnen van het schermbrede

S I L E N C E

boven je iets juist niet stil is, maar zoemt? Is het omdat niet alleen de Portugese hoofdpersoon Engels blijkt te spreken, maar ook nogal wat Japanners dat doen, in een tijd waarin vrijwel geen enkele Japanner nog ooit een Engelsman had gezien? Is het omdat, ondanks de vaak fraaie decors, je het idee hebt dat veel van het houtwerk gisteren nog in de Gamma stond?
Zeker, dat soort dingen werkt niet mee om het dubbeltje de goede kant op te krijgen. Maar doorslaggevend is het waarschijnlijk niet. Er zijn zoveel films die wél kunnen overtuigen waarin zowaar ook de oude Romeinen, en wie al niet, op miraculeuze wijze de Engelse taal blijken te beheersen.
Nee, waarschijnlijk zit het hem er vooral in dat je vanaf het begin de indruk krijgt dat Scorsese, een man die zijn filmklassieken kent en eert, zijn eigen variant heeft willen maken van The Seven Samurai, het onsterfelijke epos van Kurosawa. En dat hij de boodschap die van zijn eigen film blijft hangen – Wat bij jou thuis lukt kan elders fataal mislukken (en moet je vaak niet eens proberen) – niet op zichzelf heeft betrokken.
Scorsese is de maker van zijn ‘thuisfilm’ Taxidriver, samen met The Seven Samurai nog rotsvast aanwezig in mijn eigen FilmTopTien aller tijden. Maar deze uitwedstrijd is duidelijk mislukt. De Japanners kan hij bij hen thuis niet in de verste verte evenaren.

Screen Shot 2017-02-20 at 12.42.56

Wie kan er dan wel een geloofwaardige film maken van de buitenlandse inmenging in het Verre Oosten? De Japanners zelf? Geen idee. Zelf heb ik in China voorbeelden gezien van films waarbij het ze op hun beurt niet lukte de buitenlanders op hun grondgebied ook maar enigszins realistisch af te beelden. Eerder belachelijk of lachwekkend, en wreed tegelijk, een resultaat dat hen trouwens vaak goed beviel. (Scorsese doet met zijn portrettering van de Japanse Inquisiteur hetzelfde).
Kortom, makkelijk is het niet. China en Japan hebben trouwens gemeen dat ze van oudsher gespecialiseerd waren in een heel scala aan methoden om iemand aan zijn eind te brengen, met name de varianten waarbij dat zo lang mogelijk duurt. Scorsese brengt er minstens een vijftal van in beeld, maar ook die ‘couleur locale’ kan zijn film niet redden.

krabbel

Verder recent gezien:

The Violin Teacher ****
Manchester by the sea ***
China’s Van Goghs ****
Paterson ****

*        Eigenlijk: géén ster.
**       Blijf lekker thuis!
***      Uitzitbaar.
****    Neem een stoel in het midden.
*****   Hoe dan ook.

*

© Joost Overhoff