234. Bezettingsdrift

Bezettingsdrift zit er bij de mensen diep in. Terrasstoelen, parkeerplaatsen, hele landen: dingen inpikken doen we graag. En wat we hebben ingepikt maken we graag te gelde.

Deal.L

Hierbij gaat het om dingen die al bestaan. Maar er is ook een andere categorie onderwerp van onze algemene inpikwoede: dat wat er eerst niet was.
Ooit was er echter eens iets, dat er eerst niet was, dat zich te weer stelde tegen de algemene bezettingsdrift.

Anti-Inpik-Sprookje

Er was eens, lang geleden, een prachtige zee. Een azuurblauwe spiegel. Maar opeens kwam het water in beroering. Het rook naar zwavel. Een schipper in de buurt knipperde met zijn ogen. Uit het water verrees een eiland.
Het nieuws verspreidde zich snel. Er was nieuw land! Iedereen wilde het hebben. Tape was nog niet uitgevonden, dus er met grote letters ‘BEZET’ op plakken kon niet. Bovendien was het eiland daarvoor nog een tikje aan de warme kant. Los van het feit dat men daar niet wist wat ‘BEZET’ betekent.
Verschillende landen bedachten iets anders: ze plantten hun vlag erop.
Het piepjonge eiland dacht er echter het zijne van: ‘Als het zo moet, dan trek ik me weer terug’.
En het zonk weer in zee, daar waar het net uit geboren was.

De meeste sprookjes zijn fantasie. Dit niet. Het eilandje werd geboren op 12 juli 1831 in de Middellandse Zee, ten zuiden van Sicilië.
Engeland, Frankrijk en het toenmalige Koninkrijk der Beide Siciliën sprongen er direct bovenop, zodra de grond er niet meer te heet onder hun voeten was. Ook Spanje wilde de vurige baby hebben. Het eiland koelde af, de bezetters niet. Ze haastten zich om de pasgeborene van een eigen naam te voorzien. De Engelsen noemden het ‘Graham’, de Fransen ‘Julia’ en de voorlopers van de Italianen kwamen met ‘Ferdinandea’, naar de Bourbonse koning Ferdinand II. Er hing oorlog in de lucht.
Toen had het eiland er genoeg van. Het trok zich terug. In januari 1832 verdween de top weer onder water, als een grote lange neus.

The End

krabbel

TERZIJDE
De top ligt nu ruim zes meter onder water.
Die ‘lange neus’ werd in 1986 bestookt door een Amerikaans vliegtuig, op weg om Tripoli te bombarderen. Ze zagen de neus aan voor een Libische onderzeeër.

Voor het geval het eiland zich zou bedenken en opnieuw omhoog zou komen, werd in 2001 in de buurt van de top een zware marmeren plaquette afgezonken met daarop een eeuwige claim van ‘het Siciliaanse volk’. Al spoedig lag het ding echter in vele stukken.
Daarop brachten duikers op de top zelf een vlag aan met de Trinacria, het symbool van Sicilië.

Elders in de wereld, met name in de Zuid-Chinese Zee, worden aan stukjes rots kunstmatige eilandjes vastgeknutseld om die vervolgens te kunnen claimen.

Al ruim tien jaar ‘wappert’ de Russische vlag op de zeebodem onder de noordpool.

Voor de eerdere blogpost, zie Nr.134 ‘Bezet’.