348. Arm & Rijk

En toch blijf ik me er nog steeds over verbazen. Vooral over het contrast tussen de veelheid van sociale interactie online en het gebrek daaraan on-site.
Zo breng ik sinds kort geregeld tijd door in een centrum voor fysiotherapie. Daar word ik geacht oefeningen te doen in een tweetal zalen. De bovenzaal is voorzien van televisieschermen, gevuld met sportprogramma’s, de onderzaal met housemuziek. Dit alles om de aanwezigen te behoeden, zo lijkt het, voor een alom gevreesde en dus te vermijden toestand: stilte en/of een ontmoeting met jezelf.

spiegel.M

Beide fysioruimtes zijn gevuld met meer of minder helse machines, die, bijpassend, vooral in het zwart zijn uitgevoerd.
Ik onderwerp me aan één ervan en er suist iets langs mijn oor dat ik nog net kan opvangen voor het valt. Een smartphone, in schutkleur. Hij behoort aan de gebruiker vóór mij. Ik ben namelijk vrijwel de enige die ter ere van de fysio mijn telefoon heeft thuisgelaten. De meeste anderen hebben hun telefoon bij zich, in de zaal. De anti-stiltemaatregelen zijn dan ook alleen voor het noodgeval dat de smartphone buiten bereik moet zijn. Een machine is pas écht hels als je erdoor gedwongen wordt Je Liefste even los te laten. Sommigen lijken zelfs nog liever een nieuwe blessure te willen riskeren.
Het gevolg: ruimtes waarin iedereen langs elkaar heen gaat zonder elkaar te zien, contactloos, de blik alleen gericht op het volgende apparaat en de oren gevuld met input van elders. Nu wist ik al dat mensen zelfs in staat zijn degene in een belendende vliegtuigstoel ‘niet te zien’, maar toch. Ik blijf me eraan vergapen.

In deze zelfde tijd ontmoette ik een vrouw uit Malawi. Op het Amsterdamse terras was het inmiddels even warm als in haar geboorteland, maar zelfs na een paar decennia onder N.A.P. was ze nog steeds niet helemaal gewend.

parkeren.L
ff wenne

Wel kende ze inmiddels de lokale regels van het spel. Vandaar dat ze er zo om moest lachen toen ze er weer aan dacht.

De Vriendin & De Buurvrouw

Ze was nog niet lang in ons land toen het gebeurde. Lang genoeg om haar buurvrouw te hebben ontmoet, maar te kort om te weten hoe de dingen hier (niet) gaan.
Er kwam een vriendin op bezoek. En die wilde ze meteen voorstellen, aan iedereen die ze kende. Want zo gaat dat, in Malawi. Zo kent iedereen iedereen. Gezellig! Afspraak maken niet nodig. Hoezo, afspraak?
Het was zondagmorgen en ze belde aan, bij de buurvrouw. Om haar vriendin te laten zien.
Het duurde een tijdje voordat de buurvrouw opendeed.
De vrouw uit Malawi houdt even stil, van het lachen. Sterker, ze kan bijna niet verder vertellen. Het vertellen wordt horten. En dan:
‘De buurvrouw…’
Er komt een zakdoek tevoorschijn. Voor de tranen. Van het lachen.
Ze is lang genoeg onder ons om de diepte van het contrast ten diepste te voelen.

En ik, ik lachte mee. Maar wel met een tegenstrijdig gevoel.
Ik zei: ‘In uw land zijn de mensen arm en wij zijn rijk.
En andersom’.