452. Falun Gong

Onlangs verkocht een uitgever zijn bedrijf. Het werd een miljoenendeal. Het is namelijk een uitgever die aanvoelt ‘wat gaat lopen’. Vandaar dat hij een auteur onder contract had die goud waard bleek.

Toen hij nog jong was en aanstormend nam hij contact met mij op. Jaren negentig. Hij voelde namelijk dat er iets ging lopen, iets waar hij geen verstand van had. Op zich was dat niet vreemd. Veel uitgevers geven van alles uit waar ze geen verstand van hebben. Als het maar gaat lopen.

Het onderwerp in kwestie was Chinees en omdat het de jonge uitgever ter ore was gekomen dat ik een studiejaar in het ‘Middenrijk’ had doorgebracht, dacht hij bij mij aan het goede adres te zijn.

Wel goed genoeg om te doorzien wat hier staat/stond. (Zie onder).

Het onderwerp dat zou gaan lopen had niet een naam die het in westerse ogen en oren direct goed deed. Die naam was qigong. Zoals veel Chinese woorden en begrippen is het een samentrekking van twee elementen: qi (spreek uit: tsji) en gong (koeng).

Qi betekent ‘adem’, gong zoveel als ‘arbeid’ en eigenlijk is ‘ademarbeid’ als vertaling van qigong zo gek nog niet. Om het simpel te houden.

Qigong bestaat in de praktijk uit een reeks ademhalingsoefeningen, bedoeld om de qi, in de ruimere zin van ‘levensenergie’, te herstellen dan wel te behouden. In principe is qigong oeroud, maar pas in de jaren negentig van de vorige eeuw werd het opeens een hype, die ook doordrong tot in het westen. Zozeer, dat zelfs onder NAP de fijne neus van de jonge uitgever enthousiast begon te snuiven.

In China zelf was het ook in de jaren negentig dat een zekere Li Hongzhi op de vleugels van qigong met een eigen beweging op de proppen kwam: Falun Gong. Daarin heeft gong dezelfde betekenis als in qigong. Falun is het ‘dharmawiel’, een boeddhistisch symbool. Daarnaast is de beweging bekend als Falun Dafa. Da = groot, fa = wet, methode.

In feite is het een potpourri van traditionele lichamelijke oefeningen met boeddhistische en taoïstische elementen. Daarbij wordt het werken aan het fysiek gecombineerd met een moreel kompas waarin eerlijkheid, medeleven en verdraagzaamheid centraal staan.

So far, so good. In het Engels? Jazeker. Nadat de grondlegger van de beweging in China grote aanhang kreeg, ook onder machthebbers, raakte hij in ongenade. Eén van de redenen daarvan was dat zijn succes te groot werd, naar de smaak van de Communistische Partij. Daarop week Li uit naar Amerika.

Chinese machthebbers wantrouwen vanouds alle bewegingen, ook schijnbaar zuiver spirituele, waarvan het aantal aanhangers een kritische grens overschrijdt. Ze kennen hun eigen geschiedenis. Daarin figureren bijvoorbeeld de ‘Boksers’ en Hong Xiuquan. De Boksers waren fysiek geschoold in martiale kunsten en werden vervolgens een gevaarlijke groep. Hong was een zelfverklaarde broer van Jezus en begon een rebellie die vele miljoenen Chinezen het leven kostte. Kortom, bij ‘fysieke training’ en ‘religie’ gaan bij Chinese machthebbers alarmbellen af in verband met prioriteit Nr.1: controle.

In het gareel. (Xi’an, 1982)

In hoeverre ze echt iets te vrezen hadden van Falun Gong is maar de vraag. Zeker is dat in Amerika bleek dat de grondlegger van de beweging zich van een onaangename kant liet zien. Het taoïsme, één van de peilers van Falun Gong, mag zich dan richten op het volgen van ‘De Weg’, in Amerika lijkt Li Hongzhi ernstig van het padje. Of was hij dat eigenlijk al?

Met een somptueus hoofdkwartier ten noorden van New York heeft de beweging inmiddels veel weg van een welvarende sekte, inclusief een aanbeden leider die zijn succes naar het hoofd is gestegen.

‘Thuis’, intussen, hebben de Chinese autoriteiten hun bekende best gedaan de vijand op de grond te houden. In hun versie van zijn biografie is Li maar een middelmatig mannetje, een soort omhoog gevallen Lou de Palingboer. Zijn Chinese achter- = onze voornaam, waarmee hij nu bekend is, zou hij zelf later hebben bedacht. ‘Hongzhi’ betekent zoveel als ‘grote, enorme wil’, een mogelijk nieuwe vlag die de lading wel degelijk dekt.

Eenmaal in Amerika richtten zijn volgelingen ‘The Epoch Media Group’ op, die zich de laatste jaren onderscheidt door trumpiaanse praat in het kwadraat. ‘Compotedenken’ inclusief.

Li zelf zegt te geloven dat er buitenaardse wezens onder ons zijn die de mensen willen verzwakken door de rassen te vermengen. Sommige volgelingen menen dat die gedachte metaforisch is, maar ik zou niet weten hoe.

Ook LHBT’ers kunnen bij Li absoluut niet gay op de thee.

Kortom, er lijkt sprake van een opvallende analogie: centraal in het ‘logo’ van Falun Gong staat een swastika, een oud symbool met louter positieve connotaties, maar later door derden geperverteerd tot hakenkruis. Net zo, lijkt Falun Gong een gelijkaardige weg te gaan. Althans in Amerika. In hoeverre die weg is uitgetekend door de leider zelf en in hoeverre diens beweging is gekaapt door Amerikaans ultra-rechts, is (mij) niet duidelijk.

Van Abbemuseum (detail)

Hoe dan ook: het is mijn indruk dat zeker in China, en wellicht ook elders, het overgrote deel van de Falun Gong-aanhangers het niet kwaad bedoelden en bedoelen. Dat ze zich richten naar de oorspronkelijke leer. Nog onschuldig en positief.

Zelfs al is die leer, mogelijk, de glanzende buitenkant rond een donkere kern.

Deze blogpost kwam tot stand naar aanleiding van de film ‘Eternal Spring’.

Zie FilmTips Nr.27

TERZIJDE

Tekst boven: ‘Leve Voorzitter Mao!

Ter illustratie van de (niet alleen) Chinese specialiteit het verleden al naar believen (deels) te bedekken.

– Lou de Palingboer was de zelfverklaarde, wederopgestane NL-Jezus en verzamelde een aanzienlijk bescheidener aantal volgelingen in de jaren vijftig-zestig van de vorige eeuw.

– ‘Compotedenken’ is onderdeel van de Joostiania, daarin omschreven als:

denkproces waarbij feiten, halve waarheden en lariekoek in warrige breinen tot een onontwarbare brij leiden, vaak met als conclusie dat een samenzwering de wereld bedreigt.