Coronafietsen 1

CORONAFIETSEN

(richting Berlijn)

1. Naar de grens

Toegegeven: het was een gok, een fietstocht in coronatijd. Zeker een tocht naar het buitenland. Want wat als je onderweg ‘positief’ blijkt? Moet je dan daar in quarantaine? En waar is ‘daar’? In je hotel, dat dan door jouw ‘schuld’ misschien gesloten wordt?
Maar een tocht naar Duitsland, het beste jongetje in de Europese coronaklas, leek nog wel verantwoord. Bovendien zouden onze contacten vooral beperkt blijven tot anderhalve eekhoorn en misschien nog een wild zwijn.
Maar hoe dan ook: corona was voorbestemd als rode draad door onze reis.

*

Alleen al het steengoede Duitse routeboekje staat garant voor voorpret. Bij onze oosterburen gaat het parcours door het leven als ‘R1’, Eigenlijk is het een onderdeel van een langer traject, van Calais naar Sint Petersburg. Ons boekje betreft het stuk van Arnhem via Berlijn naar de Poolse grens, maar al bij voorbaat laten we dat laatste stuk voor wat het is. Wel gebruiken we het excuus dat ons boekje ‘nu eenmaal dáár begint’ om de aanloop naar Arnhem met de trein te doen.

Op weg naar het station worden we uitgeleide gedaan door kernachtige graffiti in het Vondelpark:

Tourists Fuck Off

Zou dit nog een pré-coronawens zijn? Inmiddels is door het virus toch althans een deel van die wens in vervulling gegaan. Maar, inderdaad, een aantal toeristen is weer terug. En niet die uit de Eredivisie.
Zouden we op onze beurt in Duitsland wél welkom zijn?

Reizen met je fiets in de trein is in Nederland verre van ideaal. Nogal beschamend voor een echt fietsland. Zo is een gelijkvloerse instap er vrijwel nooit. Bovendien zijn de ruimtes voor de ijzeren rossen doorgaans even krap als beroerd vormgegeven. Materiaal om je fiets vast te zetten ontbreekt en minuscule stangetjes waar je een spin achter zou kunnen haken lijken wel precies op maat gemaakt zodat dat net niet lukt. En dan is er nog het gokelement: waar in de trein zullen de fietscompartimenten zijn en is daar nog wel ruimte vrij? Dat kan al gauw leiden tot stressend gesjees over het perron.
Nu, met corona, moet je van tevoren voor je fiets een plaats boeken, maar ook dan weet je niet waar in de trein je moet zijn. Daardoor zet een vrouw haar fiets tegen de onze, terwijl een leeg compartiment handiger zou zijn geweest. Voor haar en voor ons, want wij moeten er eerder uit. Maar dat andere compartiment is te ver weg en misschien is ook dat niet leeg. En, je zal het altijd zien, bij station Arnhem is ze in geen velden of wegen te bekennen en moeten wij dus zelf in de weer met haar op slotte vehikel.

Nou ja, niet getreurd en verder gezeurd. Voor een fietstocht schiet het zo wél goed op. Al gauw trappen wij onze eerste meters door de Gelderse hoofdstad. En al even spoedig scheurt een politiewagen met zwaailicht ons voorbij. Hij houdt halt een eind verderop, bij een fietsongeval. Als om ons al aan het begin van onze tocht te waarschuwen voor de gevaren.
Gehelmd zijn we trouwens al. Gek eigenlijk, pas als we op pad gaan voor een serieuze tocht zetten we onze helmen op. Thuis niet.

Het weer is glorieus, bijna té, zeker voor de herfst. Natuurlijk, de ‘Indian summer‘ kwam ook vroeger weleens voor, maar deze temperatuur, richting de dertig, voelt toch overspannen aan. Positief bekeken: onze stelregel ‘Bij regen fietsen we niet’ gedijt prima bij het nieuwe klimaat.

Veluwe.L
Veluwe (detail)

Trouwens, er is meer veranderd. Kennelijk hebben we even niet goed opgelet. Dit is onze eerste fietstocht in tijden en intussen blijkt ons fietsland onherkenbaar. Natuurlijk, de opkomst van het verschijnsel e-bike was ons niet ontgaan, maar dat het er al zóveel zijn! Onze eigen rijwielen, nog voortgedreven op melk en bier, zijn inmiddels ver in de minderheid. We schatten de verhouding ‘motorvrij’ versus ‘stekkerfietsen’ zelfs op één tegen vijf. Al turvend vanaf een bankje.

E-bike vs. E-Fiets

Je kan het niet helpen, het gaat vanzelf. Door al die e-bikes ga je ‘elektrisch profileren’. Discrimineren. Je gaat onderscheiden in ‘e-bikevolk’ en ‘E-fietsers’, échte fietsers.
En uiteraard zijn wij, E-fietsers, superieur aan ‘die anderen’. Die anderen herken je al van verre. Door hun rijstijl en omdat ze veel harder gaan dan past bij hun postuur. Mocht er toch nog twijfel zijn dan speur je met adelaarsblik naar de overige kenmerken van ‘De Anderen’: een pakketje onder de bagagedrager, verdacht anabool buizenwerk, of een trapas die een Belg ‘een bolleke’ zou noemen.
Daarentegen wekken E-fietsers, die je vroeger als gewone medefietsers zou zien, nu instant-sympathie. Een E-fietser is nu opeens ‘één van ons’.
Helemáál zwart-wit is het trouwens niet, want, zoals met alles, kan je die anderen niet allemaal over één kam scheren. De ene e-biker is de andere niet. Zo zijn er eerbiedwaardige oudjes die dankzij de moderne techniek althans nog een beetje kunnen bewegen. En dan is er het ook lofwaardige gebruik van de e-bike als vervanging van ander gemotoriseerd woon-werkverkeer.
Maar het gros, vermoed ik toch, verlaat zich op het elektriek uit gemakzucht.

