Coronafietsen 3

CORONAFIETSEN

(richting Berlijn)

3. Naar Einbeck

De wandelaars die we spraken hebben gelijk. Althans, in het hotel ligt niemand ons een strobreed in de weg vanwege onze coronarode woonplaats. We helpen ze een handje door als plaats van herkomst ‘A’dam‘ in te vullen en van Adam komen we allemaal.
Dat invullen doen we met

Kugel.M

Het restaurant van het hotel is vrijwel uitgestorven. De ober onthult dat hij in de kleuterklas heeft gezeten met de erfgenamen van de lokale giganten Miele en Bertelsmann, maar kennelijk hebben ze hem van die zo rijk gevulde taarten niets gegund.
Hij serveert ons ‘witte tomatensoep’, iets dat klinkt als rode sneeuw. Zo’n soep kleurloos krijgen is een hele toer, waarvan de meerwaarde onduidelijk blijft. Zoals het vast heel moeilijk is een kangoeroe te laten wandelen, maar wat heb je eraan?
Een fraai echtpaar uit Putten betrekt een belendend tafeltje. Ook zij gaan fietsen. Ze hebben van derden gehoord dat je ‘na een week door alle spier- en zadelpijn heen bent’. Hm. Hoop doet leven.

Iets anders is wel zeker: het aantal koffieplekken onderweg is beperkt. We hebben als regel dat we vanaf kilometer twintig aan de koffie mogen, maar die is er vaak niet. Wat er wel veel is, zijn eikels. In De Nieuwe Tijd komen de herfstkleuren later en de eikels vroeger. Af en toe, als je band ze op de juiste plek raakt, schieten ze met een knal en grote snelheid weg. Van ‘bij toeval’ naar ‘expres’, zo ontstaat ‘De Hoge Kunst Van Het Eikelrijden’. Met het gevaar dat, terwijl je mikt op zo’n eikelkantje, een tegenligger je vol… Maar zoveel tegenliggers zijn er niet. De route houdt van autoluw.
Qua wild staat de teller trouwens nog op een bescheiden tweetal eekhoorns en één ree.
Die laatste, een meisje, staat ineens op het pad. Ze zakt iets door de poten en beweegt haar kop schichtig heen en weer, onzeker over de richting van haar hazenpad. Ze weifelt. Maïs of bos?! Het wordt bos.
Eén dier zien we zelden, maar we horen hem vaak. En het magische is: hij is steeds dezelfde, al vele jaren. We kennen hem uit Italië, maar ook hier, in Teutonenland, klinkt zijn roep vrijwel dagelijks. Alsof hij ons begeleidt, waar we ook zijn. De groene specht.

Wat is het groot, dat Teutoburgerwoud! Hier zouden ooit de Germanen de Romeinen in de pan hebben gehakt, sindsdien een reden voor Duitse trots. Nationalistische trots. Nazitrots, ook.
Bij de plaats Detmold is een pompeus monument opgericht ter ere van de overwinning van destijds. Met een echo in een tuintje:

Germaan.M

Detail: over de Germaanse triomf wordt niet getwijfeld, maar inmiddels wel over de plaats van handeling. De experts zijn het daar niet over eens, maar de meeste wel over één ding: het was níet in het zo vereerde woud. Voor het gedweep was men dus al die tijd waarschijnlijk op de verkeerde plek.
Wel is er nog een extra reden voor glunder: de Germanen stonden tegenover een Romeinse overmacht en wonnen toch. Maar, nog een misverstand, het was geen geval van ‘Woeste kippen-zonder-kop ontdoen geregelde troepen van hún kop‘. De Germanen werden geleid door een Romeins getrainde tacticus.

Wie in 2020 het woud doorkruist kan een wrede ironie niet missen. Iets kleins wint het van iets groots. We kregen er al een voorproefje van op de Veluwe: dode sparren. Adembenemend.

sparren.L

Ze delven het onderspit tegen ‘letterzetters’, een ondersoort van de schorskevers. Een ware veldslag is het en dit keer wel degelijk in het Teutoburgerwoud. Een drama. Maar ook: een kans. Voor iets nieuws. Wat zal er voor in de plaats komen? Iets geplands, of iets ‘vanzelfs’.

