593. 2000 meter

Tweeduizend meter. Hoe ver is dat? Dat hangt ervan af. Het ruimtestation ISS legt die afstand af in een kwart seconde, ongeveer. Ikzelf red het binnen een kwartier, al rennend door het park.

Een geweerkogel zou er zo’n twee seconden over doen, als-ie die afstand halen zou. Maar, op weg naar Andriivka, blijft hij veel waarschijnlijker ergens steken. In de grond, in een boom, of in een mens. En juist dat laatste is de bedoeling.

De film gaat over een opmars van Oekraïense troepen in 2023. Hoewel, ‘opmars’ doet veel teveel vaart vermoeden. ‘Opkruip’ zou een betere uitdrukking zijn.

Het doel is een door Russen bezet dorpje van twee keer niks. De ‘enscenering’ is van een perfecte absurditeit, die even naadloos aansluit bij de waanzinnigheid van een totaal onnodige oorlog. Een kolossale verspilling van gekmakend veel, mensen voorop.

Van bovenaf gezien, heel toepasselijk vanuit een drone, kan je bijna niet geloven dat dit strijdtoneel echt kan zijn. En toch, dat is juist het bijzondere van deze film, kan je het niet echter krijgen. Voor het eerst ben ik getuige hoe het werkelijk is aan het front, nu je er met de huidige techniek ‘echt’ bij kan zijn. Door drones en door bodycams van de soldaten, die hen maken tot cameramannen tegen wil en dank. Live, zolang ze nog leven.

In vogel=dronevlucht: een vlakte zo plat als een polder. Met twee verschillen. Het groen wordt zichtbaar onderbroken door een veelheid aan kraters en erop lopen kan je niet. Verscholen, wachten ontelbare mijnen op soldatenschoenen, die na het minste contact niet meer nodig zijn.

Middenin de vlakte leidt een strook vegetatie naar het doel, dat dorpje van niks. Kaarsrecht is die strook, onwaarschijnlijk recht en even verbluffend smal. Veel te smal voor het woord ‘bos’ dat ervoor wordt gebruikt. Maar het is de enige begaanbare route op weg naar het doel.

Ook ‘begaanbaar’ is echter ernstig betrekkelijk. Vooruit, in het ‘bos’, bevinden zich vijandelijke troepen en ook van bovenaf dreigt gevaar. Drones, helikopters, vliegtuigen.

Ieder moment kan je laatste zijn. Het geweervuur knettert, droog. Voortdurend. Elk van die knetters kan een vijand vellen. Of jou.

Van de vegetatie is intussen steeds minder over. Ook die aan flarden geschoten. In dat decor treffen we jonge Oekraïense mannen, van negentien, twintig jaar, met een commandant van vierentwintig. Je zou ze bijna jongens noemen, ware het niet dat ze ter plekke op slag ‘ontjongen’.

Je wilt ze ook geen jongens noemen, uit respect. Dit zijn de mannen die het doen, waar het op aan komt. Met nog minder afstand tot aan het front dan wij, kijkers, hebben tot aan het scherm waarop we ze zien.

Een enkeling is er tussen hen van in de veertig. Maar, jong of oud, allemaal hebben ze één ding gemeen: soldaat worden hebben ze nooit gewild. De meesten waren al iets anders voor het zover kwam.

Ze zijn hier alleen vanwege een tot grootheidswaan verworden minderwaardigheidscomplex van vooral één min mannetje, een land verderop. Een krankzinnige gedachte.

Een van de jongste soldaten vraagt het een gevangen genomen Rus: ‘Denk je dat ik me mijn leven zo had voorgesteld? Wat kom je hier doen?!’

De Rus zegt: ‘Ik weet het niet’. En ik ben geneigd hem te geloven.

De Oekraïners weten het wel wat ze hier komen doen, ook degenen die strijden ver van huis: ze verdedigen hun land. Zo simpel is het.

Dat ze trouwens nog de moeite nemen om gevangenen te maken… Je weet wel dat het zo hoort, zo moet, maar als je er eenmaal bovenop zit, in je frontlijnbioscoopstoel, realiseer je je pas hoe moeilijk dat is. Het kost tijd en manschappen, twee elementen die je allebei eigenlijk niet kan missen. Nog even wat extra kogels laten knetteren is zo verleidelijk veel simpeler, veiliger ook. En het zijn toch maar ‘motherfuckers‘. Een ander woord voor de vijand gebruiken ze niet.

Hoe moeilijk is het trouwens om in de oorlog te blijven geloven, tegenover zo’n overmacht aan manschappen en materieel? Terwijl er anderen van jouw leeftijd zijn die vluchten naar het buitenland.

En hoe nodig is deze specifieke missie? Het dorpje aan het eind van die smalle strook is kennelijk van strategisch belang. Zeggen ze. De moeite om er te komen lijkt dat belang in elk geval te onderstrepen.

‘Ze’, dat zijn die van hogerhand, ver weg in Kyiv. Dichterbij zitten anderen die zelf ook niet op het strijdveld aanwezig zijn. Ze ‘regisseren’ en kijken voortdurend op hun schermen wat er waar gebeurt.

‘Pas op! Er zit een motherfucker rechts voor je’, zo weten ze in de commandobunker, kijkend met de ogen van een drone. Hoe nuttig. Maar ook de Russen hebben ze inmiddels in steeds groteren getale.

En steeds meer Oekraïners worden geraakt. We zien een jonge aanvoerder de geest geven. Een laatste stuiptrekking. Van anderen die we hebben leren kennen horen we dat ze na de opnames van toen alsnog gesneuveld zijn. Elders. Want er zijn na deze tweeduizend nog zovele andere meters over om terug te winnen.

Maar deze meters, die naar Andriivka, die hebben ze dan toch overbrugd. Een jonge soldaat staart wezenloos voor zich uit, in shellshock. PTSS per direct.

Ze zijn er! Maar wat is er nog over van dat dorpje van twee keer niks? Helemaal niks.

De dappere mannen, de helden, hebben een vlag bij zich. Om te hijsen. Maar waaraan nog?

De aftiteling vermeldt Anno Nu waarvoor je al vreesde.

Het doodgemaakte dorpje is inmiddels weer in Russische handen.

TERZIJDE

Tegengif

– Alle Oekraïnia.