31. Gerrie en Gerry

Een Gerrie met een harde G. Toepasselijk, want ook Gerrie zelf bleek hard. Keihard.
Het ging om Gerrie Nel, officier van justitie te Zuid-Afrika. Zijn ‘prooi’: een wereldberoemde atleet zonder benen die het nu ook zonder zijn beeldschone vriendin moet doen. Dat laatste vanwege het verbluffende feit dat hij haar zelf doodschoot. Expres of per ongeluk? Expres, denkt Nel.
De Engelstalige pers kopte daarbij: “’Bull terrier’ prosecutor sinks teeth into Oscar Pistorius”. Treffender kan je het niet zeggen. Mijn hemel! Als Nel bloed ruikt, kom je alleen nog van hem af terwijl er een stuk van je vlees tussen zijn tanden achterblijft. En daar blijft het niet bij, want hij bijt telkens opnieuw.

vorsicht.M

Als televisiekijker verwerd je daarbij tot een soort toeschouwer in het Colosseum. Niet dat ik dit ‘circus’ van minuut tot minuut kon of wilde volgen, maar het leverde wel een merkwaardig, tweeslachtig gevoel op. Een beetje zoals bij veel werk van Escher, waarbij je beurtelings het ene of het andere ziet. Schakelend tussen iets bevredigends en medelijden.
De burger beleeft een zeker genoegen aan een schouwspel waarbij een moordenaar de duimschroeven worden aangedraaid. Maar wat nu als de waarheid is dat de verdachte inderdaad niet wist dat hij schoot op zijn vriendin? Het is op dat moment dat in gedachten naast Gerrie ook Gerry in beeld verschijnt.
Kan de waarheid verdwijnen in de kloof die de officier en de verdachte scheidt? De officier is in zijn element, midden in zijn ‘finest hour‘, steengoed, meedogenloos, bezig met een niet aflatende aanval die hooguit wordt gestuit door de werktijden van de rechtbank. De verdachte is verward en zowel fysiek als emotioneel aan het eind van zijn latijn. Het is een wel erg ongelijke strijd. Als dat tot gerechtigheid leidt, prima. Maar als je Nel bezig ziet, dan wordt makkelijker voorstelbaar dat zelfs het bijna ongelofelijke kan gebeuren: dat onschuldigen schuld kunnen bekennen. Helemaal als tijdens ‘gewone’ verhoren direct na de arrestatie de ene ondervrager wordt afgewisseld door de andere, zelfs ’s nachts, waardoor de verdachte geen enkel respijt wordt gegund. En dat nog zonder dreigementen, zoals in de zaak van Gerry. Ook een (technisch) ‘steengoede’ ondervrager kan toch slecht blijken, als zo ook de waarheid het slachtoffer wordt.
Dit alles los van nog een derde mogelijkheid: dat de verdachte wel schuldig is, maar oprecht gelooft dat niet te zijn. Omdat de waarheid te erg is. Omdat hij de waarheid niet geloven kán.
Je zal rechter zijn…

*

Het verhaal van Gerry

krabbel