638. Freiburg Retour / 7

Terug op de Vennbahn, één van die oude spoorbanen die herboren zijn als fietspad. Een uitstekend idee, niet in het minst vanwege de bijbehorende hellingsgraad. Met tunnels. Handig!

Zo peddel je al fluitend voort bovenop het voorgaande. Alles nu railsvrij, maar niet… muizenvrij. Vliegende muizen, wel te verstaan. Kale muizen, zoals de Fransen zeggen, chauves-souris. Fledermäuse. De taal verandert in dit gebied om de haverklap.

Verbluft staan we voor een groot bord, waarop ons in drie talen wordt aangekondigd hoe het zit. We mogen niet verder, niet door die lonkende tunnel daar. En waarom niet? Omdat, zoals wij fietsers bezit hebben genomen van de spoorbaan, vliegende muizen bezit hebben genomen van ‘onze’ tunnel. Mooi is dat!

Vleermuis – Mens = 1 – 0

Om die vleerbeestjes niet te storen moeten wij nu omrijden! Dat staat er in behoorlijk grote letters, maar het venijn zit ‘m in pietepeuterige cijfertjes die je bijna over het hoofd zou zien:

10%

Maar, hoe dan ook, ook zonder bord komen je benen die cijfertjes toch tegen. En dat terwijl wij best (vleer)muisstil door die tunnel willen rijden, met een gefluisterd ‘Sorry!’ er nog bij.

Hoewel, vleermuizen zijn ook vliegende virusbommetjes, dus misschien toch maar beter zo. Dus puffen we omhoog en komen een stuk verder weer op de Bahn, niet ver voor Troisvierges. Hier zijn we al eens eerder geweest en zagen ook toen dit heel andere bord.

Ter ere van de passeurs, de moedigen die tijdens WOII vluchtelingen begeleidden van bezet naar vrij gebied. Mensen zoals Yet en Joke, waarover deze site eerder al berichtte.

Daarom voelt het als terecht dat er vlak na deze plek zo’n inspannend klimmetje begint. Er bovenop staat een bankje met uitzicht op het station. Daar, waar in de tijd van de passeurs een belletje ging rinkelen als een vluchter per ongeluk in aanraking kwam met een verklikkerdraad.

Onze eigen aankomst nu, in Bäckerei Fonk, is niet verklikt. Zouden ze zich ons nog herinneren? Al zou dat heel goed kunnen, ze laten het niet merken.

Voor ons is dit op onze na-oorlogse manier een historische plek. Ten tijde van ‘een fietscrisis’. Ik wilde toen stoppen, vanwege voorspelde regen. In de Fonk-WC trokken we onze fietskleren uit en kwamen er als gewone burgers weer uit tevoorschijn.

Eenmaal op het station bleek mijn lieftallige reisgenote echter zó teleurgesteld door dit abrupte einde van onze tocht, dat we opnieuw naar Fonk togen voor dezelfde operatie, maar dan andersom.

Daar moeten de Fonkers toch van hebben opgekeken, zou je denken. In elk geval meer dan voldoende reden om het bij hen nog eens een derde keer te doen. Zo gezegd, zo gedaan.

Bij binnenkomst dit keer slaat een andere klant direct aan op onze rugzak. Niet dat daar zoveel aan valt te zien, maar haar trauma is nog te vers, zo blijkt, om er niet over te beginnen.

Het gebeurde in Venetië, op de Rialtobrug. We voelen ‘m al aankomen. Klassieker kan het niet. Kwam het door die clown die met hen op de foto wilde? In elk geval had ze van alle dingen die ze daarna miste heel wat nog niet op orde. Papieren vooral.

We betuigen haar onze deelneming, maar vrezen zelf in haar Troisvierges heel weinig. Sterker, wij zitten binnen en onze tassen zitten buiten op de fiets.

De Canadees in de trein naar Luik doet niet aan travelling light. Een XXL-koffer, een rugzak én een buikzak. Mijn hemel!

Ik feliciteer hem met de premier van zijn land, Mark Carney, maar hij reageert daarop aan de lauwe kant. Hm. Hij komt uit Vancouver, een plaats die bij ons ook zo’n knop doet indrukken als zonet onze rugzak bij de Rialto-dame. Maar dan anders.

We worden er elke keer weer stil van. Dit keer tot in Luiks Calatrava-spektakelstation.

Bij onze volgende etappe in de trein worden we vergezeld door een krullenbol met strooien hoedje. Hij excuseert zich tegenover ons voor zijn fiets, een glanzend koningsblauwe Koga. Maar dan wel e-.

Onder het hoedje is daardoor het idee ontstaan dat hij het uit moet leggen, waarom hij, half zo oud als wij, zich elektrisch laat ondersteunen terwijl wij nog steeds doen aan, zoals de Fransen zeggen, vélo musculaire.

Maar dan gaat zijn telefoon. Crisis.

Hij blijkt een seriële pleegvader en een van zijn kinderen die hij al had ‘doorgegeven’ blijkt elders uit zijn bol te zijn gegaan. Kan die komende nacht voor nood weer terecht in het huis van het hoedje? Die moet daarvoor even ruggespraak houden met het thuisfront, want pleegvader is hij niet alleen.

