640. Smetje

Deze website ontvangt maar weinig reacties. Dat wil zeggen: buiten de beperkte kring van abonnees van de Nieuwsbrief.

Wellicht is dat deels omdat de posts die op de site verschijnen niet gepaard gaan met een directe mogelijkheid tot reageren en bovendien bestaat er geen verbinding met de gangbare sociale media.

Toch biedt de site wel degelijk de kans tot contact, via e-mail, maar weinigen maken daar gebruik van. Vandaar dat ik laatst verrast en vol verwachting opkeek toen ik zag dat er iets in mijn digitale schoen zat. Een fan, vanuit het niets? Het was alweer een tijd geleden dat ik zo een enthousiaste reactie ontving van een Belgisch echtpaar.

Dit keer, echter, kwam de reactie uit eigen land, soort van. Niet van een echt persoon, maar van een rechtspersoon. De afzender was een bedrijf, onderdeel van een Nederlands persagentschap. Ze hadden iets ontdekt: op Cacciucco.nl stond een foto waarvoor ik geen toestemming of licentie had.

Klopte dat? Ja en nee. In principe komt alles op mijn site uit eigen keuken. ‘Alles’ = 99%, schat ik. Maar sommig beeld kan ik zelf niet maken, zoals een foto die ik wilde gebruiken van een zeker personage genaamd Poetin.

Maar dan niet zo.

Amsterdam, detail.

Dit keer wilde ik ‘een echte’.

Nu ben ik zelf een vriend van het auteursrecht. Uit eigen ervaring weet ik dat er ook daarbij in de wereld heel wat wordt afgejat. Ook van mij.

Zo vond ik eens bij toeval een van mijn artikelen terug op de website van een winkel. En meerdere malen werd ik er door derden op gewezen dat stukken van mij een plaats hadden gevonden in een bundel. Zo bleek ik mij geheel onverwacht in het gezelschap te bevinden van anderen zoals Belcampo, Mark Twain en Hermann Hesse. Dat gezelschap was op zich niet onaangenaam, maar nog aangenamer was het geweest als men mij dat eerst had gevraagd en er bovendien iets voor had betaald.

Die toevallige ontdekkingen doen vermoeden dat er nog (veel?) meer van dat soort jatwerk gaande is. Daarom was ik dan ook geheel akkoord met het principe dat het persagentschap rekeningen presenteerde aan wie zij betrapten op het oneigenlijk gebruik van zoiets als een foto. En ja, ik had een foto van het internet geplukt waarvan de oorsprong mij onbekend was.

Maar niet 1 op 1. Ik had er naar schatting maar een derde van gebruikt. Alleen de onderkant. Van de tronie van het tsaartje had ik het bovenste deel weggelaten. Alleen het onderste partje van zijn neus was bij mij nog zichtbaar en het deel naar onderen, inclusief het boord van zijn overhemd. Het was dat laatste, namelijk, waar het mij om ging. Dat boord wilde ik, subtiel, bewerken en dat deed ik. Ik voegde aan het witter dan witte wit een bloedspettertje toe.

Was het daarbij mogelijk om ‘Ploertin’ nog te herkennen zonder de begeleidende tekst? Misschien wel, misschien niet.

Ik meende in elk geval dat ik dat stukje van de foto wel ongevraagd had mogen gebruiken, zoals dat ook geldt voor een citaat uit een tekst. Maar nee, zo stelden ze.

Wel was het agentschap bereid mij een korting van 20% te verlenen op het door hen gevraagde bedrag, omdat Cacciucco geen commerciële onderneming is. Wat heet. Als ik als onbezoldigde ook nog dit soort rekeningen zou moeten betalen dan is het al spoedig website zaliger.

Verder dan die korting wilde het agentschap niet gaan en bovendien eisten ze onmiddellijke verwijdering van het gewraakte beeld. Dat laatste deed ik per direct, maar die rekening…

Ik vroeg nogmaals om clementie. En er was nog iets. Het persagentschap trad op namens een rechthebbende. Wie of wat was dat eigenlijk, informeerde ik langs mijn neus weg. Het Kremlin, misschien?

