227. Olijfolie-Onzin

Direct grijp ik in mijn verzameling ‘Prikkelende Stellingen’. Huisgemaakt.
Voilà:

‘Achter een droomprijs schuilt een nachtmerrie’.

Vaak meer dan één.
Goed, waar gaat het hier om? Het staat er met grote letters

OLIJFOLIE EXTRA VIRGINE

Aha, alarmbel nummer twee. Vergine is Italiaans en Virgin is Engels. ‘Virgine’ bestaat niet, in geen enkele levende taal, of het is een meisjesnaam. Een extra-kniesoor die daarop let? Toch niet. Kenners zullen zo’n fout niet maken. Het doet dus alvast vermoeden dat de aanbieder van dit product niet weet waar hij het genderneutraal over heeft.
Wat zien we nog meer? Tegen een achtergrond van weelderige takken met olijven en een plukkende mensenhand staat de foto van een fles die mij héél bekend voorkomt. Het is er eentje van Il Casolare. Het is een fles om te bewonderen, een marketingtriomf. Hij ziet er oerbetrouwbaar uit. Een rustieke flesvorm, beugelsluiting, ruw etiket, veel Italiaanse tekst, alles straalt uit: dit is een door-en-door eerlijk Italiaans puurnatuurproduct.
Ik schreef erover, lang geleden, in een column in het tijdschrift Seasons:

Goedkope olie kan niet Toscaans zijn, onder een zekere prijs zelfs niet Italiaans. In Nederland hebben ze daar wat op gevonden. We vonden de ‘Italiaanse’ olie uit onze ‘supermercato’ terug in een Hollandse speciaalzaak. Het was nog in de tijd van de goede oude gulden. Omgerekend zo’n negen van die nostalgische beatrixen betaalden we in Italië. In het vaderland stond er, chique handgeschreven: ƒ36,-.
God zij met ons.

Dat was in 2002. In de folder van 2018 ging het om een opgewaardeerde variant van dit product, de ‘Casolare Bio’. Biologisch is doorgaans duurder, maar kijk eens naar die prijs van nu! Met 50% korting, van €9,49 voor €4,74. Ik snelde naar de winkel voor een etiketanalyse. Te laat. Geheel uitverkocht. Nou ja, aan de prijs en de foto valt nog genoeg aan info te oogsten.
Eerst de prijs. Het gespecialiseerde tijdschrift Merum becijferde dat in 2017 de productiekosten in het meest prestigieuze olijvengebied van Italië zo’n twintig euro per liter bedroegen. Daarbij gaat het om de even schitterende als inefficiënte cultuurlandschappen in vooral het midden van het land. Vaak is dat heuvelachtig terrein waar wijn- en olijfgaarden elkaar afwisselen. Prachtig, maar niet handig.
In meer praktisch aangelegde olijfgaarden in Italië, zoals in het zuiden met ook een ander klimaat, gaat Merum ervan uit dat de kosten een derde lager kunnen liggen.
Kortom, je hoeft geen rekenwonder te zijn om te bedenken dat zelfs aan die negenenhalve euro voor driekwart liter ‘Italiaanse’ olie iets niet klopt. Ofwel die olie is niet Italiaans en/of er zijn mensen onderbetaald.
Het Casolare-etiket vermeldt in het Italiaans: Product van de Europese Unie. Kenners weten dan: ‘De olie in dat product komt oorspronkelijk niet helemaal en waarschijnlijk helemaal niet uit Italië’.
Is dat erg? Ja en nee. Nee, want Casolare-olie kan wel degelijk goed zijn. Het is één van de merken van de oliegigant Farchioni uit Umbrië, een bedrijf met kennis van zaken. En ja, het is wel erg want de consument wordt misleidend gesuggereerd dat het hier Italiaanse olie betreft.

De folder heeft ons over deze olie in een kadertje nog meer te vertellen.

‘De olijven in deze olie zijn koudgeperst tussen stenen en direct daarna gebotteld’.

‘Koudgeperst’ en ‘stenen’ zijn begrippen uit het stenen tijdperk. Vergeet ze. Ze horen bij een tijd van tobben en kwaliteitsverlies.

frantoio.L
‘Spettermuur’ in een oude olijvenperserij


De beste olie wordt tegenwoordig lauwwarm gewonnen in gesloten systemen van roestvrijstaal.
‘Direct gebotteld’ doet er niet toe. Waar het om gaat, en waarin moderne extractiemethoden uitblinken, is dat het contact met zuurstof in alle fasen van het productieproces is geminimaliseerd.
De folder ronkt verder. De aangeboden olie

‘is zo puur, dat de overgebleven deeltjes vruchtvlees en schil van de olijven voor iets troebele olie zorgen. Dat maakt deze extra virgine (alweer verkeerd) olijfolie bijzondere kwaliteitsolie met een uitgesproken smaak’.

Conclusie: deze olie is dus niet puur. Puur = Helder. Zonder rommel.
Gek genoeg doet zich op de olijfoliemarkt een wonderlijke situatie voor. Aan de onderkant vind je er goedkope massaproducten, bedoeld voor consumenten die geen zin hebben in ‘enge rommel’, terwijl de duurste topproducten ook gefilterd zijn, omdat die ‘rommel’ slecht is voor de olie.
Tussen deze twee uitersten bevindt zich een commercieel uiterst interessante doelgroep. Het zijn vooral stedelingen met een goed gevulde portemonnee en een hang naar PuurNatuur. Zij denken: ‘Troebel = Echt’. Veel producenten willen dat graag zo houden. Het scheelt niet alleen filterkosten, maar dat type consument denkt bovendien: ‘Echt mag ook duurder zijn’.
En er is meer. Door het residu in de fles zal de olie veel sneller achteruitgaan dan zonder. De kenner begint bij die gedachte te rillen, maar de meeste consumenten zijn daar onbewust blij mee. Zo verdwijnen alras de scherpe kantjes van de smaak die horen bij verse kwaliteitsolie, maar veel mensen niet bevallen.
Hoe vers zou de olie van de folder zijn? Die droomkorting van 50% doet vermoeden…

krabbel

Etikettenkunst

Bertolli gooit het over een andere boeg. Er staat zelfs Engels, Frans én Nederlands op (waaronder het onzinnige ‘koude extractie’). Als je de fles recht voor je hebt, zie je staan:

ESTABLISHED IN 1865 IN LUCCA

Bertolli.M

Je moet je in een bocht wringen om ook nog een deel op de foto te krijgen van het woord waar het hier om gaat: BRAND. Het is het merk dat lang geleden in Toscane ontstond. Maar sinds 1865 is er heel veel olie door ’s werelds persen gevloeid. Bertolli is allang uitgekleed tot op het bot: de naam. Die naam is voor een deel in handen van de multinational Unilever, dat de rechten voor het gebruik in verband met olijfolie heeft verkocht aan een Spaans bedrijf.
Ook veel Italiaanse consumenten weten niet dat nogal wat van de hen vertrouwde merken tegenwoordig in Spaanse handen zijn. De reden ervoor is simpel: Spanje produceert veel olie, die als Spaanse olie veel minder opbrengt dan Italiaanse. Italië produceert structureel minder dan de eigen consumptie. Maar het importeert én exporteert naar hartelust…