602. Beilen

Ken ik Beilen? Nee. Ik kom er nooit. Nou ja, toevallig inmiddels twee keer in twee jaar. Maar dan nog ken ik het dorpje niet. Ik ken het station, de melkfabriek en ‘Kota Radja’, met een allerbeminnelijkste gastvrouw. Uit China.

Een echte Beilenaar heb ik nog niet ontmoet. De Beilenaar waar ik tot dusver het langst mee sprak kwam uit Afghanistan.

Wonen er wel echte Beilenaren in Beilen? Geen idee. Ze lijken hier wel allemaal import. En de meesten dan ook nog eens niet uit Drenthe. Als ze al niet van Verweggistan komen, dan vaak uit andere delen van ons land. Vorig jaar ontmoette ik er daar een van, een vrouw die na decennia Beilen op het punt stond terug te verhuizen, richting westen. Dit jaar sprak ik er weer zo een, maar die ‘zit vast’. Ze zou wel willen, maar…

En dan nu, eindelijk, ontmoet ik er dan toch een. Nou ja, weer geen echte Beilenaar, maar wel een echte Drent. Uit Hoogeveen. Vooruit, bijna ‘goed’. Wat meer is, hij leert me iets wat ik graag weten wil: ‘De Drent’ bestaat niet. Zo zijn er twee hoofdsoorten: de ‘zand-Drent’ en de ‘veen-Drent’, die heel verschillend zijn. De Drent die van de zandgronden komt is een lossere, vrijzinniger Drent dan die ‘uit het veen’. Die laatste zijn ‘stevig’, heel stevig. In ‘Zand-Drenthe’ kan je dorpen tegenkomen waar geen kerk in staat, in ‘Veen-Drenthe’ ondenkbaar, zo leert mijn leraar.

Aha, en Beilen? ‘Dat zit er tussenin’.

Jammer, ‘er tussenin’, alweer. Want Beilen is in ons land bekend voor maar één ding: een treinkaping. Die van 1975. En die vond dan nog niet eens plaats in Beilen zelf, maar ‘er tussenin’, tussen Beilen en Hoogeveen. Op het spoor waar ik nu net overheen gereden ben. Maar wie denkt daar nu nog aan? Wellicht weet de NL-jeugd Anno Nu daar wel helemaal niets meer van.

Goed, Beilen mag dan misschien ‘Tussenin-Drenthe’ zijn, één ding is zeker: ze hebben een kerk, een mooie en heel oude bovendien. Het is voor die kerk dat ik gekomen ben, of beter: voor een concert aldaar.

Binnen staat er een halve kring uitvoerenden klaar, allen in het zwart. Ze gaan al musicerend een verhaal vertellen dat iedereen al kent, het passieverhaal. Maar de meesten kennen het niet zo, in de vorm van de Johannespassie van Heinrich Schütz. Van toen Bach nog niet eens geboren was.

We kunnen er kort over zijn. Het gebeurde op 21 maart 2026:

Het wonder van Beilen

En dan niet ergens ‘er tussenin’, nee, er middenin.

Het wonder dat geschiedde werd gewrocht door de evangelist. Na een lange aanloop gebeurde wat in ons land richting Pasen zo vaak gebeurt, in kerken en in zalen. Ontelbaar vaak. Maar

zelden stierf Christus zó mooi.

*

De evangelist:

Han Warmelink

TERZIJDE

Net nu is er weer aandacht voor de aanleiding van de treinkapingen van toen, waarbij voor één keer Beilen op de kaart werd gezet. Onbedoeld, maar toch.

Het blijkt nu dat wijlen oud-premier Van Agt, die destijds diende, niet lang geleden de koning nog verzocht excuses te maken richting de door ons land zo slecht behandelde Molukkers.