De Elzas. Onder onze wielen rijgen de -heimen en de -willers zich aaneen. Stuk voor stuk dorpjes met iedere tien meter de ‘vakwerk’behuizing van een wijnbouwer, lijkt het wel.

Aan grote ongelukken doen we niet, deze tocht. Eén keer vliegt er een ketting af, waarna de trappers doen wat ze zo graag willen: iets terugdoen tegen al die tijd dat ze met voeten worden getreden. Als je schenen daarna donkerblauw zijn kunnen ze er weer een tijdje tegen.
Tijd voor koffie in Dambach-la-Ville. We weerstaan daarbij dapper de watertandtaartjes.
Wát een taartjes! Typisch Frans. Het raffinement van de patisserie is er lichtjaren verheven boven wat bij ons zo treffend klinkt als het is:
gebak.
Bovendien hebben ze er in Frankrijk steevast bijpassende taartjesdames bij. Keuriger kunnen ze niet.
Voor ons nachtelijk onderkomen hebben we vandaag, ter ere van mijn verjaardag, iets beters uitgezocht. Niet in een -heim, maar in een -willer: Itters-.
Met mijn fietshelm nog op verschijn ik er voor de balie. De vrouw erachter zegt me niet eens ‘Bonjour‘, maar kijkt me nuffig aan à la ‘U bent hier zeker verkeerd?’ Niet zelden voelt een wat minder hotel toch beter aan als je er welkom blijkt.
In het restaurant zijn we de enige Lage Landers, maar toch niet het enige uit Nederland.

Dat ontbreekt nog bij ons: dat je daar waar je eet kan zien waar het een en ander vandaan komt. In Frankrijk tegenwoordig wettelijk verplicht. Hulde.
’s Nachts horen we in het bos gehuil. Een hond, of een wolf? ’s Ochtends vragen we bij de receptie of hier wolven zijn. Ze hebben geen idee.
Inmiddels wordt het wel een onderwerp voor de tot dusver zorgeloze fietser in dichtbije streken. Weliswaar is Feit 1 dat ook waar wolven zijn je er maar zelden een krijgt te zien, maar Feit 2 is dat ze op hun beurt jou waarschijnlijk wel zien en houden van bewegende doelen… Zelfs al moeten ze niets hebben van de mens. Met reden. (Je krijgt ze met geen stok in het Kremlin of Het Witte Huis).
Voorlopig is onze grootste zorg die dreigende wolken daar. Voor de zekerheid schuilen we even in het plaatsje Barr. Wolken zijn er wel, wolven niet. Nederlanders des te meer.
Wat is dat, trouwens? Hebben we iets gemist? Is deze streek voor veel van onze landgenoten vaste prik?
Vaste prik, in elk geval, is de Elzas wel voor ooievaars. Of ‘was’? We zien ze niet meer. Eerder beweerde iemand dat ze dit jaar verstek hadden laten gaan, maar een Barrse Madame, zegt dat ze gewoon, zoals altijd, vertrokken zijn naar hun winterverblijf.
Door hun gevoel, door gewoonte, of door de droogte? De dreigende druppels vallen niet en verder is het weer geweldig. Voor fietsers.
We knijpen pas weer in de remmen in Marmoutier, een klein plaatsje met een heel grote kerk.

Ons onderkomen van vandaag is het simpelste van onze tocht, maar adequaat. Verrassing: de vrouw die er ons bedient komt misschien te wonen in… Den Haag. Misschien. Haar man heeft namelijk gesolliciteerd bij het Internationaal Strafhof, precies op het moment dat de luifelkuif in Het Witte Huis die instelling de nek om wil draaien. That man, in weerwil van die kuif, zelf een kip zonder kop. Madame zucht.
Hetzelfde doen wij de volgende morgen. 06.00 uur. De klokken van de kerk zijn navenant krachtig en willen ons wekken op een onchristelijk uur. Voor de mis?
‘Welnee’, zegt Madame, bij het ontbijt, ‘die mis is er allang niet meer’. Het achterhaalde gebeier nog wel.
‘Als we nu de curé kunnen overhalen het twee uur later te doen, krijgen we dan een monument?’, vraag ik. Aan de reactie van andere gasten kunnen we horen dat die daarvoor wel iets in de collectebus willen doen.
‘Probeer het’, zegt Madame.
Maar de pastoor is er niet. Wel het feit dat in zijn kerk de geschiedenis van de Elzas tastbaar wordt. De naam van dit plaatsje klinkt onvervalst Frans, maar de teksten bij de kruiswegstaties in de kerk zijn in het Duits. Weliswaar zijn bij meerdere machtswisselingen bewuste campagnes doorgevoerd om ook de heersende taal aan te passen aan de nieuwe heersers, maar helemaal lukte dat toch niet.
Aanpassen, dat lukt wel de Brusselaar die we bij terugkeer aantreffen bij het hotel. Hij is op de motor (XL). Maar hij heeft er een hond bij (M). Hoe doet hij dat? Hij zet hem in een tas, voorop de benzinetank, met zijn kop naar buiten. Probleem: wind. En zon. Oplossing: een zonnebril, met elastiek.
En hoe hard rijdt hij dan? ‘Niet hard. Op de snelweg niet harder dan 110’.
Zo, maar moet de hond dan ook geen oortjes in?

Ook wij hebben trouwens een probleem. Verderop op onze route wacht een soort woestijn, althans wat onderkomens betreft. Het is een arme uithoek van het Franse land waar we niets kunnen vinden.
Mijn lieftallige reisgenote, echter, is misschien geïnspireerd door de motorhond. Ze denkt out of the box. ‘Waarom nemen we niet even de trein?’
Zo gezegd, zo gedaan. Hoewel, op het station van Saverne staat er op de lift:
Bedankt voor het niet gebruiken van de lift met de fiets.
In plaats daarvan worden we aangestaard door een loodsteile trap, zonder ‘fietsengleuf’.
We zien geen andere oplossing dan de Hollandse. We nemen de lift toch. Dan maar niet bedankt.
Bedanken doen we wel de twee Franse mannen op het perron. Ze helpen ons de fietsen en de bagage in de trein te krijgen, ook dat een hele toer.
Halverwege klampt ons een radeloze fietsster aan. ‘Hoe zijn jullie hier gekomen?!’
‘Met de lift. Gewoon doen’.
Soms helpt het, een Hollander te zijn.
Pfff, we zitten erin. Het voordeel als je de mensen spreekt. Daardoor hadden we al een band met onze helpers. Ze waren op ‘ons’ bankje komen zitten, terwijl er verderop nog volop plaats was. Maar niet bij gebrek aan fut, integendeel. De jongste van het stel blijkt een ware kampioen. In wat?
In ‘ultratrailrunning‘. Drie keer al won hij het officieuze wereldkampioenschap: zo’n 170 km rond de Mont Blanc, met bijna tienduizend hoogtemeters.
Inmiddels is hij een oudere jongere, en werkt aan een comeback. De man naast hem is zijn coach. Met een probleem, dat ook het zijne is. Ze zitten in de verkeerde trein, de verkeerde kant op…
Op het volgende, piepkleine stationnetje stappen ze alweer uit. De conducteur sluit de deur en schudt zijn hoofd. De nieuwe trail van het duo, weet hij, gaat heel lang duren.
De onze niet. Wat fietst dat geweldig, met de trein. Voor ons ligt: Metz.

Wordt vervolgd.
TERZIJDE
– Trailkampioen
Zijn naam: Xavier Thévenard.
Bijnaam: Le Petit Prince
– UMTB Mont-Blanc
Winnende tijd 2026: 18:16:29.
