Het ‘nieuwe’ Rijks (4)


HET ‘NIEUWE’ RIJKS (4)

Het Aziatisch Paviljoen

Het is een beetje een vreemde eend in de bijt: met Nederland heeft het meeste hier niets te maken. Daarom is het wel goed dat het is gehuisvest in een apart gebouw. (Niet dat het Rijks niet méér buitenlandse spullen rijk is, maar toch).
In elk geval had je deze vreemde eend absoluut niet willen missen. Want dit deel van het museum mag klein zijn, maar wel héél fijn. Het woord dat zich opdringt is het Italiaanse presenza. Misschien wel het best te vertalen met… presentie? (Zo ja, dan hadden we dat Italiaans wel kunnen overslaan). In elk geval gaat het om Presentie met een grote P. Opvallend veel van het tentoongestelde is bijzonder Present, maar dan zonder lawaai. Zonder uitdrukkelijk present te wíllen zijn, is het dat. Des te indrukwekkender.
De maat maakt daarbij niet uit. Het geldt net zo goed voor de Guanyin, van ruim een meter bij een meter, als voor de Budai van amper zes centimeter hoog. Ook ‘gewone’ gebruiksvoorwerpen hebben een ongewoon hoge P-factor, zoals een schitterende bel (van eeuwen vóór Christus). Maar ook een kopje of een vaas.

Zaal 1

Bij de ingang van het paviljoen vraagt Shiva wél nadrukkelijk de aandacht, niet in het minst door waar ze is opgesteld. Als Schepper-en-Vernietiger-in-één staat ze bovenop iets waarvan je graag wilt dat het ooit, liefst per direct, vernietigd wordt: de onwetendheid. Overtuigend vormgegeven als een onbenullig wezentje.

onbenul.S

Veel kleiner nog, maar niet onbenullig, is ‘het ratje van Ganesha‘. En het wonderlijke is, waarschijnlijk omdat Ganesha zelf zo’n vertrouwde aanblik biedt, dat je je nog meer verwondert over dat ratje dan over die menselijke gestalte met de kop van een olifant. Want dat ratje is niet zomaar een ratje, het is Ganesha’s rijdier.

Veel bevalliger kan je er als Hindoe-godin niet bij staan.

Demonen zijn taai.

Laat ik nu altijd gedacht hebben dat het spaarvarken iets typisch westers was… Nee dus.
(Op de officiële foto ontbreekt overigens, vreemd genoeg, de gleuf. Net als de breuklijnen die aangeven dat niet alleen de achterham, maar dus ook het gespaarde verdwenen is).

Zaal 2

Een belangrijk detail van de samoerai-krijgskunst komt pas na gedane arbeid: het terugplaatsen van het zwaard in de schede, zonder schade bij jezelf. En gaat het mis, dan geldt:

Al gaan je vingers eraan,
De stootplaat blijft altijd bestaan.

De netsuke-verzameling kan wel wat versterking gebruiken. Of is er meer dan wordt tentoongesteld?

Ja, het is waar. We weten zoveel, maar dit niet. Toch mooi dat sommige mysteries mysterieus blijven. Want waar, o waar, diende een cong voor?! Zo’n vijfduizend jaar oud. Doorgaans meegegeven in het graf.
Een cong is gemaakt van jade = keihard = vreselijk moeilijk te maken = iets heel belangrijks. Maar wat is het?! Veel verder dan een theorie dat het vierkantige de aarde voor moet stellen en de cirkel de hemel zijn we niet.

Oh, wat een prachtig paard is dit! En het goede nieuws: om mooi te zijn hoeft je hoofd helemaal niet te kloppen.

Wat een P-factor weer: Taiyi.

‘Amstelredam’ kende ik, maar deze schrijfwijze nog niet. Wel zo logisch. Sterker, logischer dan wat we nu hebben. Idee?

Misschien is de uitleg bij dit tafelscherm wel een tikje te positief, wijzend op de ‘geamuseerde belangstelling’ van de Chinezen voor de Europeanen. Misschien is ‘minachtende geamuseerdheid’ accurater.
Terwijl wij op onze beurt volgens hen net zo goed minachtend doen: ‘Zij kleden zich in gras, eten van bomen en minachten hun vorst‘.

De lohan kan alles zien. Maar zijn de ogen in dit beeld origineel?

Ja, Longmen. Daar was ik ook eens, waar alles in perspectief werd geplaatst.

Power.XM

Wat is het toch treurig dat sommigen menen dat je door te moorden het paradijs kan binnengaan. Terwijl het bovendien volgens anderen veel simpeler kan: alleen al door te geloven en het oprecht aanroepen van een naam.