Voor er antwoord kwam, was daar echter het weekend. En wat zo’n gevechtspauze al niet op kan leveren…

Ik kwam daarin het een en ander te weten en bereidde in afwachting van de laatste reactie van het agentschap alvast het volgende antwoord voor:

1) Ik

Dat ik een deel van een al bestaande foto niet zou kunnen gebruiken zoals ik dat deed, liet mij niet los.

Zelf dacht ik in eerste instantie dat dat wél zou kunnen omdat ik het grootste deel van het gezicht van de geportretteerde had weggelaten. Inmiddels heb ik begrepen dat het niet de uitsnede was die het oorspronkelijke beeldrecht ongeldig maakte.

Ik heb echter dat stukje niet klakkeloos overgenomen, maar er een interpretatie aan gegeven met het doel en resultaat een spotprent te doen ontstaan. Dát is de reden dat het mij toch vrij staat dat stukje beeld te gebruiken.

(Wellicht heeft u mijn bewerkte versie niet goed bekeken en is het u door de subtiliteit ervan ontgaan).

Conclusie: ik had door het gebruik van ‘uw’ beeld zoals ik dat heb gedaan uw toestemming niet nodig en ben u daarvoor ook niets verschuldigd.

Ik zou het gebruikte beeld dus weer terug kunnen plaatsen op mijn site, maar dat zal ik niet doen. Ik wil met dat beeld namelijk niets meer te maken hebben.

Zie hieronder.

2) U

‘Uw’ beeld beschouwt u als uw beeld omdat het in uw databank staat. Ik begrijp echter dat u (mede) optreedt namens een rechthebbende derde.

Bij nader inzien ziet het door mij gebruikte beeld er uitgesproken officieel uit. Alsof het is gemaakt door een hoffotograaf van het Kremlin.

Daardoor zou ik liever plaatsnemen in de gevangenis dan te riskeren dat een betaling door mij, al was het deels, aan zo iemand ten goede zou komen.

Tot mijn eigen verbazing is mij inmiddels bovendien gebleken dat, als ik u wel iets verschuldigd zou zijn geweest, ik u daarvoor zelfs niet zomaar had mogen betalen. Dat ik zelfs verplicht zou zijn geweest eerst een onderzoek in te stellen naar de uiteindelijk rechthebbende. Dit gezien de kans dat u strafbaar bent, door gelden te incasseren voor een derde waarbij die gelden al dan niet deels, al dan niet direct of indirect ten goede zouden kunnen komen aan personen of instanties die gelieerd zijn aan de Russische staat. Waarmee ik ook zelf strafbaar zou zijn. Dit alles vanwege de geldende sancties.

Nu wil ik niet geloven dat u willens en wetens strafbaar bezig zou zijn. Maar misschien onbedoeld, omdat uw persbureau niet weet hoe sommige geldstromen verlopen.

Hopelijk, echter, is uw gebruik van dit beeld wél volgens de regels. Zoals dat van mij.

*

Het eerder gebruikte Poetin-beeld is voor mij dus inmiddels taboe. Maar niet het soort boord waar het mij om ging. Het smetteloze boord en de perfect gestropte das. Er valt me namelijk steeds vaker een tegenstrijdigheid op, aan beide kanten van de oceaan. Preciezer: in Rusland en Amerika. Nog preciezer: in zowel Het Kremlin als Het Witte Huis.

Het woord bestond al: witteboordencriminaliteit. Maar dan in tegenstelling tot de misdadigheid van degenen die ook letterlijk vuile handen maken. Er lijkt echter een nieuw contrast te ontstaan, tussen de witte boorden onderling. Tussen ‘gewoon netjes’ en een extreem, compromisloos soort keurigheid, waarbij lijkt te gelden ‘Hoe keuriger, hoe meer gewetenloos’.

Op het eerste gezicht zie je dit:

Maar met een ‘verklikkersbril’:

Bijna alsof je bij een bepaald soort smetteloosheid juist dát gaat vermoeden: een smetje. Van XS tot XXL.

TERZIJDE

– Ondraaglijk tenenkrommend was de wolf, verkleed in pak en das, die in Het Witte Huis aan prooidier Zelensky vroeg waarom hij niet hetzelfde droeg.

– Niet, trouwens, dat ik mij erin mocht verheugen dat men bij het persagentschap Cacciucco leest. Zo vermoed ik. Wellicht laten ze alleen een bot los, dat automatisch het net afgraast naar digitale sporen.

– En waar blijft hun slotantwoord?