171. Van oude (en heel jonge) mensen

Ik sprak laatst een kraamverpleegster in ruste. Ze vertelde over een praktijk die in haar ziekenhuis ooit gangbaar was: waar laat je doodgeboren baby’s en andere mini-mensenkinderen die het niet hebben gered? Tussen de benen van een overleden volwassene…
Het was in de tijd dat in Nederland De Man In De Witte Jas nog heilig was. Ouders vroegen in die tijd kennelijk niet wat er met het stoffelijk overschotje gebeurde, laat staan dat ze er een aparte uitvaart voor hielden. Anderzijds was het kennelijk geen gebruik dat nabestaanden nog in de kist keken voordat die werd gesloten. Zo bleven ze in het ongewisse van het feit dat zij daarna aanwezig waren bij wat in werkelijkheid een twee-in-één-uitvaart was.

-Moraal

De kraamverpleegster kan Anno 2017 nauwelijks nog begrijpen dat ze het toen zo deden. ‘Ze’ = inclusief zijzelf. Zelfs al vindt ze de praktijk van nu soms ook weer overdreven de andere kant op, dan nog vindt ze dat beter dan zoals het vroeger ging. Maar het veroordelen van wat ooit gebeurde kan niet los worden gezien van wat destijds normaal was. Dat inzicht is niet nieuw, maar behoeft af en toe verversing.

-Verbluffend

Ik confronteerde haar daarop met een verzuchting die ik ooit van een andere kraamverpleegster hoorde: dat ze er niet meer tegen kon aan te moeten zien hoe niet-levensvatbare leventjes werden gerekt. Door experimenteerdrang van medici en/of door het aandringen van de ouders.
Het bleek een gevoel dat ‘mijn’ kraamverpleegster deelde. Sterker, er bestond in haar ziekenhuis nog een andere praktijk: als de situatie de expertise in eigen huis te boven ging, stuurden ze het kindje naar het ene, dan wel naar het andere ziekenhuis. Al naar gelang ze het idee hadden dat een uiterste poging zinnig was.
Omdat het ene ziekenhuis beter was dan het andere? Nee, omdat het ene ziekenhuis katholiek was, waar men om een zieltje te redden ook werkelijk tot het uiterste ging. Bij het andere niet.

RIP.L

krabbel