29. SuperGiorgio

De ene is Mario Balotelli, voetballer, de ander Mario Monti, econoom. Balotelli dankt zijn superstatus vooral aan zijn onvoorspelbaarheid, terwijl Monti onder meer juist Super heet omdat hij zo betrouwbaar is.
Beiden zijn ze daarmee goed op hun eigen terrein. En beiden zijn het adoptie’kinderen’. Balotelli werd als vreemdeling geadopteerd door Italiaanse ouders, Monti op zijn beurt wordt juist buiten Italië in het hart gesloten. (Monti kreeg zijn ‘supernaam’ van collega’s in Brussel, toen hij nog commissaris van de Europese Unie was).
In het kielzog van dit soort supermannen is het een beetje mode geworden om mensen die uitblinken een supernaam te geven. Maar, vreemd, kennelijk is nog niemand op het idee gekomen de President van Italiaanse Republiek te ‘superen’.
Bij dezen dan: leve SuperGiorgio! Wat een man, die Giorgio Napolitano. Een rots in de branding. Te midden van de chaos van de Italiaanse politiek houdt hij alsmaar weer het oude hoofd koel. Want oud is-ie, superoud. Tegen de negentig.

Giorgio.M
Giorgio bij rustig weer


Dat SuperGiorgio op die leeftijd nog steeds dienst doet als rots, is zijn eigen schuld. Zijn eigen fout.
Aan het eind van zijn vorige termijn gaf hij aan het daarbij te willen laten. Maar de parlementaire kibbelaars konden het niet eens worden over een andere kandidaat en zeurden opa zo lang aan zijn hoofd dat de oude man alsnog weer verder ging. Goed bedoeld, maar de kinderen moeten ooit op eigen benen leren staan. Zonder opa.
Maar wát een opa! Eén en al rijzige rechtschapenheid. Zo torent hij uit boven de velen in de Italiaanse politiek die in alle opzichten kleiner zijn dan hij. Zeker, af en toe krijgt hij ook kritiek. Het ligt in de macht van een Italiaanse president om wetsontwerpen en decreten rechtskracht te onthouden door die niet te ondertekenen. Zo vonden nogal wat mensen dat hij de beruchte ‘privé-wetgeving’ door en ten behoeve van Berlusconi had moeten blokkeren. Daar is iets voor te zeggen. Maar het weigeren van de presidentiële handtekening is een middel dat alleen hoogst spaarzaam kan worden toegepast. De president kan niet zomaar alles tegenhouden dat uit de spelonken ‘onder’ hem ter tekening naar boven komt, zodra hem iets niet bevalt.
Soms deed hij het toch, zoals in het geval Englaro. Het ging om de Italiaanse die 17 jaar in coma lag, voordat haar vader gerechtelijke toestemming kreeg haar leven te laten beëindigen. Met een weerzinwekkend populistische show probeerde Berlusconi dit op het laatste moment nog te voorkomen door het uitvaardigen van een nooddecreet en instant-wetgeving. Maar Giorgio toonde zich groots en werkte niet mee.
Even uitstekend was zijn benoeming van SuperMario, de econoom, tot premier. Precies op het moment dat Italië (en daarmee Europa) op de rand van de afgrond stond. Het werd een mirakel. Monti redde het, nét.

CC.M
Bijna was ook Italië zelf…


Dankbaarheid leverde het SuperMario niet op. Zoals de meeste burgers hebben ook de meeste Italianen minder begrip van hoe hun land ervoor staat, dan van hoe zij er zelf bij zitten. Monti raakte hen nog eens extra hard en dat vonden ze verre van super. Dat gold vooral voor degenen die zich het minst verantwoordelijk voelen voor de kolossale staatsschuld van hun land.
Nodig was het wel: optrekken met aangetrokken handrem. Zoiets kan niet te lang. Die rem moet er zo snel mogelijk af. En dat met, je wenst het hem toe, een SuperGiorgio in ruste.

krabbel