609. Italia Varia

Een soort nostalgietrip ging het worden, bijna tien jaar later naar de buurt in Italië waar we zoveel tijd hebben doorgebracht. Wat zou daar intussen zijn veranderd?

Eerst moesten we er maar eens zien te komen, tot aan Florence met de trein. Dat is in Italië een genoegen: de treinen punctueel en schoon, de mensen beleefd en rustig.

En nu, bijna een halve eeuw later? De sfeer is kalm. De alom aanwezige tabaksrook uit de tijd van toen, door vooral paffende mannen, is vervangen door de weeë lucht van vooral vapende vrouwen. Ook de Italiaanse premier van nu is een vrouw, de eerste. En meteen ook de eerste van neofascistische signatuur.

We drinken koffie daar waar we dat al eerder deden, in het café waar ook de conducteurs dat doen. Met barpersoneel dat afscheid van je neemt als hun dienst erop zit. Waar vind je dat?

En waar vind je zo’n jonge, olijk uit zijn ogen kijkende Italiaan als die tegenover ons?

Alleen al is-ie bijzonder omdat hij laat weten altijd een spel te doen met mensen die hij niet kent: raden waar ze vandaan komen en wat ze doen. In mij ziet hij een commercieel directeur, uit Germania.

Wat hij zelf doet kunnen we niet raden, weet hij. Terecht. Hij is examinator. Van? Van mensen die een vaarbewijs behoeven voor zeegaande zeil- en motorjachten. Zo iemand kenden we nog niet.

Ook maken we niets van zijn afkomst. Hij is op weg naar Napels. Hij zou uit die buurt kunnen komen, denken we. Zeker niet uit Bologna. Dat laatste klopt. Hij is… een Albanees.

Hij is naar Italië gekomen in ‘de tweede golf’ van Albanese migranten, nadat zijn land van het slot ging. Ook dat is nieuw sinds 1980: veel meer buitenlanders hebben zich gevestigd in De Laars.

Op een nog vacante barkruk aan onze hoge tafel neemt nog iemand plaats. Een ranke vrouw, zwaar opgemaakt. Ook zij moet eraan geloven, aan het spel van de Albanees, die ongetwijfeld niet alleen het leven, maar ook veel vrouwen kan versieren.

Haar afkomst raadt hij perfect: uit de buurt van Rome. Maar wat ze doet? Nagels.

‘Een totaal AI-bestendig beroep!’, zeg ik, positief.

En overal: Delft, transdetail.

Ze beaamt het, maar zegt ermee op te willen houden. Ik begrijp het. De Albanees ademt vooral zeelucht bij wat hij doet, zij voortdurend aceton en wat al niet. Alleen dat al.

Het Italiaans van de immigrant is foutloos. Indrukwekkend. Wellicht pikte hij al veel op nog voor hij de oversteek waagde.

Ik vertel een oud verhaal:

Twee Italianen staan aan de kust en zien de bootjes komen, gevuld met Albanese migranten.

Zegt de een: ‘Het schijnt dat ze aangetrokken worden door de Italiaanse televisie’.

Zegt de ander: ‘Misschien hebben ze slechte ontvangst’.

Hij snapt ‘m niet. Zij wel. Ik jen hem ermee, maar hij kan het hebben. Wat een leuke jongen! En wat kan immigratie een land verrijken.

*

In Florence huren we er een, pikzwart.

Kortgeleden suggereerde ik iets opzienbarends: elke kwart eeuw opnieuw rijexamen moeten doen.

Daarbij dacht ik nog niet eens aan wat we nu merken. Snappen we onze huurauto nog wel? Lopen we niet hopeloos achter bij wat de nieuwste auto’s allemaal kunnen en zelfs doen zonder dat je er erg in hebt? Absoluut. Ik voel me als Fred Flintstone in een Ferrari.

Zo had je vroeger, in De Goeie Ouwe Tijd, nog zoiets als ‘een tomtom’. Daarna hadden huurauto’s navigatie standaard aan boord, maar onze splinternieuwe bolide gaat ervan uit dat we willen en dus zullen rijden via onze eigen telefoon. Prima, maar wat we daarvoor bij ons hebben blijkt alweer passé.

