443. Leve e-mail!

‘Heb jij al e-mail?’

Ik hoor, en zie, het hem nog zeggen. Het was een snelle jongen op snelle schoenen. Iemand van een uitgeverij. Zo’n jongen die op voorhand titels koopt, van boeken die hij zelf nooit gaat lezen, omdat hij weet dat die trendy zullen worden.

Op het moment van zijn vraag had ik nog niet eens gehoord dat e-mail bestond. Inmiddels ben ik al vele jaren een ‘mailer’ in hart en nieren. Hijzelf allang niet meer, natuurlijk.

De vraag die ik tegenwoordig vaak krijg is er een vermengd met ongeloof:

Kan ik jou niet appen?!

Nee, je kan mij niet appen.

Dat gaat er maar moeilijk in. Men is verbluft. Maar ook: geïrriteerd. Daardoor zijn ze gedwongen om voor hun gevoel terug te gaan in de tijd. Terug naar ‘de mail’.

Rechts: ouwe troep / Links: ‘VUL HET LEVEN MET MAGIE’

Dat ik achterloop is iets waaraan ik gewend ben sinds ik te laat geboren werd. Maar inzake één ding ben ik wel bij de tijd. Ik ken de gouden regel binnen de IT-wereld:

‘Als een product gratis is, ben jij het product’.

Op die manier ben ik al het product van allerlei bedrijven waar ik moeilijk onderuit kan, zoals van Google. Maar WhatsApp heb ik niet nodig. En ik heb niet de behoefte om ook nog eens het product te zijn van het jongmens M.Z. Dus: Basta, Stop! Klaar.

Hoewel… Zo makkelijk is dat niet. Steeds meer bedrijven en instanties hebben als contactmogelijkheid e-mail bij het oud vuil gezet. In plaats daarvoor zijn gekomen Twitter, Facebook & Co. Een kwalijke zaak, helemaal als het gaat om (semi-) publieke instellingen die mensen dwingen gebruik te maken van (dubieuze) commerciële bedrijven om contact te kunnen maken, terwijl er toch een simpele privacy-vriendelijke mogelijkheid bestaat.

Daar moet een eind aan komen.

Leve e-mail !

TERZIJDE

Praktijkvoorbeeld: