317. Stereotypen

Zoals bekend is Het Stereotype gehuwd met Het Vooroordeel, iets dat ook niet mag. Maar veel vooroordelen zijn gebaseerd op oordelen, die op hun beurt weer stoelen op feitelijke waarneming. Er zit dus vaak een kern van waarheid in en niet zelden een joekel.
Kortom, zolang je je maar realiseert dat het om generalisaties gaat, wil ik ze niet opsluiten in de stalen kast met doodzonden.

Bekende stereotypen zijn die waar het de inwoners van de diverse landen betreft. De Duitsers zijn zó, de Fransen zô en de Italianen zò. Nu eenmaal. Even voorbijgaand, onder meer, aan de niet geringe regionale verschillen.
Maar toch. Simpel en makkelijk. Wakker lig ik er niet van.
Maar dan eens iets anders. Wat voor stereotypen hebben de buitenlanders eigenlijk paraat als het over ons gaat? Beetje vrekkig, vermoed je dan. Onelegant. Tikje belerend. Altijd bezig met geld. Knappe strijders tegen het water. Zoiets.


WC.M

Wat mijzelf betreft kan het me weinig schelen wat de mensen van me denken. Wat ze, de buitenlanders, van ons Nederlanders denken interesseert me meer. Gek eigenlijk, als het ‘maar’ om stereotypen gaat. En toch is het zo.
Daarom hapte ik even naar adem toen ik een artikel las in het tiptoptijdschrift The Economist. Daarin ging het over stereotypen die hardnekkige levens zouden leiden binnen de Brusselse burelen.
Er wordt een voormalige EU-official ten tonele gevoerd die het bestaan van stereotypen aldaar wil bagatelliseren, totdat, en dan komt het, hij bij nader inzien zegt – hou je vast – :

“everybody” likens the Dutch to female genitalia.

Zo. Pats boem. Een ander citaat van deze zegsman wordt niet gegeven. Alsof in elk geval deze ene stelling iets is dat er ‘voor iedereen’ duimendik bovenop ligt. Zo laag als ons land is, zo hoog torent ons stereotype kennelijk boven alles uit. Te Brussel althans.
En wat betekent die typering precies? Ik dacht zelf perfect te passen bij het stereotype dat de Nederlanders de Engelse taal goed beheersen, maar hier werd ik toch wel even nederig van.

“iedereen” vergelijkt de Nederlanders met het vrouwelijk geslachtsdeel.

Tot zover was ik bij de les. Zelfs raadde ik welk woord voor dat geslachtsdeel hier bedoeld, maar vermeden werd. Het is maar één letter langer dan het Nederlandse equivalent en ook qua klank lijkt het erop.
Eerder heb ik op deze site al eens mijn minachting op schrift gesteld voor Nederlandse vrouwen die, voor zo ongeveer alles dat hen niet bevalt, het drieletterwoord gebruiken dat hun geslachtsdeel omschrijft. Zelf lukt het me niet, ook nu niet, om dat woord uit mijn keyboard te krijgen. Hedendaagse Hollanders zullen dit mogelijk zien als een klassieke remming die behandeling behoeft, maar zoals gezegd kan hun mening me niet schelen.
Met enige moeite, en dat is nu het voordeel van een vreemde taal, gaat het me wel lukken het Engelse equivalent zwart op wit te krijgen. En dat is:

Cunt.

Van het bestaan ervan was ik op de hoogte, van het gebruik als typering voor een persoon echter niet. Hooguit als tot dat onderdeel gereduceerde benaming voor een vrouw. Als typering voor een mens in het algemeen had ik alleen kernachtige omschrijvingen van het mannelijk lid paraat.
Remedie: even opzoeken op het internet. Het eerste (Engelstalige) woordenboek bood echter niet meer kennis dan ik zelf al had. Een soort van geruststelling.
Het tweede online woordenboek kwam wel met wat ik zocht. Kennelijk mocht je ‘The Free Dictionary’ ruim opvatten. Ze boden drie verschillende bronnen:

1. Used as a disparaging term for a person one dislikes or finds extremely disagreeable.

2. offensive slang | a mean or obnoxious person

3. Extremely Disparaging and Offensive
(a contemptuous term used to refer to an unpleasant person.)

Voilà. (En de Fransen dan?!).
Ik laat deze nadere verklaringen onvertaald, daar althans de teneur wel duidelijk is.
Blijft over de vraag: typeert ons dit altijd en overal, of vooral in Brussel? En als dat laatste het geval is, zou het dan misschien kunnen dat wij er vanonder de modder zelfs een beetje trots op kunnen zijn?
Is onze reputatie misschien het gevolg van het feit dat wij er bijvoorbeeld een handje van hebben om de buitenlandse collega’s erop te wijzen dat zij in ruil voor hun presentiegeld ook present moeten zijn?
Dat is, toegegeven, een unpleasant trekje van ons, vooral als je in dat Brusselse restaurant aan de mosselen zit nadat een ander voor je heeft geklokt.
Of ben ik, om in Engelse termen te blijven, in denial? Is deze stereotypering te hard om te verdragen en probeer ik eronderuit te komen, een hopeloze onderneming?

Stereotypen dan toch maar ‘verbieden’? Dat gaat niet lukken. En die kern van waarheid blijft. Zelfs al is het de waarheid van een ander.

krabbel

TERZIJDE
Sommige typeringen blijken toch aan een update toe.
Zo zat ik onlangs in een Amsterdamse rondvaartboot. Daarin werd de bezoeker van onze hoofdstad via een audiocommentaar voorgehouden dat Amsterdammers voor toeristen heel aardig zijn…

The Economist citeert een 17e-eeuwse reisgids die ‘de Duitser’ typeert als ‘clownish‘.

feest.2.M
Münster (detail)