Pfff, wat een toestand. Het hoedje vangt vooral puberjongens op, los van zijn gewone baan. Oké, dan mag hij misschien een e-bike hebben, maar is hij toch een held.

Had hij zelf geen kinderen willen hebben?

‘Mijn man is… een man’, zegt hij, alsof daarmee alles is gezegd. Voor ons wel, maar niet voor de praktijk van vandaag.

Ik moet denken aan dat ‘nieuws’bericht van kort geleden. Dat het met de homo-acceptatie van pubers steil bergafwaarts gaat. Nu mag iedere puber in zijn handen knijpen dat het hoedje en zijn man hen een haven bieden, maar toch.

Eén station voor de Nederlandse grens. Een jongen stapt in en zet zijn? fiets meteen na de ingang op de standaard. Dwars op de looprichting van de mensen. Als om ons alvast weer voor te bereiden op thuis.

In Maastricht komen twee fatbikes uit de lift, met bijpassend brutale jochies. Fatbikes! Nu pas realiseren we ons dat we die elegante verschijningen al die tijd in het buitenland niet meer hebben gezien.

Het voordeel van het nadeel. Van vleermuizen. Doordat die Luxemburgse piepers ons zo hebben laten omrijden kunnen we nu niet meer verder in de trein. Na vier uur is bij ons de fiets in de trein taboe. Tot half zeven.

Voordeel: tijd voor taart! We rijden naar een buitenwijk en zetten ons er op het terras. Dat van Peter Lemmens: Hollands, pardon, Mestreechs antwoord op de Franse patisserie.

Perenvlaai
Rijstevlaai

Naast ons zo’n typisch Maastrichts stel, tiptop gekleed. Nou ja, ze wonen er wel, maar komen uit het midden van de provincie.

Hoe zit het nu met het superioriteitsgevoel van de echte Maastrichtenaar? Dat valt steeds meer mee, zeggen ze. Zou het?

Op het Onze Lieve Vrouweplein zitten er drie van die echte, nóg tiptopper gekleed. Een vierde komt aanrijden op zijn scooter, blote voeten in leren schoenen, en parkeert pal voor de monumentale trap van zijn herenhuis. Hij verdwijnt er naar binnen en komt terug met een houten loopplank. Daarover rijdt hij zijn scooter tot in zijn al even monumentale hal.

Zelf rijden wij onze trouwe brikken tot op het perron en zetten ze in de trein, al ruim voordat-ie vertrekt. Gelukkig. Al gauw komt er nog een derde bij, van een e-man die net het Pieterfietserspad heeft volbracht. En drie = max.

Tegenover ons een vrouw die lesgeeft aan de universiteit. In Spaans. Aha, dan kan ik haar mooi vragen over het verschil tussen castillano en español. Maar ze komt uit Peru en kan dus wel vertellen dat Zuid-Amerikanen de voorkeur geven aan castillano. Español doet ze onprettig teveel denken aan… Spanje.

Wat is ons land toch klein! Je zit even in de trein en voor je het weet ben je thuis. Maar niet zonder slag of stoot.

Een vrouw stalt haar fiets naast de drie die er al staan, maar wordt er prompt weer uitgezet. De trein is vol, wat fietsen betreft. Alsof de cirkel van onze reis zich sluit.

‘De NS is een pokkenbedrijf!’, schreeuwt de vrouw vanaf het perron.

‘Dan moet u er niet mee reizen!’, snauwt de conductrice terug, sluit de deuren en zucht.

Haar collega bevestigt het: fietsen zijn dé bron Nr.1 voor conflicten in de trein. Even verderop komt er een heel bijzondere bij: torenhoog beladen met bagage, waaronder een paar krukken en een rolkoffer er nog vastgeknoopt achteraan. De ‘berijder’ met een been in het gips. In Utrecht help ik hem weer naar buiten. Eigenlijk had hij er met zijn hele santenkraam niet in gemogen, maar ja. ‘In tijden van Donald’ is een een beetje empathie nooit weg.

We stappen uit op Amstel. Foutje. De lift is onklaar. Gelukkig weet een ander stel fietsers dat aan het einde van het perron een hellingbaan te vinden is. O ja? Maar aan welke kant? We lopen naar het ene einde, niks. Naar het andere, ook niks.

Gelukkig ben ik in het gezelschap van een out of the box-dame. We nemen de metro, naar een station waar wel een lift is die het doet. Het andere stel neemt de roltrap. Ik wens ze het beste. De Eerste Hulp is hier niet ver.

Het is donker. In het licht van de lantaarns zoeven hoofdstedelijke e-bikes ons links en rechts voorbij.

Vlakbij huis scheurt een scooter op volle kracht door rood, rakelings achter ons langs.

We zijn er weer. We zijn retour.

TERZIJDE

– Vancouver (en Calatrava)

In een post over Spanje.

– Passeurs

Over Yet en Over Joke

– Roltrap & Fiets

In Rotterdam blijken ze heel precies, bijna-ongelukken inclusief.

Locatie: Maastunnel

Jaar: 2025

Ongelukken: 119

Ernstig: 8

Bijna-ongelukken: 132