598. Ommekeer

Den Haag,

Bij toeval. Zo kwam ik erin terecht. Ik was op weg naar heel iets anders, toen ik erdoor ‘moest’. Ze stonden midden op mijn route. Het was een demonstratie, nou ja, eerder een feest. In de open lucht. Zo stonden ze daar, op gepaste afstand omzoomd door politiebusjes, maar die waren nergens voor nodig.

*

De ‘demonstranten’ dansen wat, zingen wat, zwaaien met vlaggen en roepen af en toe een leus. Vol blijdschap. Velen hebben hebben zich ook gehuld in een vlag. Ze hebben hem omgeknoopt om het als symbool beter te kunnen voelen. Groen-wit-rode vlaggen zijn het, met in de middelste baan een gouden leeuw met zon en zwaard. Niet de vlag van het Iran van nu, met ‘Allah is groot’. (Voor de zekerheid 22 keer). Nee, dit is de vlag van vroeger, van vóór de Islamitische revolutie. Van Allah geen spoor.

Het is een vlag die eerder vooral werd gebruikt door Iraniërs met monarchistische nostalgie, maar tegenwoordig zwaaien ze er gemeenschappelijk mee, alle tegenstanders van de Ayatollahs & Co.

De reden voor hun blijdschap? Opper-ayatollah Khamenei is niet meer. Hij is de dag ervoor met grof geweld uit zijn aards bestaan gerukt door een Amerikaans-Israëlische coalitie.

Ik geloof mijn ogen niet. Aan één standaard die iemand draagt wapperen twee vlaggen. De bovenste is een Iraanse, waarop ook de beeltenis prijkt van Reza Pahlavi, de zoon van de voormalige ‘sjah’ van het land. Al verbluffend op zich, maar de vlag eronder slaat alles. Het is die van Israël, voorheen de Iraanse aartsvijand Nummer Eén.

Mijn blik kruist met die van een van de demonstranten. Een reus. Een klerenkast met donker haar en donkere ogen. Ook hij heeft een Iraanse vlag omgeknoopt. Durf ik hem iets te vragen? Ik ga het doen.

Zijn Nederlands blijkt perfect. Hij woont al bijna zijn hele leven in ons land.

‘Zijn jullie nu blij én boos?’, wil ik weten.

‘Wat denk je?’, kaatst hij terug, wijzend op de stralende gezichten om ons heen. Niet dat hij ermee bedoelt ‘Domme vraag’.

Natuurlijk, ik begrijp hun euforie verlost te zijn van de wrede oude man die hun land zo lang in zijn greep hield, maar wel is hun land bruut aangevallen, waarbij er ook al veel onschuldige slachtoffers te betreuren zijn. Dat laatste lijkt hier echter niemand bezig te houden, zó groot is de vreugde over de dood van de gehate reli-despoot.

Den Haag, detail.
De Iraniërs in hun diaspora blijven vooral dát, Iraniërs.

‘Wat vind je er zelf van?’, vraagt de man aan wie ik mijn vragen stel.

‘Dubbel’, zeg ik. Ook ik ben blij dat de tiran er niet meer is en dat het huidige Iran en passant aan slagkracht verliest lijkt me niet verkeerd, maar daardoor mag niet onderbelicht blijven dat het hier gaat om een illegale aanval. Een aanval die zeker in strijd is met het internationale recht en waarschijnlijk ook met dat van Amerika. Van een ‘imminente dreiging’ van Iraanse zijde was geen sprake.

Hoe zit het trouwens met de populariteit van Reza Pahlavi? Die is ongeveer op dezelfde leeftijd uit zijn vaderland vertrokken als de reus voor me en heeft er dus verreweg het grootste deel van zijn leven niet gewoond. Bovendien is hij de zoon van een voormalig heerser over het land die óók zijn volk onderdrukte. Zou de inmiddels niet meer jonge ‘Sjah Junior’ dan de juiste man zijn om het roer over te nemen? Kennelijk hebben de mensen behoefte aan een symboolfiguur die de breuk met het huidige terreurbewind tastbaar maakt en hebben ze geen betere.

De reus is er niet bang voor dat het ‘Zo vader, zo zoon’ zal worden. De zoon ‘wil niet echt koning worden’. Meer een overgangsfiguur, denkt hij.

En wat vindt hij van die Israëlische vlag? Is dat niet heel vreemd? De reus voelt er zich duidelijk ongemakkelijk bij: ‘We hebben altijd geleerd dat de Israëlische vlag er is om te verbranden…’ En nu dit. Ermee zwaaien in triomf. Alleen omdat wat Israël net heeft gedaan toevallig even overeenkwam met wat zij zo graag wilden.

Niet dat Israël enige interesse heeft in het welzijn van het Iraanse volk. Bovendien heeft het kleine, maar machtige land de afgelopen tijd zelf veel misdaden begaan en zou de premier ervan juist daar moeten zijn waar wij nu zijn, in Den Haag. In de beklaagdenbank bij het Internationaal Strafhof. En toch. Een Iraanse vrouw in de groep zwaait zelfs alleen met de vlag met de Davidster.

‘Had u vroeger ooit gedacht dat u dit zou doen?’, vraag ik haar. ‘Nee!’, roept ze, door het dolle heen. Over ommekeer gesproken.

Maar gaat binnen haar land die andere, zo gehoopte ommekeer wel lukken? In Italië, waar ik zelf veel mee te maken had, hielp het telkens niet veel om een maffiakopstuk ‘uit de roulatie te nemen’. Een schadelijk fenomeen dat in de samenleving verweven zit verdwijnt niet op slag als gevolg van een ‘onthoofding’. Niet zelden bleek dat zelfs averechts te werken als daarna anderen de leiding overnemen die met agressiviteit hun onervarenheid proberen te compenseren.

Ik kijk naar ‘mijn’ reus, duidelijk vervuld van hoop. Ik help het hem hopen. Dit is niet de dag voor cynische twijfel. Ik klop hem op zijn enorme schouder en daarmee op de splinternieuwe vlag.

Wat doet hij zelf eigenlijk, de reus? Hij is net terug uit Portugal. Vakantie? Nee, voor een cursus. Een cursus van wat?

Mindfulness‘.

TERZIJDE

– Allahu akbar, de Arabische spreuk die ook in het Perzisch wordt gebruikt, wordt vaak vertaald als ‘Allah is groot’, maar betekent in feite ‘Allah is groter/de grootste’.

– Hoe vaker we illegale acties laten gebeuren omdat de uitkomst ervan ons bevalt, hoe sterker het hellend vlak gaat hellen.