Fietsrondje Umbrië

FIETSRONDJE UMBRIË

Eerder al reden we de fietsroute Amsterdam-Rome, andersom. Maar door slecht weer waren er overgeslagen etappes bij, die maar blijven jammeren ‘En wij dan?!’ Bovendien blijken de twee vaderlanders die zich op de wegen naar Rome hebben gestort, ieder ook nog eens varianten te ontwikkelen van hun routes. Kortom, zo blijven ook wij, fietsers, nog wel even bezig.

We gaan aanhaken middenin Italië en blijven daarbij ons principe trouw van De Grote Tocht: hoewel je als Lage Lander geneigd bent thuis te beginnen, is Noord-Zuid rijden niet ideaal.

Met De Zon Meefietsen = Geen Derdegraads Neus.

En het kijkt veel beter bovendien.
Van De Grote Tocht leerden we ons niet te schamen voor stukjes met de trein, als dat zo uitkomt. Oké, toen werden we tot overgave gedwongen door ware zondvloeden, maar het hielp je wel je te realiseren wat het belangrijkste is: je fietstocht moet leuk blijven en niet verworden tot een maso-trip.

In Italië mag de fiets doorgaans mee in de regionale treinen, met wisselend succes. Op het eerste stuk staan onze jongens er als vorsten bij, middenin het rijtuig.

vorstelijk.XM

Trein Nr.2 is een ander verhaal. Hij is een halve kilometer lang, rijdt hard binnen en, waar o waar is het fietscompartiment? Vóór, midden, of achter? We zien er geen en zetten onze tweewielers helemaal achterin op een ‘balkon’. Het komt ons op een brommende conducteur te staan. Maar, vooruit, hij gedoogt ook de illegale broodjesverkoper en daar kunnen wij nog net bij.

Het mooie van de voorgekookte routes naar en van Rome zijn de gedrukte kaartjes en de digitale GPS-tracks voor de fietsnavigator. Maar eerst maken we er zelf een: van Orte naar Otricoli waar één van de ‘officiële’ routes loopt, die van Hans Reitsma. Ertussen bevindt zich een vloeibaar obstakel, de Tiber. Een routeplanner geeft ons de keus: gaan we lopen of met de fiets? Lopend blijkt verreweg het kortst, via een brug over de rivier waar de fietsroute juist niets van wil weten. Maar we zouden geen Hollanders zijn, als we niet eigenwijs waren. Als je er lopend over kan, dan toch ook wel met onze jongens?
We krijgen gelijk. Fluitend rijden we het snelle water over, heel tevreden met onszelf. Tot aan… een hoog hek. Een waterkrachtcentrale onderbreekt het pad over een afstand van zo’n tweehonderd meter. Ook voor voetgangers. Doodzonde.
Maar we geven ons niet gewonnen. We bellen en zwaaien, bellen en zwaaien, uiteindelijk met succes. Een werknemer merkt ons op en komt ons redden. Hij opent het hek, rijdt met de auto achter ons aan en opent daar hek Nr.2 Het is een genade-actie waar je niet op kan rekenen, maar de beloning is een feestelijk pad langs de Tiber, richting Otricoli.
De herbergier aldaar veert op bij het zien van onze fietsen en zegt: ‘Reitsma?’
We blijken Nr.35 en Nr.36 van het seizoen. Indrukwekkend. Het plaatsje ligt niet eens precies op het ‘spoor’ en biedt bovendien meerdere onderkomens. Dus hoeveel mensen volgen deze route wel niet, als alleen al dit ene hotel in een jaar tientallen ‘Reitsma’s’ binnenkrijgt? Veel.
Ondertussen openbaart de hotelier aan een verblufte Italiaan het bestaan van dit fenomeen. Sterker: ‘Er zijn er zelfs, die doen het heen en weer!’
Het gaan er waarschijnlijk alleen maar meer worden. Ook door de techniek. De herbergier vertelt over een stel Hollanders met elektrische fietsen, van 7.500 euro per stuk. Die per stuk ook stuk konden gaan, zo bleek. Daarvoor kwam er speciaal een reparateur per vliegtuig uit Nederland, meldt de hotelier. Nog steeds wat ongelovig.
Maar ja, elektrisch fietsen… Dan móét je wel heen en weer om voor één keer te tellen.

Zelf spelen we ook vals, maar dan ouderwets. We fietsen puur op eigen kracht en doen daarna weer een stuk met de trein. Op het stationnetje van Massa Martana gaat het er uiterst gemoedelijk aan toe. Het lijntje wordt onderhouden door een privé-maatschappij die al twee keer failliet is gegaan en berustend wacht op het volgende bankroet. De stationschef heeft geen flauw idee of er ook werkelijk een trein gaat komen, of een vervangende touringcar. Het wordt een treintje, overwoekerd door graffiti. De stationschef zet er onze fietsen hoogstpersoonlijk in, al is er geen speciale plek voor.

In Tuoro, aan het Trasimeense Meer, stappen we weer op de fiets. Vanaf daar volgen we de route van Paul Benjaminse, die een prima traject naar Bettolle heeft uitgezet. Een paar elektrieke fietsers sjezen er ons op voorbij. Zó hard gaan ze dat ze geen oog hebben voor de monumentale plek aan het meer, daar waar Hannibal ooit vele duizenden Romeinen in de pan hakte. In één dag. Zonder elektrische ondersteuning. Dat was pas werken.

Trasimeno.L
Slagveld en -meer. (Velen vonden hun einde in het water).


Ruim tweeëntwintighonderdtweeëndertig jaar later puffen we voorbij de plek die nu nog steeds tot de verbeelding spreekt. Wij, Hollandse helden op de fiets. Maar of ook onze passage na tweeëntwintighonderdtweeëndertig jaar nog…

*

Voor de diverse Rome-routes, zie:

Fietsen van Amsterdam naar Rome

*

© Joost Overhoff