De Moestuin

paradijs-2


L’Orto – De Moestuin

Gek woord toch, moestuin. Was het altijd al de plek waar je moeder de scepter zwaait? Vaak wel. Of werd vroeger alles uit moe’s tuin tot moes gehakt? Tot moes gekookt?
Zeker is dat er ook vandaag de dag van heel wat moestuingroente maar bar weinig overblijft. Althans, bij de beginnende bioboer. Zoals een open haard bij uitstek geschikt is voor het verwarmen van de buitenlucht, zo is de moestuin ideaal voor het voederen van de dieren des velds. Want de spit die je van al het spitten krijgt blijft langer bij je dan wat er in je moestuin groeit. Althans in die van ons. Veel wil er niet eens groot in worden. Ofwel omdat ze het gewoon vertikken, zoals dat jongetje uit Der Blechtrommel,

BK.M


ofwel omdat onbevoegden nog voor de oogst al aan de consumptie zijn begonnen.
Tenminste, als die kostelijkheden eerst ‘geboren’ zijn. Het is met die feestelijke uitdrukking dat de Italianen aangeven of er iets is ‘opgekomen’. Daarmee wordt beter recht gedaan aan het hoge gehalte aan Zorg & Vreugde die al dat opgroeiende spul je bezorgen kan.
Maar alleen al die geboorte spreekt niet vanzelf. Gelukkig is er goede raad, bijvoorbeeld van de buurvrouw. Zo kan voor een gelukkige geboorte het zaaien van peterselie maar op één moment gebeuren: tijdens het luiden van de kerkklokken. En wel op Goede Vrijdag.
Vreemde Vrijdag. Want waarom heet die vrijdag Goed? Geen vrijdag liep ooit slechter af. Wat was er zo goed aan al dat lijden, aan de dood?
Het is de kiem. Na het begraven komt de opstanding. Opeens snap je het. Door de peterselie.

*

© Joost Overhoff

Alle Details uit Het Paradijs