Alleen zijn andere accessoire heeft nog toekomst…

Opluchting: de jonge man van het verhuurbedrijf meent dat het zonder het nieuwste model stekkertje niet zal gaan. Mis. Hij blijkt ook zelf de draad kwijt, want het moet ‘natuurlijk’ ook draadloos kunnen. Dat blijkt echter zo ingewikkeld dat we het maar laten.

Gelukkig kennen we hier, ook na tien jaar, nog de weg.

*

Tussendoor, niet over de grote autostrada, rijden we naar onze zo vertrouwde streek. Het weer is schitterend, net als het decor.

Tien jaar geleden waren de meeste mensen nog onbekend met dit gebied. Inmiddels kennen hele volksstammen het, vooral door de wielerwedstrijd Strade Bianche.

Hoe is het er nu? We strijken neer in een pittoresk, piepklein dorpje. De waard van ons ‘restaurant met kamers’ is nog steeds dezelfde. Anders is het met zijn kinderen. Zelfs hun karakters, zegt hij, zijn beïnvloed door Smartphones & Corona. Bovendien: ‘Mijn kinderen zijn nu altijd afwezig’. Zelfs als ze aanwezig zijn. Dat was wellicht ook zonder corona gebeurd, maar minder sterk en snel.

Corona heeft nog meer teweeg gebracht, zo blijkt. In het tussenliggende decennium zijn mensen die we kenden niet alleen dikker geworden (of niet), getrouwd, gescheiden, bevallen of dood gegaan. Sommige vrouwen zijn intussen… grijs.

‘Logisch’, denkt de lezer onder NAP. ‘Ongelofelijk’, denken wij, die Italië nog kennen van vóór de pandemie. Niet verven was voor vrouwen toen geen optie. Corona, echter, dwong ze ertoe en/of bood ze het excuus.

We spreken een bevriende wijnproducent. Op zijn beurt ‘verft’ hij tegenwoordig zijn druiven, juist wit. Een teken des tijds: om de zon te reflecteren als die, door de klimaatverandering, nu te hard schijnt. Zelf woont hij ‘op hoogte’, relatief koel. Airconditioning had hij daarom thuis nooit nodig, nu wel.

Grappig, hoe mensen de tijd inschatten. De man van het café denkt dat hij ons vijf jaar niet heeft gezien (= 10). Een vrouw die werkt in de supermarkt vindt het heel normaal om ons langs de schappen te zien scharrelen. Ze had nog niet door dat we weg waren.

Zij en de winkel zelf ogen ook voor ons nog precies hetzelfde, maar de cheffin lamenteert over de inhoud die komt en gaat: de klanten. Die van onder de vijftig gedragen zich steeds slechter, zegt ze, en een collega valt haar daarin bij. Een kwestie van opvoeding, of zit corona ook daar deels tussen?

In elk geval, in volmaakte harmonie met het weer, blijkt iedereen even blij om ons te zien. Ook mijn kapper van toen. Zelf vroegtijdig kaal, bereidde hij mij all’italiana voor op mijn toekomst: ‘Kaalheid is een teken van virilità‘.

Heeft hij nu, na nog tien jaar stug doorknippen, zijn droom eindelijk bereikt: een Ducati? Nee, nog steeds niet.

Dromen… Italië heeft zich alweer niet geplaatst voor het WK voetbal. Ooit ondenkbaar.

We lunchen in een puur vegetarisch zaakje en dineren in een vegan restaurant.

Niets beestachtigs aan.

Wie had dát ooit gedacht? In Toscane! Van oudsher carnivorenterritorium bij uitstek. Kortom, ook in Italië beweegt er iets…

En wat was het er mooi!

TERZIJDE

– La Strage di Bologna

Het Bloedbad van Bologna kostte 85 mensen het leven en verwondde meer dan 200 anderen, velen permanent.

De westvleugel van het station stortte volledig in.

– De koperen ploert

– Het ‘verven’ van zijn druiven als bescherming tegen de zon doet onze vriend met een kaolien-oplossing, een soort witte klei. Zo nodig, na elke regenbui opnieuw…

– Persvrijheid

Op de nieuwe lijst van Reporters without Borders is Italië het laatste jaar zeven plaatsen gezakt, naar positie 57.

Noorwegen: 1 / NL: 2 / USA: 64 / Israël: 116 / Cuba: 160 / Rusland: 172 / China: 178.

– Ducati

Misschien moet mijn kapper van toen maar niet al te treurig zijn. Een NL-motorenkenner zegt:

Ducati, stuk gaat-ie‘.