165. Drones

Een tijdje geleden zat ik in Italië in de trein naast een vrouw. Een vrouw met een drone.

Ze kwam net van een cursus. Zo werd ik betrapt op mijn vooroordeel dat een drone iets is voor oude en jonge jongens. Nee dus. Het was ook een (politie)vrouw die me onthulde dat dieven drones gebruiken om te zien wat er waar te halen valt. Maar het zullen toch wel vooral mannen zijn die drones besturen voor ‘telekillen’, het doden op afstand. Of ook dat niet?
Eén ding is zeker: drones hebben de verkeerde naam. De drone die inmiddels ook onze taal is binnengevlogen is een ding voor veelvuldig gebruik. Maar ‘drone’ is Engels voor ‘dar’. Een dar is een mannelijke bij. Een bijzondere bij, die niet kan steken en ontworpen voor eenmalig gebruik. Voor een dar geldt:

Zijn Succes = Zijn Dood

Zijn taak is het bevruchten van De Koningin. In volle vlucht. Het is de reden van zijn bestaan. En in de natuur is zonder bestaansreden je einde in zicht. Alleen gaat dat bij de dar wel érg snel. Je zou zeggen: ‘Vooruit, geef die dar nog een oude dag van een dag’. Maar nee, zelfs dat niet. De natuur kent ook voor darren geen genade.
Als het een dar lukt waarvoor hij is bedoeld, blijft zijn apparatuur achter in De Koningin. Als plug. Eens gegeven blijft gegeven, waardoor de dar dodelijk gewond raakt. Hij geeft dus andere bijen het leven en verliest daarbij het zijne.
Een wel héél bijzondere drone…

drone.L
Orgelpark Amsterdam

krabbel