47. Topie, Wim & Coby

Zoals bekend bestaan er tussen mensen enkele verschillen. Zo zijn er mensen die gebruikte lucifers terugdoen in het doosje. En mensen die dat haten.

Net zo, zijn er mensen die stadsduiven zien als gevederde vrienden. Naast degenen die de stadsduif afdoen als ‘een vliegende rat’.
Zelf zie ik in de beestjes geen van beide. De stadsduif lijkt me eerder een gedegenereerde subsoort van een in principe geslaagd ontwerp. En de kwalificatie ‘rat’ lijkt me daarbij toch wel een intelligentieniveau of twee te hoog gegrepen.
Hoe kunnen ze dan toch blijven bestaan? Zeker is dat ze als gevederde vrienden veel ongevederde vrienden hebben. Nogal wat van die laatsten lijken in het kirrend voeren van de koerenden zelfs de zin van het leven te zien. Zo kijk ik in Amsterdam dagelijks neer op een soort Franciscus van Mokum, die zijn goedheid op vaste tijden in het rond strooit. Omgeven door een duivenwolk. Een wolk met gevolgen. Voor ons balkon. Want daar komen Franciscus’ goede gaven deels terecht, ‘postdigestief’.
Wat te doen? De keuze tussen de mitrailleur en de bazooka was niet aan de orde. Alleen al vanwege de zogeheten ‘collateral damage‘. Bovendien is onze Franciscus even roerend als rampzalig en kunnen die beestjes het ook niet helpen dat ze er nu eenmaal zijn.
Wat dan wel? Een diervriendelijk alternatief, geïnspireerd op andere bekende plagen. Het werd een herinrichting van de ruimte, zoals die om hangjongeren het hangen te ontmoedigen. En dat naast het introduceren van natuurlijke vijanden zoals je wel ziet in de ecologisch verantwoorde landbouw.
Er kwam een ijzerdraadje boven de balkonrand, verrijkt met een feestelijk tweetal: Coby & Wim. Ik kwam ze tegen in de speelgoedwinkel. Wim is een toornslang, Coby een cobra. Van hout, dat wel, maar op ware grootte en zo wendbaar als wat.

Coby.S

Hamvraag Nr.1: staan stadsduiven inmiddels te ver van de natuur om bang te zijn voor slangen? Zeker, een cobra kunnen ze niet kennen, maar je zou toch verwachten dat er zoiets als een instinctieve angst zou bestaan. Dat het zou kunnen werken zoals plakplaatjes van roofvogels op een ruit.
Hamvraag Nr.2: krijgen de fladderaars gaandeweg in de gaten dat Coby en Wim behept zijn met een minimale dadendrang?
Kortom, werkte het? Ik zou zeggen: redelijk. Slechts een enkele duif deed nog een landingspoging. Alsof ze Coby, Wim en het draadje het voordeel van de twijfel gaven. Als variant van ‘bij twijfel niet inhalen’ leken ze eerder te kiezen voor belendende balkons.
Toch was er af en toe een waaghals of een slimmerik. Die vloog over alles heen om te landen op het balkon zelf. Daarom hebben Coby en Wim sinds kort gezelschap, in de vorm van Topie.
En Topie is nogal nadrukkelijk aanwezig. Het is een rat. Een knuffelrat, oké, maar toch. Een AVRR of GVV, naar keuze. Een Gevederde-Vrienden-Verschrikker, dan wel een Anti-Vliegende-Ratten-Rat. Bovenmaats en pikzwart heeft-ie wel degelijk iets van ‘Pas op!’

Topie.M

Ik zette ‘m als verschrikker op de balkonvloer, maar door een windvlaag werd hij meteen zelf een vliegende rat. Richting de benedenburen. Daarom zit-ie nu aan een draadje. Multi-inzetbaar, voor op de reling of niet.
We zullen zien. Hoe dan ook: we hebben er veel plezier van. Van onze eigen Drie Musketiers.

krabbel

*

P.S.
Laatste Nieuws: Coby is ten prooi gevallen aan de tand des tijds, maar de duiven hebben in een verscholen hoekje naast het balkon een nest gebouwd. En Topie erbij gesleept! Als een speeltje voor de kinderen?

*

© Joost Overhoff