Hoe dan ook zijn we blij dat we onze plaatsen op het bankje kunnen afstaan aan een familie die het ook puur op spierkracht doet. Maar dan op de step. Het zijn oversizede dingen die ze ergens hebben gehuurd. Maar zo leuk als ze eruit zien, wel geldt:

Bij het steppen ga je al gauw ernstig verleppen.

We wensen ze toch nog veel plezier en karren zelf door naar een ander bankje, aan de IJssel.
Langs die feestelijke rivier, te Dieren, staat een tweetal bankjes naast elkaar. Het andere is al ingenomen door een ouder echtpaar, van het soort dat je hun e-bikes van harte gunt.
Het duurt niet lang voordat de man van het stel zich tot ons richt. Bij het zien van échte fietsers is hun hart opengegaan. Zelf hebben ze als E-fietsers tal van tochten op hun palmares, zoals dwars door Amerika en Australië. Nu gaat het niet meer en hebben ze hun echte fietsen verkocht. De man beweegt moeilijk. Hij hoest. Hoe klinkt coronahoest? Niet zo, stel ik me voor. Misschien is de zijne wel erger. De IJssel zwijgt en stroomt onverstoorbaar door, net als het leven. Het oude tweetal is van daarvan misschien aan de laatste etappe toe, maar hun fietsherinneringen koesteren ze nog als juwelen. Pas op latere leeftijd zijn ze serieus met de fiets op reis gegaan.
‘We zijn begonnen met De Groene Route, naar de Middellandse Zee, om te kijken of we het konden. Prachtig, moeten jullie ook doen!’
Ze stappen weer op en rijden weg op hun elektrische Gazelles. Een zegen.

Wij strijken neer bij een B&B in Spankeren. Hele vluchten ganzen stijgen er juist op, op weg naar, ja naar waar?
De B&B-eigenaar vertelt dat hij zijn eigen fiets aan de wilgen heeft gehangen. Na een roemloos einde. Bij een beklimming van de Posbank werd hij voorbijgereden door een groep geëlektrificeerde theetantes. Al kwebbelend. Daar kreeg hij een acute depressie van.
Zelf kunnen wij daar best tegen, maar zonder e-bikes zouden alle theetantes wellicht in hun theetuin blijven. Nu is het zo druk.
De B&B is dan ook voor lange tijd volgeboekt. Zo wordt er althans iets goedgemaakt van het eerdere coronaverlies. Het belendende restaurant is vlak voor het virus uitbrak in andere handen overgegaan en moest direct daarna dicht. Een valsere start is nauwelijks denkbaar. Hoewel, de jonge man die ons bedient is een Afghaan uit… Brummen. Op zijn vierde is hij hier gekomen, met zijn vluchtende ouders.
‘Ik ben helemaal verwesterd’, zegt hij. Het bewijs: zelfs de beroemde Khyberpas uit zijn geboorteland kent hij niet. Geen ramp. Tussen Brummen en Spankeren heb je die pas niet nodig en na zijn eigen valse start zit hij bij ons prima in zijn vel, zo lijkt het.

Ik wilde eerst schrijven ‘vaderland’, maar kan dat nog wel in gendercorrecte tijden, als ook je moeder uit dat land komt?
In het Engels was motherland volgens mij altijd eerste keus, maar Google komt met native country, alsof ook daar de correctheidsbezem aan het vegen is geweest.
Mutterland klinkt alsof dat nooit in gebruik is geweest. Vaterland wel, maar de Duitsers hadden natuurlijk altijd al Heimat.


De B&B-man laat niet na te vermelden dat onze kamer is ontsmet en gaat ons daarom niet voor om hem te laten zien. Ook het ontbijt zal niet verlopen via een coronarijk buffet, maar door een rijk gevulde mand die voor de deur wordt gezet. De betaling wil hij echter wel graag contant ontvangen.
Nou ja, een keten is weliswaar zo sterk als de zwakste schakel, zoals een vet bankbiljet, maar hoe minder zwakke schakels, hoe beter.

De volgende ochtend is prachtig heiig. En, ontroerend, het Bronkhorster veer komt speciaal de IJssel over om alleen ons naar de overkant te brengen. De rivier staat laag. Hoe lang kan er nog over gevaren worden? Voorlopig komt er geen regen, weet de veerman. Goed voor ons, slecht voor de diepgang.

Bronk.M

Wat is dat toch, dat je denkt te voelen, te ruiken dat je je beweegt door een grensgebied?
Vlak voor de territoriale streep gaan we zitten op een bankje. Maar niet lang. Hoog vanuit een eikenboom valt er een rups bovenop mijn reisgenote. Alarm. Is dit een processierups?! Is die optocht dan niet allang voorbij? In elk geval voldoet het harige ding aan ons criterium voor ‘Grote Spinnen’: als je ‘m kan horen vallen.

rups.M

Uitsluitsel geeft hij niet, maar voor de zekerheid gaan we er vandoor en zijn al spoedig grensoverschrijdend bezig. Net op tijd, zoals zal blijken.

BRD.L

krabbel

1. Naar de grens
2. Naar Gütersloh
3. Naar Einbeck
4. Naar de ex-DDR
5. Naar huis