L’Italiano staat op het punt een onthulling te doen. En waarom? Omdat hij ons ziet als ‘aan zijn kant’, tegenover al die domoren die van de Italiaanse keuken geen verstand hebben?
In zoverre hebben wij er inderdaad wel verstand van dat Deel 1 van zijn geheim voor ons geen nieuws is. In Campanië hebben we al eens een buffelboer bezocht die ons openbaarde dat buffelmozzarella voor pizza totaal niet is geschikt.

De Luxemburgse Italiaan gaat echter verder. Ook in gewone mozzarella, van koemelk, ziet hij niets. Althans, voor zijn pizza’s. En dan komt het. Wat gebruikt hij dan wel?
Hij houdt de spanning erin en geeft geen antwoord. In plaats daarvan verdwijnt hij naar de keuken.
Hij komt terug met in zijn hand een plastic zak, met Duitse opdruk. Op één woord na. In het midden prijkt:
Gouda
Voilà. Zijn geheim. Een hele ontboezeming. Terwijl het onwetende publiek zich toch graag laat vervoeren door die magische woorden ‘Mozzarella di Bufala’ en daar dan ook deftig voor betaalt, zelfs al zit het er in werkelijkheid niet op.
Of L’Italiano die woorden ook op zijn kaart heeft staan, geen idee. Maar dat hij met ons deelt welke kaas hij dan wel gebruikt is toch bijzonder. Dat er ook een tintje van ons polderland op zijn pizza’s zit is overigens maar de vraag. ‘Gouda’ is een onbeschermde term. Dat kan je ook maken in Tokio.
Ook wijzelf blijken trouwens onbeschermd, ondanks onze prille vriendschap. L’Italiano vraagt ons toch zes euro voor twee kleintjes koffie. Bovendien cash en zonder bonnetje. Maar inclusief geheim.
We stappen weer op, maar kunnen iets verder geen weerstand bieden aan een romantisch bankje, langs het water. Omzoomd door de al eerder genoemde ‘groene rode draad’ die inmiddels door heel Europa loopt, de Japanse duizendknoop.
Hij schijnt als positieve kant onderdak te bieden aan heel wat vogels. Mooi. We zijn namelijk hongerig naar een ijsvogel, zo’n plekje is het, maar we zien er geen.
Dan maar doortrappen naar onze rustplaats van vandaag, Vianden. Nooit van gehoord. We vinden er een gewone kamer, gebombardeerd tot ‘De Luxe’, waardoor je dat ‘Luxemburg’ opeens anders gaat bekijken. Het tarief is navenant. Maar misschien is het ook de prijs die je betaalt als vóór jou ook een beroemd persoon er eens te gast was. In casu Victor Hugo. Wij op doortocht, hij als balling.
De verkoopster in de worstenwinkel tegenover het hotel blijkt geen enkele taal te spreken die in Luxemburg gangbaar is. Ze komt vers uit Portugal. Ook het meeste personeel van het hotel is Portugees. Een typisch Luxemburgs fenomeen. Waarom daar? Ze weten het zelf niet goed. De een volgde de ander, enzovoorts. Zoiets.

En wat een Nederlanders, ook hier weer. In ons hotel huist een heel nest grijzende NL-motorrijders, in het zwart. En een stel met de auto, in crisis. Ze waren op weg naar… Portugal, maar durven er niet meer heen. Er zijn geruchten over een mogelijk brandstoftekort, met dank aan Donald. Daardoor berekent het stel de afstand tot thuis niet meer in kilometers, maar in tanks. Teveel tanks van huis vinden ze eng.
Kijk, dat probleem hebben wij nu niet. Wel een ander, dat ons vaker treft. We worden moe van uit eten gaan. Vandaag naar de Chinees dus maar, voor de verandering.
Ook de Chinees alhier verandert, past zich aan. Vroeger hadden we bij ons het Chin.Ind.Rest., nu zitten we in de Chin.Thai.Jap.
De sympathieke jonge XL-Chinees die er ons bedient is tevreden met het rustige Luxemburg. Hij lijkt duidelijk in staat tot een grootsere carrière, maar vindt het wel goed zo. Een soort echo van wat je ook wel ziet in China zelf: tangping, ‘platliggen’, niet meer letterlijk en figuurlijk uitstekend willen zijn, in een meedogenloos competitieve maatschappij.
Na het eten zitten we nog wat in het donker, langs de rivier. In de hoogte, pal boven ons, een helverlicht kasteel. Verderop zit iemand te bellen op een bankje, naast een wat miserabel beeld van Victor Hugo.
De beller heeft zijn telefoon op luidspreker gezet. Handig. Maar houdt hij wel rekening met andere Hollanders in de buurt, of kan het hem niet schelen?
In elk geval kunnen we zo horen dat hij haar van advies dient. Als vriend, of tegen betaling?
‘Waarom haten ze me toch allemaal?’, wil ze weten. Hij weet het. Hij weet alles.
Zelf weten we alleen waar we heen gaan. Noordwaarts!
We rijden door een sprookjesachtig decor waar de mens de hand in heeft gehad. Langs een stuwdeel van de Our.
Zinsbegoochelend. Het water lijkt soms peilloos diep onder ons en dan weer verbluffend dichtbij.

