131. Vliegende invaliden

Laatst maakte ik voor het eerst kennis met die van het invalidenvervoer. Dat lijkt duidelijk, maar in werkelijkheid is die wereld strikt gecodeerd via een aantal wat wonderlijke afkortingen. Zo was ik zelf in het gezelschap van een WCHR (WheelCHaiR), een rolstoelrijder die zelf korte stukjes en trappen kan lopen. Dit in tegenstelling tot de WCHS, voor wie geldt no-Stairs. Om maar niet te spreken van de WCHC, de WheelCHairCarry, iemand die volledig immobiel is.

OndersteuningL
Ondersteuning graag…


Daarbij blijkt weer eens dat Schiphol relativerend kan werken. Dat is al zo wanneer je 100% valide bent, maar je jezelf toch uniek zielig voelt als je voor dag en dauw bent opgestaan om je vlucht te halen. Eenmaal op de luchthaven blijken daar verbluffende mensenmassa’s in het rond te schuiven die daar al lang lijken te zijn. Niet dat je niet wist dat alleen al bij je eigen vlucht ook andere mensen zijn betrokken, maar toch.
Net zo kan je je als WCHR onrechtvaardig door het leven getroffen voelen, totdat je hetzelfde vliegtuig moet betreden in het gezelschap van een echte WCHC. Daarna stijg je als gezegend op.

Eerst melden we ons bij een balie waar de hulpbehoevenden worden verzameld. Vervolgens vertrekken we met een groepje strompelenden, rijdenden en wandelenden voor een begeleide passage door de securitycheck.
Daarna scheiden onze wegen. Mijn hoop ook eens plaats te mogen nemen in zo’n fluisterstil ‘Assistance’-wagentje blijkt ijdel.

Assistance.M

De boot is vol en valide meereizenden zoals ik moeten het gewoon met hun eigen benenwagen doen.
Ondertussen leren we dat het assistentieleger ten behoeve van hulpbehoevenden op Schiphol in sterkte varieert van een paar honderd tot wel zevenhonderd man/vrouw in het hoogseizoen. Soms zijn er wel tweeduizend geassisteerden per dag.
Ongelofelijk! Zijn daar ook geen simulanten bij, nep-invaliden? Daarover hebben de assistenten geen enkele twijfel. Zelf zijn ze vaak financieel hulpbehoevend: ze werken meestal een beperkt aantal uren per maand, maar moeten wel altijd oproepbaar zijn. Nogal wat geassisteerden, daarentegen, hebben helemaal geen hulp nodig. Ze vinden het gewoon leuk, prettig of chique. Dat laatste zou vooral gelden voor reizigers uit India. Zo arriveerde laatst een Indiaas vliegtuig waarvan zestig (60!) passagiers assistentie hadden aangevraagd. Een medisch attest is namelijk niet vereist.

Ons eigen, relatief kleine vliegtuig telt drie geassisteerden: een vrouw die niet goed kan kijken, ‘mijn’ WCHR en een Italiaanse WCHC. We zijn op weg naar Florence, maar hij komt helemaal uit Amerika. Zijn moeder al ruim voor het einde van de reis aan het eind van haar Latijn.
We staan niet aan de gate, maar aan een vliegtuigtrap. Daar wordt de WCHC met stoel en al opgewerkt, dankzij een ingenieus toestel dat ‘elektrisch trappen loopt’. Maar wel in de stromende regen.
Eenmaal in de Italiaanse zon, doet het Nederlandse cabinepersoneel laatdunkend over het tempo waarin de gewone vliegtuigtrap verschijnt. Daarna, echter, wordt die trap vervangen door een tiptop-invalidenmobiel op hoogte. En dat, nota bene, op een luchthaventje dat in vergelijking met Schiphol niets voorstelt.
Vervolgens wordt mijn WCHR in een rolstoel gereden tot aan de auto op de parkeerplaats. Kortom, invaliden zijn zielig, zeker, maar vliegende invaliden worden vandaag de dag op hun wenken bediend.

krabbel