Hij is dood. En nu pas weet ik dat hij bestond. Doordat-ie dood is. Daardoor viel me opeens het bericht op van zijn verscheiden.
Hij stierf een ‘natuurlijke’ dood, Michele Albanese. Na een hartaanval. Kan iedereen gebeuren. Maar hoe natuurlijk is een hartaanval als je zóveel jaren onder druk hebt gestaan? Of hij bang was aangelegd, ik weet het niet, maar hij wist al ruim tien jaar dat de meest gevreesde tak van de ‘maffia’s’ die Italië rijk is hem op de korrel had. Dat gaat je, hoe dan ook, niet in de koude kleren zitten. Ik ken mensen die tijdens het meten van hun bloeddruk alleen al door die meting hypertensie krijgen. Laat staan als je weet dat de ‘ndrangheta je dood wil.

Misschien was ik wel de eerste die in een Nederlandse krant schreef dat de organisatie met die even moeilijke als mysterieuze naam ook actief is in ons kikkerland. Dat het zomaar kan zijn dat dat gezellige pizzeriaatje, waar je ze altijd zo feestelijk welkom heten met Buonasera!, in handen is van de misdaad Made in Italy. Bij wijze van nevenactiviteit en voor het witwassen in tomatensaus.
Mijn ‘onthulling’ in de krant bleek niet onopgemerkt. Sterker, de krant liet me daarna weten dat ‘een Italiaan’ contact met mij zocht. Iemand uit Calabrië, zo bleek, de regio van… de ‘ndrangheta. Vond ik dat goed?
Mijn antwoord was ‘nee’. Misschien was dat overdreven voorzichtig. Misschien ging het juist om iemand die me van alles te vertellen had. Geen bedreigingen, maar dingen die ik wel zou willen weten.
Die kans, echter, was nog kleiner dan een korreltje cocaïne, de huidige core business van de ‘ndrangheta. ‘Dingen vertellen’ zit een Calabrees niet in zijn ‘natuur’, waarbij die natuur een fiks handje geholpen wordt door het schepsel homo sapiens. ‘Dingen vertellen’ kan (niet alleen) in Calabrië heel slecht zijn voor de gezondheid.
En dingen vertellen, dat was nu juist de specialiteit van Michele Albanese. Hij was journalist, vooral op het gebied van de ‘ndrangheta. Een ronduit gevaarlijke bezigheid. Wellicht kan je ‘bezigheid’ daardoor beter vervangen door ‘missie’ of ‘roeping’. Hoewel het aantal Italiaanse journalisten dat daadwerkelijk werd gedood als gevolg van hun ‘verteldrang’ relatief beperkt is, niet veel meer dan een tiental, blijft het daar niet bij.
Ik neusde eens in een Italiaanse boekhandel, waar een collega van Albanese te gast was geweest. Het ging om Roberto Saviano, onder meer auteur van de bestseller ‘Gomorra’. Saviano richt daarin zijn pijlen op de Napolitaanse maffia, de camorra, waarna ook hij terechtkwam op een lijstje waar je nog levend niet op wil staan.

Een medewerker van de zaak, waar Saviano een nieuw boek kwam presenteren, beschreef hoe dat in zijn werk was gegaan. Niet alleen alle bezoekers van de winkel werden eerst uitvoerig gescreend, maar de man om wie het ging werd vervolgens op een kruip-door-sluip-door-manier aangevoerd via belendende winkels.
Niet lang geleden zag ik Saviano op tv, na een van zijn anti-bedreigingoverwinningen op de camorra. Overwinningen in… de rechtbank. De juridische winnaar oogde daarbij gebroken, op schokkende wijze, waardoor pijnlijk duidelijk werd dat de echte winnaar een andere was.
Zeker de Siciliaanse mafia (met één f), maar ook de andere Italiaanse maffia’s, zijn niet bijzonder op bloed belust. Zolang hun dreiging maar voor iedereen die het betreft voldoende voelbaar is, waaronder met name degenen met ‘verteldrang’.
Ooit bevond ik mij in een Siciliaans kantoor, het decor van een van mijn meest indringende Italiaanse herinneringen. In het bureau waren meerdere mensen aan het werk (als dat het was wat ze deden), terwijl ik mij onderhield met een van hen.
Toen gebeurde wat ik absoluut niet verwachtte. Terwijl het onderwerp eigenlijk ’toerisme’ was, barstte de man tegenover me opeens volledig los. Over de mafia. Inclusief rillingwekkende details uit eerste hand. Gaandeweg slopen alle collega’s weg en bleven we alleen over.
Aan het eind kon ik het niet laten hem deelgenoot te maken van mijn verbazing dat hij mij al die dingen vertelde. Bracht hij zichzelf daarmee niet in gevaar?

voor de gevallenen van het Verzet, de slachtoffers van het terrorisme en die van de mafia.
Het antwoord was ‘nee’. De mafia vindt het helemaal niet erg als hun dreiging naar buiten komt. Integendeel. Maar er is een, dwingende, rode lijn: ‘fare i nomi‘. Wie namen noemt moet hangen. En daarbij weet iedereen: een vervaldatum bij een dergelijk doodvonnis is er niet.
Echt voltrokken hoeft dat vonnis niet eens te worden. De ongelukkige die erdoor getroffen wordt, is vanaf dat moment levend dood.
Ondertussen moet er wel aan worden gewerkt om executie van het vonnis te voorkomen. Naar schatting ‘genieten’ momenteel zo’n 250 Italiaanse journalisten een of andere vorm van bescherming. Rond de twintig daarvan zijn ‘sotto scorta‘, met lijfwachten en alles erop en eraan. 24/7. Daaronder was Michele Albanese. Uiteindelijk bezweek hij zoals gezegd ‘natuurlijk’ aan zijn hart, 66 jaar oud.

Hartslag: vivace.
Onder de beschermden zijn inmiddels ook journalisten die zich anderszins in de gevarenzone bevinden, zoals op politieke gronden of door niet van oorsprong criminele, commerciële belangen.
Hun groep groeit niet alleen in Italië, maar wereldwijd. Meer of minder subtiel staat de journalistieke vrijheid in steeds meer landen onder druk, waarbij die druk uit steeds meer richtingen kan komen. Ook van boven en zelfs in een land dat zichzelf ooit zag als dat van ‘The Brave & The Free‘. Terwijl het daar met de Freedom bergafwaarts gaat, is Brave blijven in toenemende mate de boodschap.
Vandaar de titel van dit stuk, bedoeld voor alle ‘vertellers’ zoals Michele Albanese, die tegen de verdrukking in nog steeds durven en doen:
HULDE !

TERZIJDE
– Sotto scorta
Michele Albanese sinds 2014.
Roberto Saviano sinds 2006.
– ‘ndrangheta
Spreek uit ‘undrángheta’, met de klemtoon op de eerste a en gh als de g van het Engelse ‘good‘.
– Albanese 2x
Nóg een ‘verteller’ met die naam onder druk: Francesca Albanese, Speciaal VN-Rapporteur inzake mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden.
– Ook Calabrië
De ‘Cacciucco-foto’, hier bovenaan. Tropea, detail.
