Het ‘nieuwe’ Rijks (2)


HET ‘NIEUWE’ RIJKS (2)

Notities

NW.1



Voorhal

Nu er weer meer aandacht is voor het gebouw zelf, kijk je ook weer eens naar de muurschilderingen in het voorportaal van de Eregalerij. Vooral een test hoe het zit met je kennis van de vaderlandse geschiedenis. ‘Ja!’, denk je, ‘Jan van Schaffelaar, die sprong van de toren’. Als het omlaag suizende tegendeel van kapitein Schettino. Maar welke toren ook weer? En wanneer en waarom?

Jan.M

Ehm, Willem de Goede, hoe goed was die eigenlijk? Enzovoort. Zo zou je bijna vergeten dat ook het glas-in-lood achter je aandacht verdient, net als de hele voorhal slachtoffer van de Nachtwachtzuigkracht.

Joost.M

Eregalerij

‘De bedreigde zwaan’ herinner ik me nog sterk van mijn eerste bezoek aan het museum, lang geleden. Nu pas weet ik dat het ook het allereerste schilderij is dat het Rijks ooit aankocht. Maar bij het weerzien is er opnieuw diezelfde fascinatie voor een detail: de zwanekeutels direct onder ‘De Raadpensionaris’. Kunnen ook die allegorisch zijn?

Als je iets aan de balk schrijft, dan moet het wel om iets bijzonders gaan. Dus als je naam wordt vermeld aan één van de balken van de Eregalerij, dan moet je toch wel tot de absolute top behoren. Maar eh, Nicolaes Berchem, Jan de Heem, Paulus Moreelse en Philips Wouwerman?
‘Ken je die dan niet?!’, roepen de kunstkenners nu wellicht in koor. Antwoord: ‘Nee’. En eerlijk gezegd, als je hun werken tegenkomt, ergens verderop, dan snap je dat díe de Eregalerij niet hebben gehaald. Of vroeger wel?
(Niet verkeerd, dat is iets anders, ‘De Schimmel‘ van Wouwerman en…)

Steengoed: de lezende vrouw van Gerard Dou en het portret van (misschien) Elisabeth Bas door (misschien) Ferdinand Bol. Ik beloof ze: vanaf nu fiets ik met meer respect door ‘hun’ straten.
(Hoewel het bij Bas toch wel blijft knagen: is dit niet van Harmenszoon himself?)

Het ‘Gebed zonder End‘ van Nicolaas Maes kan model staan voor het zien van iets waarbij je, aanvankelijk of helemaal, een deel ontgaat. Met, mogelijk, verstrekkende gevolgen.
(N.B. Om het via de RIJKS-website te kunnen zien moet je de afbeelding wel eerst ‘omhoog trekken’, zodat ook de onderkant in beeld komt. Of je moet het hele schilderij in beeld krijgen door te klikken op de ‘min’. Downloaden van de complete afbeelding kan ook).

Trouwens, als het verschijnsel ‘hondje’ nog niet bestond, dan hadden de Hollandse schilders ‘m wel uitgevonden. Ter vermaak en ter completering van de compositie. Maar het Rijks heeft ook een grote hond in de hoofdrol en één in de categorie Beste Bijrol.

Hond.S

Over Het Allerbeste Schilderij van het Rijks heb ik trouwens nog steeds geen twijfel. Ook een Chinese schilder met wie ik het ooit bekeek stond: paf.

Van de Nachtwacht, daarentegen, is het meest interessante de vergelijking met de kleine tiptop-kopie ernaast. Daaraan kan je zien hoeveel er van het origineel werd weggegooid, simpelweg omdat het ding niet paste op de plek waar het kwam te hangen.

plusminus

Een kunstwerk heeft zich nu eenmaal te schikken naar de wensen van de klant, net als de dief ervan. Zie: ‘De kunst van kunstroof’ in Cacciucco, het boek, p.147-151.

Wat een kei toch, die Saenredam. Een heel schilderij, dat van de kerk in Assendelft, om het detail te tonen waar het hem waarschijnlijk om ging: de grafsteen van zijn vader. (En zou-ie nou die inscriptie erop hebben gekregen zonder zijn schilderij om te draaien?)

Interessant bezwaar van een buitenlandse bezoekster op de museumsite. Ze vindt het jammer dat alles zo mooi gerestaureerd is dat het niet echt oud lijkt.
‘Het is ook nóóit goed!’, kan je daarop zeggen, maar toch.

Misschien is er hoop voor haar:
Een suppoost vertelt dat er in het museum vaak ontvangsten en diners worden gehouden. Zelfs tussen de schilderijen. Wellicht heeft dat wat, schranzen naast kamerbreed schranzende gilde-leden uit de Gouden Eeuw. Maar zou het schilderwerk niet extra snel ouderen door die dinerdampen?

