358. Diego

Diego Armando Maradona. Wat een naam! Hij klinkt groter dan de één meter vijfenzestig die Diego groot was. Je hoort in die naam ook niet uit dat hij uit een krottenwijk kwam.

Zijn beroemdste actie was die met ‘De Hand van God’, waarmee Argentinië tijdens het WK van ’86 tegen Engeland op voorsprong kwam. Die uitdrukking kwam van de meester zelf, lang voordat hij toegaf dat het zijn eigen hand was, iets dat wij allemaal al hadden gezien. Maar het maakte niet uit, want Maradona wás God. Zeker in Napels, de stad die hij aan twee landstitels hielp en daarmee aan iets dat nog onbetaalbaarder was: eigenwaarde.
Kon bij dat goddelijke ook nog meespelen dat die naam, Maradona, onbewust ook aan de Madonna deed denken? Het zou nog jaren duren voordat ik beide in één beeld kon vangen. Dat was tijdens de meest onvergetelijke wandeling die ik ooit maakte.
We wandelden dwars door misschien wel Napels allerberuchtste wijk, de Rione Sanità. Een Napolitaanse vriend ging ons voor, scherp op zijn hoede en zichtbaar niet op zijn gemak.
We begonnen boven en kwamen al meteen in de stemming. We stuitten er op een openbaar kerkhof in een grot, met opvallend weinig privacy voor de duizenden die er rustten.

Privacy.L

Al afdalend door de straten ontvouwden zich decors die wel een mengeling leken van Avercamp, Brueghel en Jeroen Bosch. Stoppen, om het allemaal eens op ons gemak te bekijken, was er echter niet bij. Onze gids was duidelijk een voorstander van ‘doorlopen’ en vooral niet nieuwsgierig doen.
Slechts op één plek kwam het tot een gesprek met een van de bewoners. Dat kwam omdat het onderwerp voor wat een veilig gesprek beloofde te zijn er zo prominent aanwezig was. Een vaste afbeelding van Maradona was er aangevuld met een grote foto ter ere van Diego’s vijftigste verjaardag. En dat vlak naast een beeldje van de Madonna in de muur. Pure devotie (2x).

D&M.L

Toch zette ik het veilige gesprek over Diego alsnog op scherp. Door over een vergelijking te beginnen. Met Cruyff. Wel een leuk idee, maar aan de riskante kant.
In een artikel over Napels schreef ik:

‘Een man, met een gezicht zo moe dat je niet gelooft dat hij nog boos kán worden, kijkt me dreigend aan’.

Zeker, ik durfde en wilde niet onbeleefd zijn, door ronduit te stellen dat onze Johan beter was dan Diego, maar toch. Achteraf vermoed ik dat ik het er levend afbracht niet alleen omdat de man zo moe was, maar ook omdat er een soort universeel begrip lijkt te bestaan voor de ‘natuurwet’ dat als je uit Amsterdam komt, je nu eenmaal voor Ajax bent. En voor Cruyff.
Daardoor kon hij me vergeven dat ik blind was voor iets waarover niet te twisten viel: dat Maradona de beste was, ooit. Daar hoefde je het niet eens over te hebben. Zoals Amerikanen zouden zeggen: ‘No parking here. Don’t even think about it‘.

Wás Cruyff beter? Ik denk het wel. Niet als onstuitbare dribbelaar, wel in totaal. Maar zo geliefd als Diego had Johan nooit kunnen worden. De uitgepierde slungel versus het rappe dikkerdje. Cruyff was eerder Koel & Uitgekookt, Diego niet. Diego was ongeremd, Johan niet. Diego had meer iets van André Hazes. Met per honderd meter leven een kilometer aan slijtage. Inclusief alle zonden die veel gewone mensen begaan, of zouden willen begaan.
Hij leek wel voor Napels geboren.

krabbel

 

Eerder in de krant en op deze site:

NAPELS!

 

TERZIJDE
‘De Hand van God’ werd gevolgd door een ander goddelijk doelpunt dat ook eindeloos wordt herhaald.
Maar het is een cursusje Spaans waard om het te zien met
dit commentaar.

Detail: gaf hij het laatste tikje eigenlijk wel zelf?

Kan het wel uitblijven: ‘Diego, De Opera?’
Opkomst, neergang, liefde, misdaad…
En opera’s houden van wrede spelingen van het lot, zoals dat hij in ‘zijn’ stadion in Napels met ‘zijn’ Argentinië Italië uit het WK moest schieten.

Diego vroeg de Napolitanen daarbij hem te steunen, in plaats van Italië. Ze deden het niet.
Logisch?
Als je de spreekkoren hoorde en de spandoeken zag waarmee Napoli in de noordelijke stadions van het land te maken kreeg, dan was dat helemaal niet logisch.

Dichter bij Diego ben ik nooit geweest:
tijdens de WK-finale van 1990 stonden we in Rome een tijdje stil vlak voor het stadion. Daarbuiten was het fascinerend rustig, terwijl de hele wereld bezig was in die kom te kijken.