Poes

paradijs-2


Push – Poes

Vondelingen. Dat krijg je ervan als je in een paradijs woont . Zonder hekken. Niet dat ze op de stoep worden gelegd, die trovatelli, meestal komen ze op eigen kracht. Maar deze was nog zó mini, dat het een wonder leek dat-ie het helemaal gered had tot aan die reddende keukendeur.
Een klein rood katertje. Dat was Push. Hoewel, van poezen hadden we geen verstand. Was een poes eigenlijk niet eerder een dame?
Maar ja, voor we het wisten was het beslist. Door de Italianen. Zodra ze doorhadden dat dit wezentje in onze taal behoorde tot het poezenras, was de teerling geworpen. Hij heette Push.
Alle harten gingen open bij het zien van dit zachte zigeunerjongetje met bijgedachte traan. Internationaal. Zelfs de meest verbeten poezenhaters gingen volledig om. Tegen Push viel gewoon niets te beginnen.

Push.M

Push kwam, zag, en overwon. Maar hij won niet van de buren. Van de buurpoes, om precies te zijn. De buurpush was onze Push de baas. Dagelijks.
Want het is vreemd gesteld. Met territoria. Wie en wat er allemaal aanspraak maken op datzelfde lapje grond. De staat, de gemeente, het waterleiding- en het electriciteitsbedrijf. De eigenaar. Als je pech hebt, de mafia. ’s Winters Robin, de roodborst. En, zo bleek nu, de poes van de buren. Het hele jaar door.
De buurpoes zat bij hem thuis onder de plak. Van een tienkilokater. Daarom kwam-ie bij ons, om alsnog importante te doen. Want onze Push, die groeide wel, maar niet in de breedte. Zo bleef zijn elegantie je weliswaar de adem benemen, maar was het de bullebak van de buren die Push de adem benam. En meer.
We probeerden ‘dat kreng’ een lesje te leren, maar er was geen houden aan. Op een dag was Push verdwenen, naar een huis verderop. Gegaan zoals hij gekomen was. Opeens.
Nu waren wij het die verweesd achter bleven. Het was beter zo.
Maar gek. Wat zo’n klein, rood dingetje je kan doen.

*

© Joost Overhoff

Alle Details uit Het Paradijs