1600-1650

2.1

Er was toch ook al wel leven vóór IKEA. Prachtig.

Goed, ze bestaan, de ‘Caravaggisten‘. Maar dan toch vooral omdat ‘Cara’ onze ‘Remmie’ vooraf ging, mag je hopen. Eerder werd er een tentoonstelling gehouden waarbij de twee ter vergelijking naast elkaar werden gezet: ‘And the (clear!) winner was...’

Remmie.M

(Maar ik ken een Italiaan, en die…)

2.3

Vernuftig object: balans met verrassend tegengewicht.

2.5

Het ‘Schreeuwend kind gestoken door een bij‘, is geweldig goed gestoken. Zó goed, dat dit houten kinderkopje geen medelijden opwekt, wat je toch zou verwachten. Alsof je eraan afziet dat het kind niet zomaar een slachtoffer is. Sterker, je schaart je direct aan de kant van de bij als je leest dat die steek pas kwam nadat het mormel honing had gejat.
Terzijde: nee, toch?! Is de maker van dit kleinood dezelfde Hendrick de Keyser als de architect van onder meer de Zuiderkerk? Jazeker.

HdK.M

Op het schilderij ‘De Zielenvisserij‘ zien we twee groepen… zielen vissen. Links de protestanten, rechts de katholieken. De schilder ziet duidelijk meer in de protestantse vissers, maar in hoeverre moet je concluderen dat hij er door deze voorstelling eigenlijk helemaal niets in ziet?

Dé boekenkist van Hugo de Groot‘ Hoeveel bestaan er daar eigenlijk van?
Grappig, dat portret van de jonge, nog baardloze Hugo, waarop hij er uitziet als een voorloper van Mr.Bean.

2.6

In Avercamps ‘IJsvermaak bij een stad‘ doet niet iedereen leuk mee, zie ik nu pas. Je moet namelijk wel goed kijken voordat je ze ziet hangen, in de vriezende verte. Figuren aan de galg. Maar de winterpret is er niet minder om.

Humor kan je ‘Haenricus Av’ in elk geval niet ontzeggen. Zijn ‘Winterlandschap met schaatsers‘ signeerde hij als half-affe graffiti op een huisje. Meer dan voldoende natuurlijk, want een Avercamp signeert zichzelf. In iedere schaats, poepend achterwerk en temperatuur.

Zilversmid Paulus van Vianen beeldt de mythologische Argus in alle opzichten zo knap uit, dat je je afvraagt of hij op mannen viel. De naakte, slapende figuur is in zilver gevangen, vlak voordat hij zal worden gedood. Waarna zijn honderd argusogen voortaan overgingen op de staart van een ander wezen waarmee te pronken valt: de pauw. Maar dan vooral zolang zo’n prachtige schreeuwlelijk leeft, zou je denken.

Ook daarom doen stillevens met pauwen je versteld staan: ze werden vroeger gegeten.

2.8

Andere Pauw: Adriaan, hoofdonderhandelaar bij de Vrede van Münster. Die vrede kennen we allemaal, maar hij mag toch wel als voorbeeld gelden van het feit dat je vooral dat ziet waar het jou om gaat. Want dat die vrede maar een onderdeel was van wat eigenlijk de Vrede van Westfalen heette, dat leerden we vroeger niet.
(N.B. Voor trouwlustigen: Pauw was de grote man van Het Oude Slot in Heemstede, thans trouwlocatie, alwaar hij de ‘Vredesbrug’ liet aanleggen).

Ook prima in dit verband (en sowieso): Van der Helst.

Hm, kunnen dit wel echte Rembrandts zijn?! Goed, zelfs hij mag ooit jong geweest zijn. Zonder ‘Late’ geen ‘Vroege’, maar toch.
Matig: ‘Tobit en Anna met het bokje’ en zelfs abominabel: ‘Musicerend gezelschap‘.
Tja, achteraf vraagt iedereen zich af: ‘Hoe kunnen ze ooit serieus gedacht hebben dat de ‘Emmaüsgangers’ van Van Meegeren een Vermeer zou kunnen zijn?’ Overduidelijk niet goed genoeg. Toch werd het oordeel van de experts (te) lange tijd geslikt.
Maar wie weet zijn deze dubieuze Rembrandts wel degelijk van de hand van de meester en wil je gewoon niet weten dat hij ooit (nog) niet meesterlijk was.

2.9

Als verschijnsel geen nieuws, toch verbluffend: ‘De kroon voor de koning van Ardra‘. Een grote flutkroon van onedele metalen, een geschenk van de Engelsen voor een Afrikaans heerser. Als smeermiddel ten bate van de (slaven)handel.