Aantal andere mensen over een lange afstand: 1. Een visser, uit Kazachstan, om het fabelachtige niet te verstoren.
Na het sprookje, graag koffie. Campings voldoende, maar die zijn dicht. Met het mooiste weer van de wereld.
Wel open is een soort Hollandse exclave, zo lijkt het wel, onder de naam EuroParcs. De Hollandse onderhoudsman legt uit: ‘De Luxemburgers doen de boel dicht als ze genoeg hebben verdiend en wij gaan door’.
De Belgische die ons bedient heeft al veel ervaring met ons, Hollanders. Bij Center Parcs was dat soms weleens ‘wat wild’, zegt ze diplomatiek, maar EuroParcs schijnt een niveautje hoger te zijn.
Ondertussen worden we er vergast op verzoeknummers voor de luisteraars van een ons onbekend oer-Hollands radiostation. Vervreemdend is het wel, twee landen verderop, maar met behoorlijke koffie kan de mens veel doorstaan.

Wat we eigenlijk aan het doen zijn, met deze fietstocht, is een soort inhaalprogramma. Ooit fietsten we van Italië richting Nederland en volgden daarbij afwisselend twee bekende routes van Amsterdam naar Rome, andersom. De route van nu is mede daarom voor ons nog maagdelijk. Hij is van de hand van de onvolprezen Paul Benjaminse, maar die draagt daardoor wel een verantwoordelijkheid. Zodra het echt pittig puffen wordt, zoals voor en na Dasburg, rekenen we hem dat aan en roepen erbij: ‘Geintje van Paul!’
Al kunnen we het hier ook op het conto schrijven van een zekere Willem Alexander, tevens ‘Heer van Dasburg’.
Eenmaal boven, komt het landschap ons ronduit Eifelig voor.

Daarna dalen we weer af, naar België en houden er halt in een plaats met een Duitse naam, Burg-Reuland.
De sfeer in onze herberg heeft iets ‘Ik vertrekkigs’, wat blijkt te kloppen. De waard en zijn vrouw hebben de deur in Leuven achter zich dichtgetrokken om in deze uithoek van het land iets heel anders te beginnen. Inclusief onverwachte dan wel niet-bedachte problemen. Ter plekke vooral: personeel. Niet zelden iets nijpends, maar hier nog extra. Het weinige personeel dat ter plaatse te vinden valt werkt liever over de grens, in Luxemburg, waar de verdiensten beter zijn.
Ook wij gaan daar weer heen, over de Vennbahn, een voormalig treintracé dat we al eens eerder onder de wielen hebben gehad. Dit keer, echter, wacht er ons een diervriendelijke verrassing. Want wie heeft er voorrang? Fietsers, of vliegende muizen? De muizen.

Wordt vervolgd.
TERZIJDE
– Titels te over
De Koning der Nederlanden is ook ‘Graaf van Vianden’.
Naast ‘Heer van Klundert’ en, niet te vergeten, ‘Graaf van Katzenelnbogen’.
Onder meer.
– Eerder over Amsterdam-Rome op de fiets (andersom).
– De routes van Paul Benjaminse.
– ‘Tanks’ als afstand
Eerder over alternatieve rekeneenheden.
– Wát?!
Onze buurvrouw meldt vanuit het midden van Mokum, vlak voor onze deur: ‘Een ijsvogel!’