Ooit een kamerscherm ‘Sssh’ horen zeggen, zachtjes? Links op het scherm glijdt, meesterlijk, de sneeuw van een pijnboom. De meester: Mochizuki Gyokusen.

snow

Super-P

De Japanse lakwerk-schrijfdozen! Zoals die met de bidsprinkhaan en de aubergine. En die van de dichter ‘die gestopt is met luitspelen om te luisteren naar het ruisen van de wind’. Hoe superieur kan je iets krijgen? Zo dus. Wat een contrast met de non-stop koptelefonende en smartphonende medemens.
Wat meer kan je willen dan deze absolute perfectie? Niets. Hoewel… hartverwarmend is het niet.

En ja, daar zijn ze dan, de Tempelwachters. Ungyo & Agyo. Maar wat jammer! Want Present zijn ze zeker, maar ik word er opeens heel treurig van. Ze staan verloren in een hoekje, bij een nooduitgang.

tempel.M

Terwijl ze horen bij een poort, bij een ingang! In Japan. Gek, er is in dit museum zovéél dat eigenlijk ergens anders hoort. Maar pas bij dit tweetal doet het je pijn. Dat ze, zo ver van hun biotoop, in plaats van vervaarlijk te zijn vervaarlijk staan te doen. Daar in dat hoekje.


schaduw.1.S           schaduw.2
Schaduwen van henzelf

Nee, die plek is hen onwaardig. Waar ze nu zijn, daar mogen ze niet blijven. Wat te doen? Zet ze bij de ingang van het paviljoen, op z’n minst!

(Het kan trouwens, zo mogelijk, nóg treuriger).

*

Met een zucht besluit ik mijn rondgang door het museum. Maar de treurnis van het slot lost al snel weer op in de triomf van het totaal. De conclusie is en blijft: het nieuwe RIJKS is geweldig!

Aan al degenen die dit met tandenknarsen, zweet en tranen tot stand hebben gebracht: ik zeg U dank!

*

Diversen

– In de museumwinkel is wel degelijk allerlei aardigs te vinden. Zeker ook qua boeken, een half niveau lager.

– Zeker niet te vergeten: het Rijksprentenkabinet! In de toekomst ook toegankelijk online.

– Mooi weer? In de tuin staat een aantal ‘zitligstoelen’.

– Niet dat het er veel toe doet, maar wat is eigenlijk de voorkant van het museum?

discus.S
Ik doe maar een gooi…


– In de tuin aan de kadekant staat in elk geval (nog?) een sculptuur van Alexander Calder. Weliswaar slaat dat ding (hier) helemaal nergens op, maar wat dat betreft is het een passende lange neus richting het schandalige duo bouwsels aan de overkant. Beter bekend als ‘Het Peper- en Zoutstel’.
(Met z’n drieën bij elkaar zouden ze het trouwens misschien best leuk kunnen doen, in Nieuwegein).

– Apart van het museum zelf staat de Teekenschool.

Teeken.M

waar diverse kunstige lessen worden gegeven.

les.S

– Ook alleen van buiten het museum te betreden is restaurant RIJKS.

Rijks.rest.M

Smaakvol en ‘chauvinistisch’. Zelfs alle wijnen op de kaart zijn van Nederlandse hand, al wonen die handen dan meestal in het buitenland.

– Suggestie: om bij bijzondere, ‘massale’ tentoonstellingen in de Philips-vleugel de ingang en garderobe die daar ooit waren weer in ere te herstellen. Om te voorkomen dat publiek dat alleen naar de vaste collectie wil in lange rijen aan moet sluiten.

– En dan nog… het hete hangijzer, dat inmiddels toch wel behoorlijk is afgekoeld: de fietsers. De fietsers die per se onder het museum door willen rijden.

fiets.M

Het bezorgt je een ronduit tweeslachtig gevoel. Aan de ene kant denk je: ‘We waren er toch al jaren aan gewend dat de onderdoorgang dicht was en ter ere van onze nationale schatkamer kunnen we dat kleine stukje wel blijven omrijden’. Aan de andere kant heeft het absoluut iets aardigs dat in ons land ‘de fietser’ zoveel voor elkaar krijgt. Net zoals verbijstering over het feit dat een stadsdeelraad iets over het Rijksmuseum te zeggen heeft in evenwicht wordt gehouden door het kennelijke feit dat het lokale, het kleine, in ons land niet per definitie door het grote wordt ondergeschoffeld. Bovendien blijft het in dit museum gekoesterde verleden op deze manier in contact met het heden.
In elk geval lijkt het met het onderdoorgangsverkeer, tot nu toe, goed te gaan. En wie goed kijkt ziet dat het gebouw al lang geleden besloten had hoe het moest. Inclusief een vervaagd gouden, richtinggevende vinger.

vinger.M

*

© Joost Overhoff

HET ‘NIEUWE’ RIJKS (1)
HET ‘NIEUWE’ RIJKS (2)
HET ‘NIEUWE’ RIJKS (3)