Niet handig: als je na de laatste zaal van het tijdvak 1600-1650 door de Voorhal loopt, zou je aan de andere kant van het museum door willen gaan met de eerste van de volgende periode. Maar nee, daarvoor zou je eerst ook weer de Eregalerij door moeten. Geen straf, maar toch. Ik deed de volgende helft van onze Gouden Eeuw dan ook ‘andersom’. Geen ramp. Sterker, daardoor kan ik de tegenliggers juist van goede raad voorzien.

1650-1700

2.15
Vergeet bij het binnenlopen van deze zaal niet achterom te kijken!

Treffend onder het ‘spiegelstuk’ van de Royal Charles: het lampje van de nooduitgang.
Wat een trofee! Qua maat en qua betekenis.
De belichting ervan kan beter, maar misschien dat de Engelse bezoekers dan gaan gillen.

Natuurlijk, Willem van de Velde de Oude is weergaloos. Maar in sommige scheepszeilen zitten wel érg veel gaten (voor schepen die nog varen). Toch kan hij het weten. Bijvoorbeeld voor Ter Heijde was hij er zelf bij.

2.16

Vanaf hier is er een fraaie blik in de bibliotheek. (Titels over Rembrandt: 856)

2.18

Leuk: dat een beeldhouwer kan wegkomen met een terloops detail bij een serieuze opdracht, zoals de burgemeester die speelt met wat franje.

Niet leuk: de abjecte moord op de gebroeders De Witt. Sommige schilderijen zijn bekender dan hun schilder.

‘Zo vader, zo zoon‘. Maar niet heus. Werd ‘het rijkeluiszoontje’ ooit treffender in beeld gebracht?

2.19

Zielig. Schilder je een meer dan verdienstelijk portret, hebben ze het bij de uitleg alleen over de lijst…

Soms, inderdaad, schreeuwt een lijst om de meeste aandacht. Zoals deze:

pronklijst.M

Maar althans het opschrift mag er soms zeker zijn:

zoek.M

‘Zoek jezelf niet buiten jezelf’.

Trouwens, al rondkijkend in het Rijks komt er bij je op dat er ook zoiets bestaat als ‘decolleté-omlijsting’.

Een ontdekking (= daar ben ik wel laat mee, want als het hier hangt dan…) is Artus Quellinus. En pas bij het zien van dit echtpaar wordt het idee van de ‘wederhelft‘ echt aanschouwelijk.

wederhelft.M

De Lairesse kende ik alleen als straat. Zijn werk blijkt aan de kitscherige kant. Zó, dat je denkt: ‘Moet die straat niet verhuizen naar een andere buurt?’

2.22

Ministers kunnen erin zitting hebben, maar je kan er ook óp zitten. WC, kastje, kamertje: het ‘kabinet’ is van vele markten thuis. Dat van Van Mekeren is ernstig aan de drukke kant, maar toch mooi.

Wonderbaarlijk. Ooit werd het kennelijk gezien als ‘hoogtepunt’ van het Delfts aardewerk. In 1876 verkocht voor 1500 gulden! Anno 2015 zou je zeggen, althans ik: een dieptepunt van wansmaak, die aardewerken viool.

2.24

Nogal wat stillevens zijn eigenlijk behoorlijk rumoerig. Door de veelheid van wat er stil ligt te zijn. Maar het kán stiller.

Sommige studies zou je nog liever aan je muur willen hebben dan het eindresultaat.

2.25

‘Ter zijde‘: geschilderde kleren door Ter Borch kan je horen!

2.26

Als je nou bij iemand een XXL-geslachtsapparaat verwacht, dan toch wel bij Mars. Maar nee hoor, eerder een emmetje. Hooguit.
N.B. Maar wat is eigenlijk L en wat is M? Nét gelezen: bij 95% van de mannen – geen goden dus – bedraagt de lidlengte tussen de 6,5 en 11,5 cm. In rust.

Wie wil er trouwens een piepklein houten schedeltje in een doosje? Ik niet, maar oei wat knap!

Wat heeft de mensheid aan religie? Heel wat. Alleen al dit Rijks zou er anders heel wat minder rijk door zijn.

Wat heeft de mensheid aan drank? Heel wat. Alleen al dit Rijks zou er anders heel wat minder rijk door zijn.

2.27

Soms blijken zogeheten ‘mindere’ schilders bij nader inzien méér. Neem nou Gerrit Houckgeest. Alleen al door de reflectie van het glas-in-lood op die centrale pilaar.

Wat zag de Gouden Bocht er toen treurig uit. Laten we zeggen:

‘Een gracht zonder bomen is als een vrouw zonder haar’.

*

© Joost Overhoff

HET ‘NIEUWE’ RIJKS (1)
HET ‘NIEUWE’ RIJKS (3)
HET ‘NIEUWE’ RIJKS (4)