273. I.M. Reguliersbree

Van alle Amsterdamse straten is de Reguliersbreestraat zo ongeveer het verst weg in mijn hoofd. Hij dient vooral om van de Munt naar het Rembrandtplein te komen, voor het geval een mens daar zou willen zijn. Of naar de wereld verderop.

Reguliersbree.L
Of andersom


Verder is de ‘Reguliersbree’ eigenlijk niks. Ja, natuurlijk, Tuschinski staat er nog, als rots in de branding van de vertoeristisering van de Amsterdamse binnenstad. Maar verder…

Lady Tus.L
Ze (m/v) kijkt neer op de straat. En denkt…


Anno 2019 valt het doek voor een rotsje dat er ook nog was, Kwekkeboom. Ook de fameuze banketbakkerszaak houdt het, na ruim zeventig jaar, in de straat voor gezien. En opeens, toepasselijker kan het eigenlijk niet, komt er toch een lawinetje aan herinneringen los. Een mini-variant van wat er gebeurde door het banketsel geheten ‘madeleine’, dat leidde tot de woordentsunami ‘À la recherche du temps perdu’.

Zoals dat gaat bij een tsunami, wrikt het een het ander los.

Kwekkeboom

Die zo aparte naam bereikte mij al vroeg. Al voordat ik weet had van Amsterdam, laat staan van een banketbakkerij aldaar.
Maar opeens waren ze er, op onze lagere school, de jongens Kwekkeboom. Op een school in een dorp. De jongens Kwekkeboom, twee in getal, waren van een grootsteedse gemeenheid waarvan wij dorpelingetjes volstrekt geen kaas hadden gegeten, laat staan een madeleine.
Sindsdien heb ik ze nooit meer ergens waargenomen – ze zijn nu vast heel braaf? –, maar de banketbakkerssite vermeldt dat ook nu nog ‘een echte Kwekkeboom er de scepter zwaait’. Dus wie weet…
Eenmaal gevestigd in Amsterdam drong het tot mij door dat ‘Kwekkeboom’ stond voor kwaliteit. Als het van Kwekkeboom kwam, dan was het goed. Onweerstaanbaar…

Kwek.L

Het was op een avond. We gingen naar de film, in Tuschinski. Er vlakbij stonden mensen voor een winkelpui. Gebogen. Zo bekeken ze iets, onder ‘luxaflex’ door die na sluitingstijd neergelaten was. Wat daar te zien viel intrigeerde ons wel, maar we hadden er geen tijd voor. We hadden zelf iets te bekijken en moesten ons haasten.
Toen de film uit was, waren we die gebogen mensen helemaal vergeten. Inmiddels was het donker. Maar het licht van de straatlantaarns scheen ook op de winkel en zo op de etalage, onder de luxaflex. Nog steeds stonden er gebogen mensen voor. Al spoedig deden we hetzelfde en genoten van een spektakel waarvoor iedereen wel buigen wil.
In de etalage stond één kolossale slagroomtaart. De rest van al het lekkers was verkocht, of wellicht voor de nacht in de koeling gezet, maar om mysterieuze redenen was dit toch monumentale banketbouwwerk over het hoofd gezien. Althans, door het personeel.
Maar niet door een familie muis. Ze waren voltallig bezig met een ware taartorgie. Ze groeven hele gangen door de muren en door de vulling. Een feestelijker schouwspel is zelden waargenomen. Ze heten knaagdieren te zijn, maar er viel helemaal niets te knagen. Alles zo heerlijk zacht.
En dan die dikke laag slagroom bovenop! Ik ben er zeker van bij de eersten te zijn geweest die muizen iets hebben zien uitvinden wat wij mensen al eerder deden: de borstcrawl en de rugslag.

*

Reguliere Cinema

Het is mijn oudste herinnering aan Amsterdam: een bezoek met mijn moeder aan de Cineac. Wat er te zien was is allang vervlogen, maar niet dat je er gewoon kon binnenvallen wanneer je wou. Het gebodene carrouselde gewoon achter elkaar door: film – nieuws – film – nieuws. Nieuws, denk ik achteraf, in de vorm van het Polygoon Journaal.

Tus.M

Aan Tuschinski was uiteraard alleen de locatie regulier. Mijn eerste herinnering eraan betreft een ook verre van regulier elektronisch orgel dat pontificaal onder het doek stond opgesteld. Met zo mogelijk nog meer registerknoppen dan gewone toetsen. En toch waren we de tijd van de stomme film al ruimschoots voorbij.
Tuschinski is een echt filmpaleis. Alleen heb je voor dat paleiselijke niet veel oog als je te laat bent.

Met een groepje medestudenten wrong ik mij zo een keer in het donker langs allerlei benen. We ploften neer, midden in een rij.
Het duurde even voor we doorhadden dat wat we op het doek zagen geen trailer was, maar de hoofdfilm. Een heel andere film dan waar we voor waren gekomen.
In een vrijwel geluidloos groepsproces besloten we het lot op zijn beloop te laten. We gingen een film bekijken waar we nog nooit van hadden gehoord en waar we vast nooit naar toe waren gegaan als we er wel van hadden gehoord.
De titel was verre van bondig, maar toch zal ik ‘m nooit vergeten:

Who is killing the great chefs of Europe?

Ook het plot was onvergetelijk. De grootste keukenkeizers worden één voor één vermoord. Maar dan wel met smaak: ieder op de wijze van zijn favoriete gerecht.

Dat zorgt bij de grote chefs voor een wonderbaarlijke gemoedstoestand. Hoewel ze er op zich niet naar uitkijken om te worden geflambeerd of te eindigen aan het spit, hebben ze het idee dat er bij de volgorde van de slachtoffers gekozen wordt voor een dalende lijn qua culinair niveau. Dat geeft het ook weer iets begeerlijks om eerder aan de beurt te zijn. En je kijkt met iets van nijd naar een vers gekonfijte collega die jou is voorgegaan.
Maar wie bereidt nu deze terminale gerechten? Ik kan het best verklappen. Dat bespaart de lezer een onnodige biosgang. De onthulling is echter wél de moeite waard: de moordenaar blijkt de secretaresse van een culinair journalist, die hem nóg verdere uitdijing wil besparen.

Een edel motief, waar ik alle begrip voor heb. Al drie generaties journalisten maak ik me zorgen over de lijn van de culinaire recensenten van Het PAROOL. Dat begon met de gevreesde Johannes van Dam, die toch zo vriendelijk schreef over Il Menù, mijn Culinair Woordenboek. Reden genoeg om hem te willen redden.
Dat ging door met zijn geslaagde opvolgster Hiske Versprille en nu met de vers aangetreden Gilles van der Loo. Ook hij maakt een prima indruk en is op de foto nog verbluffend rank. Nog…
Zeker, lekker eten hoort bij de zin van het leven. Maar je moet nog wel bij de tafel kunnen.

In het vervolg:

Café ‘Otten’ & De Sexshop

krabbel

TERZIJDE
Kwekkeboom is niet dood.
Ze gaan elders gewoon verder.

Volgens Het PAROOL heeft de huidige Kwekkeboom Sr. – één van de broers van toen? – het bedrijf overgedaan aan zijn kinderen.

De licentie voor de bekende Kwekkeboom-kroketten is grotendeels in handen van de Canadese patattenkoning McCain.

Een lezer schrijft:
‘Ik heb genoten van je vondsten n.a.v. de vulgarisering van Amsterdams cultuurgoed’.
Ter ere van die reactie heb ik een nieuwe bedacht. Zie
aldaar.