629. Eindsprint(je)

Het langlopende tv-programma ‘Zomergasten’ loopt op zijn laatste benen. Het is mooi geweest (2x): niet alleen echt mooi, het was ook hoog tijd aan die stekker te trekken. Beklijvende edities werden steeds schaarser en gingen gelijk op met de Hollandse zomers, verdorring alom. Opleuken met lichte, ‘leuke’ gasten hielp niet. Integendeel.

Maar ziet, je hebt dat wel meer als het ‘hospicemoment’ is aangebroken: een onvermoede opflakkering. Het terminale bloeit weer, op de valreep, ook planten doen dat soms. Nog één keer laten zien waar het levend toe in staat was.

Hoe lang geleden is het wel niet dat ik nog eens een hele aflevering had uitgezeten? Ik zou het niet eens meer weten. Maar nu, bij de laatste drie staat mijn teller al op twee, en die derde moet nog komen.

Bij genoemde twee was sprake van een verrassing en een bevestiging. Van Tommy Wieringa wist ik weinig. Ja, de baas van een antiquariaat waar ik ooit werkte was helemaal weg van ‘Joe Speedboat’, maar zelfs dat, Tommy’s bekendste boek, had ik zelf nooit gelezen.

Een Zomergast moet boeien.

Wel een goed moment om, zomaar tussendoor, de onvergetelijke spreuk van die antiquaar nog eens in de schijnwerper te zetten:

Zo, al is die vermelding hier eigenlijk oneigenlijk, dan hebben we dat tenminste aan de digitale balk.

Terug op het spoor: Tommy bleek een Zomergast die er zijn mocht. Onberispelijk formulerend en met het hart op de goede plaats.

Toegegeven, hij had als jongere heel wat afgejat, maar later compenseerde hij dat ruimschoots, onder meer door zijn inzet voor Oekraïne. Hoewel, zou hij dan nu ook de neiging hebben met een tikkie in de hand terug te gaan naar de door hem beroofde winkel(s)? Als die nog bestaan.

Hoe dan ook, zijn optreden was de moeite waard. Voor mij een welkome surprise. Kaag niet. Van Kaag verwachtte je al met garantie dat er niets op aan te merken zou zijn. En zo was het. Oké, die nagels, maar soit.

Dat is wel het probleem als je urenlang in beeld bent: dat de kijker ieder detail van je gaat bekijken. En dan blijkt dat gelakte nagels er vooral uitzien als een slecht idee als die nagels heel kort zijn. Opvallend kort, juist doordat zo’n signaalkleur je erop wijst. Een gelakte nagel wil op zijn minst de vingertop in zijn geheel bedekken, zo blijkt.

Delft, detail.

Ook inzake de gastvrouw van het programma viel het oog op een detail. Zij had al meteen haar hakjes uitgeschopt en zat tegenover haar keurig geschoeide gaste met blote voeten in het zand.

‘Moet kunnen’ hoor je de hedendaagse Hollander al zeggen. Zeker, een schandaal is het niet, maar zelf denk ik eerder aan een mij bekende Duitse, die tijdens corona via Zoom in ons land college gaf. De studenten zagen alleen haar bovenkant, maar toch kleedde ze zich voor die gelegenheid telkens weer tiptop, van top tot teen. Uit respect en om ondanks die halve zichtbaarheid haar taak helemaal serieus te nemen.

Bij Kaag gebeurde tijdens haar ambtstermijn waar je al bang voor was: haar buitenlandse bezigheden opgeven voor een ministerspost onder NAP, dat leek mooi voor het kikkerland, maar niet voor haar. En ‘leek’ werd ‘bleek’.

Gaandeweg, al ministerend, bleek haar nog iets: ‘Nederland is kleiner geworden’. Inderdaad. En ‘kleiner worden’ = ‘krimpen’, met ‘bekrompen’ in het kielzog.

Bij alles wat ze zei als Zomergast was haar onberispelijke taalgebruik een constante. Maar tijdens haar ambtstermijn werd zelfs dat haar nog tegengeworpen, begreep ik nu. Kennelijk heb ik destijds niet helemaal goed opgelet. Gelukkig.

Ik heb iemand gekend die zijn tijd vooruit was. Al decennia geleden deed hij aan oortjes. Maar dan niet van die oortjes waarvan iedereen kan zien dat je ze hebt. Juist niet. En geen oortjes waar geluid uit kwam. Juist niet. Stoppers waren het, om ongemerkt in positie te drukken. Tijdens visite.

Helemaal geen slecht idee. Maar wel luister ik graag naar zo iemand als Sigrid …..

TERZIJDE

Eerder over Zomergasten