639. Tap here

Het is weer zover, tijd voor de Mokumse Marathon.

Het regent, pijpenstelen. En het geluid zwelt aan. Ik zie ‘m nog niet, maar ik weet dat-ie komt. Daar is-ie. In het loodgrijze zwerk zweeft een helikopter en beweegt van rechts naar links door mijn uitzicht. Slakkig, voor een helikopter. Pijlsnel, voor een rennend mens. Pal onder de heli zijn er daar vele van, zo ziet de camera. Nu nog wel, zo kort na het startschot.

De voorste atleten rennen al door het park, daar waar ik met regelmaat hetzelfde doe. Ruim vier keer zo traag en ruim tien keer zo kort.

Op de televisie geeft een marathonloopster commentaar uit eigen ervaring: dat park is op de heenweg niet meer dan een detail, maar op de weg terug lijkt het wel twee keer zo lang. Minstens.

Vlak voor de finish geldt:

dichtbij = eindeloos.

Althans, voor de meesten.

Uren later. De winnaars zijn allang terug in hun hotel en rusten op hun lauweren.

Het is droog. Tijd voor een korte wandeling.

In het park klinkt gejuich, al van verre. Alsof de helden nog bezig zijn.

Zo is het ook, maar het zijn andere. Hoewel, heldhaftig zien de meesten er niet uit. Dat wil zeggen, de deelnemers aan de rechterkant van de route. Een official legt het uit. De marathonlopers moeten rechts houden, aan onze kant, terwijl ze links voorbij worden gestoven door de renners die hebben gekozen voor 42195 meter gedeeld door twee.

Het verschil tussen beide stromen is zonneklaar, niet alleen qua tempo. Links flonkert er levenslust, rechts lijkt eerder op de terugkeer van Napoleons troepen na de campagne in Rusland.

Ook uit de official komt geen woord Nederlands. Het is een expat, uit Spanje. Eerder woonde hij in Londen: vreselijk. Amsterdam? Geweldig. En ‘zo relaxed’. Zo hoor je nog eens wat.

Zelf heeft hij zich ook al eens aan de marathon gewaagd. ‘Niet meer doen’, zeg ik vaderlijk. ‘Daar is de mens niet op gemaakt. Doe de halve, maximaal’. De hele is veel te ver. Eerder drie, dan twee keer te lang.

Overdreven, dat lijkt ook het voorwerp iets verderop, maar het is educatief bedoeld. Het blijkt een ‘klimaatbankje’, bedoeld om aanschouwelijk te maken hoe je het nog droog kan houden wanneer de dijken breken.

Houden de renners het trouwens nog droog? Velen die bezig zijn met de volle afstand staat het huilen nader dan het lachen. Maar huilen doen ze niet, meer alsof ze het wel zouden willen, maar dat zelfs daarvoor de energie hen ontbreekt.

Er komen lopers voorbij van de hele marathon met banieren op hun rug. 5.15 staat erop. Als je bij hen in de buurt blijft is dat zo’n beetje de tijd waarop je na je start bij de finish komt.

Veel van de marathonlopers zijn dat inmiddels letterlijk. Ze lopen, rennen gaat niet meer.

Maar aan de kant van de weg gloort hoop. Er staat een man, samen met een vriend en zijn zoontje. In zijn hand houdt hij een bord, met daarop:

TAP HERE

TO POWER UP

Opvallend velen maken gebruik van deze virtuele power boost. De jonge vader heeft zijn bord ergens gevonden. Ook wij zien iets verderop er eentje staan en slaan zelf aan het oppeppen.

Een ander bordje aan de kant geeft aan waar we eigenlijk staan: 39,3. Minder dan drie kilometer is het nog naar de verlossende streep. Meer dan negentig procent van de helletocht zit erop. Toch lijkt het laatste stukje voor velen te ver.

Dit is niet het moment voor de waarheid, voor ‘Eigen Schuld, Dikke Benen!’ Nee, ze hebben nu nood aan Het Bordje.

Het doet wonderen. In vele varianten. Vele ervan zijn goud waard. Vooral die waarbij op grauwe, lijdende, zuchtende gezichten opeens iets doorbreekt van een zonnestraal. Of -tje.

Niet alle lijdenden zijn nog in staat een meter uit de koers te gaan, of zelfs maar een halve, om het Power Point ook echt te raken, maar alleen al het idee lijkt ze nieuwe kracht te geven. Sommigen die het wel nog lukt een tap te doen gaan zowaar zelfs van wandelen weer over in looppas. Een enkeling roept erbij wat wij al zagen aankomen: ‘I need it!‘

Dankbaar zijn ze allemaal.

Veel oren met oortjes, heel wat benen al versierd met ‘kinesiotape’. Hoe zal dat gaan na de streep, als die benen ook maar even ophouden met bewegen? Halen ze dan hun huis nog wel?

Op de voorbijkomende buiken prijken de voornamen van de bijbehorende calvariegangers. Dat biedt de kans voor nog wat meer magie. Het roepen van hun naam, met aansporend gejoel erbij, levert al gauw een wattje of honderd extra. Voor zolang het duurt, maar toch.

De echte zombies zijn iedere hulp voorbij, lijken zelf niet meer te weten hoe ze heten.

Weer anderen, daarentegen, zien deze kans te baat met nog ruim voldoende wattage aan boord. Ze komen stralend aanzeilen van de andere kant van de weg om mijn powerbord een flinke lel te verkopen.

Naast ons aan de kant staat een jonge vrouw. Ook haar geef ik de goede raad ‘Doe hooguit ooit de halve’.

‘Te laat’, zegt ze, ‘over twee weken doe ik de hele. Die van New York’.

Waarom toch? Waarom doen mensen dit zichzelf toch aan?

En ik nu, met mijn bordje? Het voelt alsof ophouden niet meer kan. Alsof het magische Tap-oppeppen door moet gaan.

Ik overhandig mijn bordje aan een sterke jongen en wijs hem op zijn verantwoordelijkheid: ‘Zonder jou gaan er nog heel wat het niet redden’.

TERZIJDE

– Déjà vu

Dit soort bordjes blijkt al langer te bestaan, hun werking daarbij een bron van discussie en vermaak. Zoals hier.

– Ultraplusextra

Onlangs stuitten we op de officieuze ex-wereldkampioen ‘ultratrailrunning.

– Eerder over de marathon.