220. Geest

Ik zat achter mijn bureau, driehoog aan een Amsterdamse waterweg. Nou ja, -weggetje. Volgens de naam ervan is het een kanaal. Maar klopt dat wel? Is het daarvoor wel groot genoeg? Hoe zit het eigenlijk? Vanaf welke maat ontgroeit een sloot zijn naam? Wordt een sloot een vaart zodra je er in varen kan? Moet een kanaal vooral recht zijn en een gracht altijd krom? En waarom is wonen aan een gracht voornamer dan aan een kanaal? Omdat een kanaal iets is van A naar B, terwijl een gracht iets te beschermen heeft?
In elk geval leek de man wiens naam men aan ‘mijn’ kanaal had verbonden een heer van stand die eerder zou passen bij een gracht. Maar goed, ruim een kilometer water in de hoofdstad is ook niet niks, al is die streep dan strak.
Op dit soort gemijmer achter mijn bureau kwam echter abrupt een eind. Buiten kwam iets voorbij dat ik nooit eerder had gezien. Een witte wolk. Niet dat ik onbekend met wolken ben, maar een instantwolk op driehoog verblufte mij totaal.
Ik stond op om te zien waar dit fenomeen vandaan kon komen. Lang kijken was niet nodig. De streep water onder mij kolkte. Opgestuwd door een zware storm was in het kanaaltje een heuse golfslag ontstaan. In de lucht hadden vogels geen schijn van kans, op het water kreeg een eendje hoogtevrees. Het was duidelijk: een extra zware windstoot had van een golf de top eraf geblazen en die verneveld als een wolk.

De wind ging liggen. Net op tijd. Ik moest naar een bijeenkomst het Amsterdamse Stadsarchief. Het leek er wel een elite-reünie, waarbij de gehele grachtengordel acte de présence gaf, met één kanaalbewoner als vreemde eend. Er werd een biografie gepresenteerd en wel over de man naar wie ‘mijn’ kanaal is vernoemd. Te weten: Jacob van Lennep, uitgever, schrijver, dichter, jurist, politicus, serieel schuinsmarcheerder. En meer. Wat kon en deed hij eigenlijk niet? Een soort latere Constantijn Huygens-variant.

CH&U.L
Constantijn Huygens, Anno 2018 herboren aan het Amsterdamse Jacob van Lennepkanaal.
Met dank aan kunstenaar Uriginal, uit Barcelona.
(Huygens, op zijn beurt, beklom de torenspits van de kathedraal van Straatsburg, lange tijd het hoogste gebouw ter wereld).


De zogeheten ‘Schatkamer’ van het Stadsarchief was stampvol, deels dankzij Jacobs amoureuze energie. Al dan niet officiële Van Lenneps, ze zaten en stonden overal, en uit hun reacties bleek dat ze erg in hun nopjes waren met hun 19e eeuwse ‘schavuit’. Terecht, natuurlijk. Hun voorvader mocht dan de vader van velen zijn geweest, hij was ook de geestelijk vader van veel. Daaronder de Amsterdamse duinwaterleiding en voor een deel ook het Noordzeekanaal.
Van Lennep en water. Opeens wist ik het!

De wolk die mij zo verbaasde
Terwijl de storm zo woedend raasde
Was niets anders dan de geest
Van JvL zelve geweest.

*

Marita Mathijsen: Jacob van Lennep. Een bezielde schavuit.
Uitgeverij Balans, 2018

Onder de titel
Jacob van Lennep en Amsterdam
is in de Schatkamer van het Stadsarchief een tentoonstelling ingericht.
Tot 20 mei 2018

krabbel

TERZIJDE
De één zijn scoop is de ander zijn ramp. Het onthullen van het feit dat onze AIVD de Russen heeft gehackt is een natte droom voor journalisten en een nachtmerrie voor geheime diensten. Toen de Engelsen in de oorlog de Duitse Enigma-code kraakten hielden ze dat dan ook angstvallig geheim.
Of lieten ‘de diensten’ dit nu zelf uitlekken, om meer politieke steun te krijgen? In spionnenland is alles mogelijk. En ondoorzichtig.