Mijn moeder kreeg ooit twee sculpturen cadeau. Moderne. Van de kunstenaar zelf.
Maar oud of nieuw, stof discrimineert niet, oordeelt niet. Stof daalt neer op alles, zonder onderscheid. Zo ook op een heel oud iets, iets dat ik koester. Iets keramisch dat wel verstoft, maar niet afgestoft wil worden. Kan worden. Beetje blazen, dat is het.
Nee, dan die moderne epoxydingetjes van mijn moeder. Die konden heel wat hebben, maar niet het krachtige toucher van de werkster.
Ze verzweeg het niet, dat de schade door haar kwam. Maar die bekentenis kwam ook niet met excuses. Nee, haar reactie was eerder, laten we zeggen ‘origineel’:
“Nou, mevrouw, ze waren toch al niet mooi, hè?”.
Hieruit sprak niet alleen een eerder verhulde kunstkritiek, maar ook dat mevrouw eigenlijk wel dankbaar mocht zijn dat de Heer door ’s werksters hand alsnog verlossing had gebracht.
Zeker geldt dat het niet zelden goed is wanneer het oude wijkt voor het nieuwe. Niet al het oude is per definitie het conserveren waard. Al geeft het vaak een schok wanneer het oude waaraan je gewend was er niet meer is, zeker als dat plotseling gebeurt, is dat soms wel beter. Het is een inzicht dat doorbreekt na een kortere of langere periode van PTSS.
Neem de Amsterdamse Vondelkerk. In de nacht van Oud & Nieuw vatte het oude vlam.


De schok was groot, ook bij mij. Een oude bekende was niet meer. Hoewel… de buitenkant staat er nog.
‘Godzijdank’, dachten velen. En velen die dat niet dachten, zeiden het toch. Uit piëteit, uit respect voor het stoffelijk overschot van iets dat nu eenmaal in de publieke ruimte ‘hoorde’.
De eerste reactie is bijna altijd ‘Herbouwen!’, zo snel als maar kan. In die fase voelt het bijna als onbetamelijk om iets anders te bedenken, of dat op te werpen.
Maar de Vondelkerk is niet de Notre-Dame.
Hij viel al eens eerder ten prooi aan het vuur en zag er daarna vergelijkbaar uit.

Herman Misset (detail)
Bron: Stadsarchief Amsterdam

Herbouw volgde. Zo vader, zo zoon. Het oorspronkelijke gebouw was van de hand van Pierre Cuypers, die van het Rijksmuseum en het Centraal Station. Alleen al daarom leek de kerk heilig.

De herbouw is van zoon Joseph.
Goed, misschien was Pierres oorspronkelijke ontwerp mooier dan de kerk waaraan de huidige generaties gewend zijn geraakt, maar laten we wel zijn: fraai was-ie niet, de Vondelkerk van 2025. Van binnen beter, net als het Paleis op de Dam, maar de buitenkant zag je nu eenmaal (veel) vaker.
Ook in herbouwde vorm was de Vondelkerk wellicht minder onooglijk dan veel andere kerkelijke baksteendrama’s die ons land ontsieren, maar toch. Nu hij voor een groot deel (weer) weg is, is het tijd voor iets mooiers. Met behoud van wat er nog staat. Of niet.