In het restaurant van het hotel doen ze ook nostalgisch. Het bedienend personeel loopt rond in Trachten, klederdracht. De mooie jonge ober ziet er zo voor veel einheimische gasten wellicht uit als de ideale schoonzoon. Zolang hij geen Schweinebraten en schuimend bier op tafel zet studeert hij Germanistiek en politiek. Dat laatste wil hij zelfs in de praktijk brengen. Hij is verkiesbaar, voor een partij met de even verrassende als verfrissende naam ‘Die Partei’. Ooit opgericht door een cabaretier heeft De Partij nu serieuze ambities, zo lijkt het. Met welgeteld één zetel in het Europarlement.
Desgevraagd onderwijst de student dat nostalgische neonazi’s eerder andere plekken bezoeken dan het Teuto-monument. Meer nog trekken ze naar de buurt van Paderborn, in verband met een voormalig SS-centrum aldaar, en naar de Externsteine, een rotsformatie bij Horn, die ook ‘neopaganisten’ aantrekt.

Negen graden, voor het eerst een koude start die aan herfst doet denken. Maar het is het begin van alweer een warme dag. Een nieuwe dag, een nieuw woord. Sterker, zelfs drie.

Een reerand = een zoom van het woud waar je reeën kan verwachten. (Alleen we zien ze niet)

Wel zien we een man met een heel stel Dalmatiërs aan evenveel lijnen. Je wordt er bijna duizelig van. Het zijn

Lieveheershonden

Ondertussen blijkt de R1, onze route, verrassend veel onverhard parcours te bieden. Met meer en minder grote steentjes. We zijn dan ook blij dat we onze tocht op hybridefietsen doen. Voor mountainbikes is er teveel asfalt bij en voor racefietsen teveel linke soep. Wel is die soep door de droogte nu knalhard.

Verbluffend

Een passend moment om onze basis eens in het zonnetje te zetten. Dat hebben ze dik verdiend. Duizenden kilometers gaan ze nu al mee en ze lijken niet kapot te krijgen, zelfs al kwellen we ze soms met (erg) ongastvrije ondergrond. Hun naam:

Schwalbe Marathon Extreme

N.B.1
Schwalbe is de Duitse vertaling van Koreaanse importbanden met de naam Swallow. Tegenwoordig komen de meeste Schwalbe-banden uit Indonesië.

N.B. 2
Voor de goede orde: de enige sponsors van deze site zijn lezers ervan.
Geen gewone lezers, buitengewone lezers.
Met dank.

Koffie vinden we in de onooglijke ‘Teutonenhof’, maar de zaken lopen er weer uitstekend, vertellen ze.
We kwamen er via een man die bezig was zijn toch al glimmende, roestvrijstalen brievenbus nog eens extra op te poetsen. Soms lijkt het wel alsof de desinfectiewoede ook pré-corona hier al heerste, de tuintjes inclusief.

reliPhone.M
reliPhone?

Met de natuur gaat het in elk geval uitstekend, gezien het aantal buizerds. Ze zijn zo algemeen dat je ook daar een nieuwe term voor bedenkt:

Roofmus

Hoewel, mussen, die kleine schoffies, die zie je juist steeds minder.

Tja, die Puttenaren kwamen wel met de spierpijnstelling dat die malheur na een week vanzelf verdwijnt, maar één van ons begint ze nu juist te voelen, de benen.
Een apotheker kijkt of ze arnica heeft. Ze heeft het niet. Omdat arnica niet werkt? En anders alleen omdat het je een reden geeft je spieren te trakteren op masseerbewegingen, om dat spul in je vel te krijgen?
De Apotekerin informeert waar we vandaan komen en waarheen we gaan, voor ze zegt sprakeloos te zijn. Op één woord na: ‘Respekt!’
Zo, dat incasseren we alvast, of we Berlijn nou halen of niet.

De rivier de Weser is een mysterie. Hij lijkt eerst breed en goed gevuld, dan weer bijna leeg, en daarna weer vol. Hoe kan dat? Is-ie in het ‘smalle’ deel peilloos diep, of wat?
En die grote vogels daar, wat zijn dat? Kraanvogels?

Weser Nostalgie


Lang, heel lang geleden voer ik op een zeilboot, in dichte mist. Totdat we iets voelden: ‘hekgolven’. Een groot schip was vlak voor ons langs gevaren. Oei!
We concludeerden, pré-gps, dat we ons bevonden in de monding van de Weser, in de vaargeul naar Bremerhaven. We keerden om, voeren terug en wierpen ons anker uit, in afwachting van beter zicht. Toen dat kwam zagen we een boei en keken op de kaart. We hadden ons anker uitgegooid in een ‘Munitions Dumping Site’…
Nu, na al die jaren, vraag ik me af welke het was.
Deze?

N.B.

Ook nu nog spoelen op Noordzeestranden stukjes ‘witte fosfor’ aan, die vaak lijken op barnsteen. Ze komen uit oude bommen in zee. Ze zien er begeerlijk uit, maar kom er niet aan! Het is giftig, kan spontaan ontbranden (zeker in je broekzak) en kan niet met water worden geblust.